|
|
POD geen rozegeur en maneschijn
Terwijl copierfabrikanten de grafische bedrijfstak het hof maken, lijken conventionele persenbouwers zich om te draaien. De Gea Adviesgroep inventariseerde de markt. ‘Elk product krijgt zijn eigen organisatie’.
Bijna een jaar lang werkte de Gea Adviesgroep aan een onderzoek naar Printing on Demand. Over de realiteit achter printing on demand vat de resultaten van de studie samen. Zoals het de Gea Adviesgroep betaamt begint het zijn analyse bij het orderpakket. De conclusie dat de oplagen dalen en de levertijden korter worden is niet nieuw of spectaculair. Volgens het Gea heeft deze trend wel ingrijpende gevolgen voor de manier waarop het werk in de drukkerij georganiseerd wordt. ‘De pod-organisatie’ bestaat niet, zei ing. F. H. van den Donker van het Gea, tijdens het seminar in Rotterdam waar de resultaten van de studie gepresenteerd werden. De manier waarop kleine orders door het bedrijf gaan is doorslaggevend voor de vraag of er geld mee verdiend kan worden.
Printing on Demand definieert het Gea vooral als een logistiek vraagstuk. De gebruikte grafische techniek is daarbij minder interessant. Vaak, maar niet noodzakelijk, gaat het om printorders in plaats van het klassieke offsetwerk. Pod-producten onderscheiden zich van meer conventionele grafische producten op twee manieren: door de onvoorspelbaarheid van de orders en de integrale complexiteit.
‘De onvoorspelbaarheid komt tot uiting in de samenstelling van de eindproducten, de wisseling van het aangeboden volume en het momentum van de aanlevering van de order.’ Met andere woorden: de drukker weet niet welke opdrachten er binnenkomen en wanneer en in welke oplage deze geleverd moeten worden. ‘De integrale complexiteit van de producten zegt iets over de aard en samenstelling van de producten: de gebruikt technieken, de variabiliteit van de inhoud en de aard van de te verwerken informatie, zoals digitale bestanden.’
Kleine organisatorische ingrepen zijn niet of nauwelijks in staat de samenhangende en complexe problemen rond POD op te lossen. De grafische eindproducten, of beter gezegd, elk grafisch proces, moet binnen een onderneming een eigen organisatie krijgen. Hoe het Gea dat zich voorstelt wordt in de studie met een uitgebreide case nader uit de doeken gedaan.
Het seminar kreeg een internationaal trekje door het optreden van Torsten Henke, marketingmanager van Heidelberg en dr. B. Egert, de directeur marketing van Man Roland. De namen van beide gereputeerde persenbouwers werkte als een magneet; de zaal zat vol drukkers.
Tijdens hun inleidingen bleek dat er over de afbakening van het begrip ‘Printing on Demand’ nog altijd grote onduidelijkheid en onenigheid bestaat. Volgens de een is POD vanaf het eerste begin en onlosmakelijk verbonden met de grafische bedrijfstak. Immers: al het drukwerk wordt pas geproduceerd als een klant daartoe opdracht geeft en het werk moet ook altijd voor een bepaalde deadline geproduceerd worden. Voor de ander is printing on demand pas echt POD wanneer er sprake is van een telkens wisselende afdruk.
Torsten Henke van Heidelberg kwam niet veel verder dan het aanprijzen van de DI-techniek. Een mooie techniek, die platen op de Quickmaster en Speedmaster direct op de pers belicht, maar niet kan personaliseren. Snelle omsteltijden vormen het antwoord van Heidelberg op korte levertijden en kleine oplagen. De persen kunnen ook ingezet worden als proefpers en tegelijkertijd als productiepers. De klant krijgt immers een proef op basis van dezelfde data, perskarakteristiek en hetzelfde oplagepapier. Henke gaf direct toe dat het hier om een nichetoepassing ging.
Torsten Henke bleef opmerkelijk stil over de luidruchtige manier waarop Heidelberg zich op de printermarkt roert. In het voorjaar van dit jaar nam het Kodak Imaging in de Verenigde Staten over en kreeg daarmee de DigiSource in handen. De DigiSource is een hoogvolume zwart/wit printer, die de concurrentie met de Xerox DocuTech moet aangaan. De DigiSource ziet Heidelberg als een machine waarmee geld te verdienen valt in het oplagegebied dat net onder de GTO blijft steken. Een ander initiatief van Heidelberg is NexPress. NexPress hoopt op de komende Drupa een robuuste kleurenprinter te lanceren, die naadloos past in de productiestroom van de drukkerij. Ook over deze machine bracht Henke niets nieuws. Het rondzingende gerucht dat Heidelberg serieus in gesprek is met Océ, om een deel dan wel het hele bedrijf over te nemen, wilde al helemaal niemand bevestigen.
Dr. B. Egert van Man Roland, mathematicus van huis uit, begon met een rekensom. ‘Op de hele wereld staan 450.000 drukkerijen. Die drukkerijen kochten met zijn allen tot nu toe 6.000 digitale persen. Van dat aantal wordt de helft gebruikt.’ Zijn conclusie: vergeleken met offset is het aandeel printing on demand zo verwaarloosbaar klein dat er eigenlijk niet over gesproken hoeft te worden. Omdat Egert meer spreektijd kreeg dan de minuut die hij nodig had om zijn demagogische sommen te maken, beleed hij zijn geloof in draaiend staal en verwees daarbij naar Drupa, waar Man Roland een ‘direct to cilinder’ techniek lanceert, die het wisselen van platen overbodig maakt.
