|
|
De digitalisering van de labelpers
Grafici die zich serieus bezighouden met digitaal drukken zouden eens goed naar de labelprinters moeten kijken. Labelexpo in Brussel bood die gelegenheid. Problemen rond in-line afwerking bestaan er niet voor labelprinters: stansen, perforeren, nummeren, alles kan.
Het Atomium in Brussel doet gedateerd aan. Dat klopt want de enorme vergroting van een elementair ijzerkristal bouwden de Belgen in 1958 ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling. Het Atomium staat voor een optimistisch geloof in de toekomst en de zegeningen die techniek de mensheid brengt.
Dezelfde sfeer trof de graficus aan die in de schaduw van het Atomium de Labelexpo bezocht. Op het eerste gezicht lijken veel van de persen gedateerd, afkomstig van een begaafde smid om de hoek of een fanatieke knutselaar uit de garage. Tandwielen draaien dat het een lieve lust is, leidingen lopen van hot naar her, de inkt spat om je oren. Maar schijn bedriegt.
Scherpe regelgeving van de overheid op het gebied van milieu, voedsel en gezondheid dwingt persenbouwers en drukkers te zoeken naar creatieve oplossingen voor het veilig bedrukken van etiketten. Bovendien ziet de labeldrukker dezelfde trends als zijn collega offsetdrukker. De oplagen dalen, de kwaliteitseisen die aan labels worden gesteld gaan omhoog, terwijl de prijzen onder druk staan.
Het goede nieuws is dat de labelmarkt elk jaar groeit. Heidelberg gelooft ook in die groei en nam half september een dertig procent aandeel in de Zwitserse labelpersbouwer Gallus. Bernhard Schreier, de opvolger van Hartmut Mehdorn, zei bij zijn eerste publieke optreden als de nieuwe topman van Heidelberg dat de wereldmarkt voor flexopersen circa 800 miljoen euro bedraagt. Europese labeldrukkers investeren per jaar ongeveer 250 miljoen euro in flexopersen.
De techniek van de labeldrukker is vooral die van flexo en van UV-flexo. Wanneer de voortekenen niet bedriegen staat de labeldrukker, net als zijn collega in de wereld van de offset, aan de vooravond van het digitaliseren van de persen. Volgens onderzoeksbureau Labels & Labelling Consultancy bestond in 1998 vijf procent van de verkochte labelpersen uit digitale machines. De onderzoekers verwachten dat in 2005 een vijfde tot een kwart van alle nieuw verkochte labelpersen een digitale pers zal zijn. De onderzoekers durven nog verdergaande uitspraken te doen. Over tien jaar, zo schatten zij, is de helft van de geïnstalleerde labelpersen gedigitaliseerd.
Ook Agfa met zijn 32 si Chromapress weet dat de labelmarkt groeit. Agfa kondigde aan samen met Mark Andy, een grote naam op de labelmarkt, een digitale pers op de markt te brengen onder de naam Mark Andy Chromapress. Deze machine gaat, afhankelijk van de afwerkstraat die er achter komt te hangen, in de buurt van de 400.000 pond kosten. Er kan een rotatief worden afgewerkt, maar er bestaat ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld per vel te stansen. Het modulaire systeem van Mark Andy kan desgewenst worden uitgebreid met units voor UV, schoonsnijden en lamineren. Xeikon zit met zijn oplossingen op hetzelfde spoor.
Indigo wil meesurfen op groeiende markt en toonde zijn Omnius Webstream verpakkingspers met in line afwerkmogelijkheden van Partoria Engineering. Het is opvallend dat de Omnius verkeerd om gebouwd is. Alle persen hebben de invoer – gezien vanaf de drukker die naar de pers kijkt – aan de linkerkant. De rechterkant is voor de afwerkeenheden. Zo niet bij de Omnius. Deze loopt eigenzinnig precies de andere kant op.
Ook Gallus, die onder andere zijn Gallus Indigo DO 330 demonstreerde, heeft de Omnius om hem in lijn met de batterij afwerkapparatuur die er achter staat te krijgen, moeten omdraaien. Dat betekende de nodige veranderingen in de software, maar vooral veel aanpassingen bij de aan- en afvoer van papier.
Het zijn kleine hobbels voor persenbouwers die de digitale techniek ontdekken. Voorlopig stellen de constructeurs hun vertrouwen vooral in bewezen werktuigbouwkundige oplossingen, waardoor papierbanen met hoge snelheid van de rol komen, stilstaan, achteruitgaan om vervolgens in een vloeiende lijn het productietraject te vervolgen. De verschillende snelheden van de pers en de afwerkapparatuur is voor de labelpersenbouwers een probleem dat ze onder de knie hebben.
Drukkers die zich verdiepen in digitaal drukken en afwerken daarbij als één van de sleutelproblemen ervaren zouden te biecht kunnen gaan bij hun collega’s uit de labelmarkt. Een pers is voor labeldrukkers pas een volwaardige productiemachine als er een complete productiestroom in een vloeiende beweging loopt die leidt tot een keurig afgewerkt product. Papierafval en ander ongemak wordt direct via vernuftige systemen versnipperd en afgevoerd.
