|
|
Geen vlekkeloze start voor Digimedia
In Düsseldorf vond voor de eerste keer Digimedia plaats. Een serie evenementen op het snijvlak van de grafische industrie en digitale media. Over de grenzen van het drukkersvak heenkijken is nodig, maar wat valt daar te zien? Vooral veel niemandsland.
Het is een schrale troost, maar niet alleen drukkers worstelen met de digitale toekomst. Digimedia, voor de eerste keer in Düsseldorf gehouden, omvatte eind september een beurs, een serie congressen, lezingen en workshops met als leitmotiv Media. Multimedia, Crossmedia, Xmedia, Digimedia, alles kon en mocht als het maar om media ging.
Adobe demonstreerde uiteraard InDesign en trok daarmee keer op keer een volle zaal. Heidelberg liet voor de eerste keer in Europa Prinergy zien; de op PDF-gebaseerde werkstroomoplossing. Indigo was er, net als Xeikon. Ze stonden naast de stand waarin navulbare cartridges voor de inkjetprinters werden aangeboden en de bouwer van een website die alle hotels van Duitsland in kaart bracht.
Bijna een derde van de vijftienduizend bezoekers kwam uit de grafische industrie. Dat lijkt veel, maar alleen al het Print & Media Congres van het Bundesverband Druck – zeg maar het Duitse KVGO – trok achthonderd bezoekers. Print & Media worstelde ook al met de afbakening van het brede mediathema.
Onder de paraplu van Crossmedia betrad de ene na de andere spreker het podium om toekomstvoorspellingen te doen, dan wel trends te duiden. De onderwerpen waaierden uiteen van de Nieuwe Economie – is er dankzij de informatietechniek een einde gekomen aan de onvermijdelijke, met regelmaat terugkerende economische recessies? – via het automatisch bestellen van melk met behulp van een scanner op de koelkast, naar concrete cases van drukkers die niet alleen drukken, maar ook mediadiensten aanbieden.
Met vallen op en opstaan proberen de Duitse collega’s zich de spelregels van de digitale wereld eigen te maken, waarbij ongelijke grootheden met elkaar vergeleken worden. Drukkers, die tot voor kort alleen drukten, halen het complete grafische productieproces in huis en zijn nu ‘digitaal’. Anderen richten, meestal naast de bestaande onderneming, een bedrijf op dat zich bezighoudt met content en creatie, met inhoud en met vorm.
Een van de inleiders die zichtbaar klem zat tussen de klassieke druktechniek en de crossmedia wereld was Wolfgang Pfizenmaier, lid van de Raad van Bestuur van Heidelberg. In een overigens glashelder betoog schetste Pfizenmaier de toekomst van grafische bedrijven die zich in zijn visie vooral moeten richten op printing-on-demand en op digitale media services. Met dat laatste doelde Pfizenmaier op bijvoorbeeld het beheren van databases voor klanten en het personaliseren van informatie. Voor Pfizenmaier is het geen vraag in welke markt grafische bedrijven actief moeten blijven of worden. Op beide markten, was het antwoord van Heidelberg, waarbij Pfizenmaier aantekende dat die nieuwe pod-markten heel goed bediend kunnen worden met conventionele drukpersen met directe plaatbelichting op de pers in plaats van met printers. Om het ijzeren geloof van Heidelberg in klassieke media te onderstrepen verwees Pfizenmaier naar de nieuw ontwikkelde krantenpers, de Mainstream 80, die Heidelberg op de komende Drupa presenteert.
Heidelberg is in staat om keuzes voor zich uit te schuiven en zo lang mogelijke alle opties open te houden. Niet alle klanten van deze persenbouwer – net zo min als andere persenbouwers – verkeren in soortgelijke gelukkige omstandigheden. Zij zullen keuzes moeten maken. En wie verkeerd kiest verliest.
Het is waar dat de meest interessante technische ontwikkelingen zich afspelen daar waar verschillende disciplines elkaar raken. Drukkers kunnen veel leren van webbouwers, van digitale fotografen en van database marketeers. Maar zet ze bij elkaar in hal 3 van de Düsseldorfer Messe en er gebeurt helemaal niets. Kennelijk is de kloof tussen de vijf eeuwen oude grafische bedrijfstak en de nieuwkomers die een paar jaar aan het werk zijn zo groot dat er van een goed gesprek tussen beide nog nauwelijks sprake is.
Digimedia was vooral een evenement dat worstelde met zijn verleden, zonder de toekomst al scherp in het vizier te hebben. De twee congressen, die nu op één tijdstip plaatsvonden, waren voor zover dat aan de hand van de lezingen te beoordelen is op zich de moeite waard, maar niemand kon alles volgen. Op de beurs waren er nauwelijks aansprekende nieuwe producten voorhanden. De meeste aandacht was weggelegd voor een groot aantal samenwerkende bedrijven die een grafische werkstroom bij elkaar hadden gebracht in het Digital Solutions Center, waar verschillende technische disciplines elkaar raakten. Databasebeheer, dynamische paginaopmaak geschikt voor zowel druk als voor publicatie op het web, gepersonaliseerd printen: in een laboratorium werkt alles vloeiend en vlekkeloos.