Het personaliseren of individualiseren van drukwerk deden beide vertegenwoordigers van de grondleggers van de grafische machinebouw nog net niet af als onzin. Dat is werk voor automatiseerders en nerds uit de informatietechniek. De boodschap was duidelijk: koop ons staal met de laatste techniek en alles komt goed.
Niemand zal het persenbouwers kwalijk nemen dat zij vooral proberen zo veel mogelijk drukpersen te verkopen. Ook is het waar dat grafische bedrijven met deze productiemiddelen hun geld verdienen. Maar met je rug naar nieuwe ontwikkelingen gaan staan, heeft op termijn nog nooit profijt opgeleverd.
Wim Verhagen, directeur van de Den Haag Media groep bevestigde nuchter en realistisch de bevindingen van het Gea onderzoek. Verhagen en de zijnen willen al een paar jaar ‘vluchten uit de traditionele grafische activiteiten met zijn prijsdruk en lage rendementen.’ Hij bracht de printactiviteiten al snel onder in een andere onderneming en scheidde ook fysiek de drukkerij en de printroom.
De problemen rond het calculeren van opdrachten met een zeer kleine oplage, bracht Verhagen nog eens onder de aandacht. ‘We hebben veel van die machines staan, maar eerlijk gezegd snap ik weinig van die mensen van Océ, Xerox, Danka of van welke kopieerfabrikant dan ook.’ Verhagen duidde op de gangbare calculatiepakketten die in gebruik zijn. Volgens het Gea rapport voorzien deze alleen in de mogelijkheid ‘bewerkingen’ of ‘artikelen’ in te voeren. De bewerkingen berekent de calculator met uren maal tarief. Bij artikelen geldt de prijs per eenheid. Hoewel met behulp van ‘artikelen’ de tellertikprijs – de eenheid waarmee copiers werken – kan worden ingegeven, werkt dit zeer omslachtig bij een gestaffelde prijsopbouw. En dan hebben we het nog niets eens over de kosten voor het maken van een factuur bij een oplage van één.
Wim Verhagen groeide met zijn printactiviteiten in korte tijd naar een omzet van ƒ 7 miljoen per jaar. ‘Maar daar moet dan wel ƒ 1 miljoen per jaar bij. Printing on demand is geen rozengeur en maneschijn.’ Desondanks verwacht Verhagen de omzet van deze activiteit binnen twee jaar verder te zien groeien naar ƒ 15 miljoen. De directeur van de Den Haag Media groep bracht nog een punt naar voren dat onderbelicht blijft. ‘Hoewel alle printactiviteiten relatief nieuw zijn en de complexiteit hoog, kun je je geen uitglijders permitteren. Klanten die bij mij hun drukwerk brengen, krijg ik meestal ook als klant voor mijn print, data en andere activiteiten. Dat is ook precies de bedoeling, want we willen via één loket de klant al zijn zorgen rond communicatie uit handen nemen. De andere kant van de medaille is dat wanneer er met een paar kleine printordertjes iets fout gaat ook je mooie drukorder op de tocht komt te staan.’
Wim Verhagen heeft geen keus: hij wil verder met het vernieuwen van zijn productie en is bereid daarvoor financiële offers te brengen. ‘Ik kan er eerlijk over zijn: bij ons wordt het geld verdiend zoals drukkers al honderden jaren geld verdienen, met een drukpers.’
Twee dames van de Zingende Jukebox besloten het seminar met Songs on Demand. Slechts enkel dapperen maakten van de mogelijkheid gebruik om een tranentrekkend of juist vrolijk liedje door de zangeressen te laten zingen. Die houding loopt parallel met de Print on Demand praktijk van vandaag: de technische mogelijkheden zijn er, maar slechts enkelen durven het avontuur aan. De zingende jukebox draaide daarom maar het standaard repertoire af. Ook dat zal veel grafische ondernemers bekend voorkomen.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, november 1999]
Grafisch bedrijf anders organiseren
Het rapport Over de realiteit achter printing on demand is geschreven door Aloys van Balen, Frans van den Donker en Flint Tiao en telt ruim vijftig pagina’s. Een groot gedeelte van het rapport gaat over een fictieve grafische onderneming die bij een stijgende omzet zijn rendement ziet dalen. Het rapport doet aanbevelingen voor de manier waarop een grafisch bedrijf kan inspelen op de stijgende stroom orders met tegelijkertijd dalende oplagen. Het rapport kost ƒ 295 en is te bestellen bij de Gea Adviesgroep te Weesp, tel. 0294 410 919 of www.gea.nl.
POD terug van even weggeweest
De oude jeneverfabriek van Hulstkamp in Rotterdam was op 16 november stampvol met meer dan 250 bezoekers uit vooral de grafische bedrijfstak. Het thema Print on Demand, dat na de euforie en paniek tijdens de lancering van de eerste Indigo-persen nu zo’n zeven jaar geleden wat wegzakte uit de belangstelling is weer volop in beeld. Naast veel drukkers waren alle digitale printerfabrikanten, behalve Indigo, aanwezig: Agfa samen met Océ, Danka, IBM, Lanier en Xerox.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|