Op hun beurt kunnen labeldrukkers weer wat leren van de drukvormvoorbereiding van hun collega’s uit de wereld van offset. De drukvorm – voor een groot deel flexo - is voor labeldrukkers een gegeven. Er zullen weinig grafische beurzen zijn, waar zo weinig over RIP’s en netwerken gepraat wordt en zo weinig beeldschermen te zien zijn als de Labelexpo.
De aandrijving van de persen geschiedt vaak met een centrale as. De asloze concepten, bekend uit de krantenwereld en bijvoorbeeld van de Nederlandse Drent Vision smalbaan offsetpers – overigens niet op Label Expo aanwezig - vinden slechts mondjesmaat aanhangers. Gallus liet een nog niet draaiend prototype zien van de Gallus RCS 330, een pers met direct aangedreven drukwerken. De RCS 330 zal op Drupa voor de eerste keer daadwerkelijk in actie komen.
Niet alleen de persen die labels drukken veranderen. Het eenvoudige recht toe recht aan etiket volstaat niet langer en wordt om op te vallen in de schappen van de supermarkt vervangen door ingenieuze labels. Slimme etiketten hebben allerlei beveiligingskenmerken in zich die voorkomen dat producten onder valse vlag op de markt komen. Om diefstal te verhinderen levert Arsoma, onderdeel van Gallus, op zijn machine een hulpmiddel waarmee een minuscule chip wordt meegenomen, die er voor zorgt dat er een alarm afgaat als iemand zonder betalen de kassa passeert. Andere kenmerken die meegedrukt worden zorgen ervoor dat tijdens de productie en vooral het transport van de goederen er constant gekeken kan worden naar de productiedatum, de temperatuur of de uiterste datum waarop een product geconsumeerd kan worden.
Met de komst van de digitale persen ligt ook het personaliseren van etiketten voor de hand. Ook hier is de parallel met de digitale drukker duidelijk. Technisch kan het: maar wat moet je er mee? Het personaliseren van labels is mogelijk, maar nog niet profijtelijk.
Op twee andere fronten gaan de ontwikkelingen voor de labeldrukker snel: die van de inkten en die van de substraten. Op Labelexpo was een serie aan substraten te zien die het vervalsen bemoeilijken. Van Leer bijvoorbeeld levert Holosecure en andere gemetalliseerde papieren, die al dan niet met hologrammen bedrukt kunnen worden. Inktleveranciers zoeken naar alternatieven voor de goud- en zilverkleurige metaalinkten die onder druk van gezondheidseisen aan steeds hogere normen moeten voldoen.
Wat voorlopig een mysterie blijft is de manier waarop labeldrukkers proeven maken van hun producten. Stevig geformuleerd is colormanagement, net als prepress, een onbekend begrip in de wereld van flexo en inktrecepturen. Maar labeldrukkers laten hun soms merkwaardige persen draaien en weten de meest ingewikkelde en gecompliceerde opdrachten tot een goed einde te brengen. Het toverwoord daarbij is ambachtelijke kennis. Een begrip dat in de schaduw van het Atomium wonderwel floreert.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, oktober 1999]
Labelexpo blijft groeien
Volgens de organisatoren was de Labelexpo in Brussel de succesvolste tot nu toe. De lange rijen voor de kassa leverden uiteindelijk meer dan achttienduizend bezoekers op. Labelexpo liep van 13 tot 17 oktober in het Parc des Expositions te Brussel. De groei van de markt weerspiegelt zich in de groei van de beurs: deze was met veertigduizend vierkante meter een derde groter dan de laatst gehouden Brusselse Labelexpo. Op de beurs waren negenhonderd exposanten uit tien landen aanwezig. De volgende Labelexpo in Brussel vindt plaats in 2001 en zal volgens de organisatoren weer groter zijn.
Hybride persen dringen door op labelmarkt
Niet lang geleden onderscheiden de etikettendrukkers hun persen meer naar toepassing dan naar druktechniek. Er waren specifieke etikettenpersen, formulierenpersen en persen om verpakkingen mee te bedrukken. Maar ook in de labelmarkt dwingt de concurrentie tot creativiteit. Dat leidde tot hybride persen, die handelsdrukwerk aankunnen en in een vloeiende lijn deze producten afwerken. Sommige verwerken zelfs karton, hoewel de scherpe, vaak rechte hoeken die de papierbaan in een labelpers maakt, aan de dikte van het substraat grenzen stelt.
Een typerende eigenschap voor de labelmarkt is de breedte van de persen. Deze variëren in breedte van circa 250 mm tot een bovengrens van 520 mm. De smalbaanpersen zijn vaak uitgerust met een batterij aan drukwerken: zes- acht- of tienkleurenpersen zijn gemeengoed. De druktorens staan vaak in lijn, maar ‘satelliet-achtige’ oplossingen die relatief weinig ruimte in beslag nemen, hebben onder de constructeurs ook de nodige aanhangers. In-line afwerkmogelijkheden zijn onlosmakelijk met de persen verbonden. Dat zorgt voor hoge productiesnelheden en maakt verdere nabewerking overbodig.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|