Digimedia bleef toch vooral een beurs met vele eilandjes, waarop voor de grafische specialist weinig nieuws te zien was, de digitale fotograaf die op de Photokina was langs geweest teleurgesteld zal zijn en de webbouwer die zijn vak bijhoudt zich afvroeg wat hij met die grafici aanmoest. Digimedia is met andere woorden een goede afspiegeling van de verwarring zoals die zich van veel grafische bedrijven meester heeft gemaakt.
Is Digimedia daarmee mislukt? Dat ook weer niet. Het initiatief om de versnipperde werelden van de spelers op de mediamarkt bij elkaar te brengen is dapper. In de praktijk blijkt het echter lastig om op zo’n manier over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken dat het spieken bij de buren leidt tot zinvolle vormen van vernieuwing of samenwerking. Toch zullen grafische ondernemers een strategie moeten ontwikkelen om hun plaats in de digitale mediawereld op te eisen. De 73 internationale Referenten droegen daar allen min of meer zinvolle argumenten voor aan. De inhoud van de te volgen strategie is voor elke individuele onderneming verschillend, immers ‘Patentrezepte für den Übergang der Druckindustrie und ihre Unthernemen in die digitale Medienwelt sind nicht in Sicht.’ Nog een harde boodschap kwam over voetlicht. Wie niet nadenkt over zijn plaats in de digitale wereld en daar consequenties aan verbindt, loopt een goede kans over vijf jaar brodeloos te zijn.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, oktober 1999]
Nederlanders op zoek naar Duitse klanten
Tijdens Digimedia organiseerde de Nederlandse overheid op 22 september een contactdag voor ondernemers die zakenpartners zoeken in het westen van Duitsland. Het initiatief is een uitvloeisel van de plannen van de vorige minister van Economische Zaken Hans Wijers. Hij stond aan de basis van Swap-2000, een actieprogramma van EZ dat technische vernieuwingen van software wil stimuleren.
Eric. R. Samson is ‘Leiter der Wirtschaftsabteilung’ van het Generalkonsulat des Königsreichs der Niederlande in Düsseldorf. Samen met Jeanne A.G.M. van Lith is hij verantwoordelijk voor goede zakelijke contacten tussen de deelstaat Nordrhein-Westfalen en Nederland. Beide ambtenaren zijn in dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De meeste contacten hebben ze echter met een ander ministerie: dat van Economische Zaken.
Een bont gezelschap meldde zich bij Samson en Van Lith. Opmerkelijk daarbij is het kleine aantal bedrijven dat partners zoekt en het grote aantal dat eerlijk zegt vooral op zoek te zijn naar klanten. Atlas Software bijvoorbeeld, die met zijn software personaliseren mogelijk maakt, Mart Bedrijfsautomatisering met managementinformatie software, Van den Boogaard Digital Printing die gepersonaliseerde mailings wil verkopen en Plantijn Casparie die in Nordrhein-Westfalen ook al speurt naar potentiële klanten. Volgens Samson en Van Lith lijken dit soort initiatieven succesvol, maar lopen ze nog te kort om al resultaten te kunnen melden. Eric Samsom: ‘Nordrhein-Westfalen is de belangrijkste handelspartner van Nederland. De overheid wil voor grafische en IT-ondernemers een actieve rol spelen bij het zoeken naar partners. Zodra de contacten gelegd zijn, stopt onze bemoeienis.’
Bij voldoende belangstelling organiseert Buitenlandse Zaken ook tijdens Drupa een contactdag. Deelname aan het programma IT Business Platform van het ministerie kost niets. Regionale ontwikkelingsmaatschappijen en werkgeversorganisaties zoals het KVGO ondersteunen het initiatief.
Elk jaar naar Düsseldorf
De beurs Digimedia werd voor de eerste keer gehouden. Meer dan vijftienduizend bezoekers waren er van 22 tot 26 september in hal 3 van de Messe in Düsseldorf te vinden. Ruim 29 % van de bezoekers was afkomstig uit de grafische industrie. De organisatoren waren verheugd dat 14 % van de bezoekers uit jongeren bestond: scholieren en studenten, die ook op een banenmarkt terecht konden.
Digimedia kende een omvangrijk meerdaags congresprogramma: het Print & Media Congres van het Bundesverband Druck en het vakcongres Komm, dat zich richtte op digitale marketingcommunicatie.
Het brede thema ‘media’ zorgde niet alleen onder de bezoekers voor verwarring. IDG was met MacWorld een van de drijvende krachten achter het evenement, maar Apple zelf schitterde door afwezigheid.
De volgende Digimedia staat in 2001 op de agenda. Daarmee heeft de Messe Düsseldorf elk jaar een groter of kleiner evenement in huis over drukken, communicatie en media. In mei 2000 Drupa, in september 2001 de volgende Digimedia en in juni 2002 is het de beurt aan Imprinta.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|