Papier

 

  

Omhoog

 

 

Papier blijft

 

Het assortiment papier voor de kantoor- en soho markt groeit met de dag. Printers, faxen en copiers: allemaal stellen ze hun eigen eisen aan papier. Papier blijft een natuurproduct dat zich lastig laat temmen.

 

Iedere Belg consumeert ruim tweehonderd kilo papier per jaar. Het papierloze kantoor, ooit een geliefd thema van toekomstvorsers, is verder weg dan ooit. Met de komst van nieuwe print- en druktechnieken ziet het er niet naar uit dat papier zal verdwijnen. Integendeel. In 1998 maakte Buhrmann – toen nog KNP BT – bekend te gaan samenwerken met IBM op het gebied van kantoorpapier. Het assortiment is divers, klanten zijn er vele en distributie vindt plaats via alle mogelijke kanalen. De Europese markt voor A3 en A4 kantoorpapier schatten de twee samenwerkende bedrijven jaarlijks op ruim 3,1 miljard euro. Alleen Buhrmann verkoopt in Europa al 1,8 miljoen ton papier.

 

De belangrijkste oorzaak voor de stijgende vraag naar kantoorpapier is de explosieve groei van het aantal personal computers, zowel op kantoor als in de Soho-markt. Onderzoekbureau International Data Corporation IDC turfde aan computerverkopen in het eerste kwartaal van dit jaar 24,5 miljoen machines. Dat is bijna een kwart meer dan de verkopen in dezelfde periode vorig jaar. Aan deze computers hangen printers die vragen om verschillende soorten en kwaliteiten papier. Formulieren, meestal in zwart/wit, komen niet langer van de drukker om de hoek, maar van de repro, de postkamer, of rechtstreeks uit de printer. De verkoopgrafiek uit het weekrapport moet in een kleurtje, op het omslag staat het bedrijfslogo in full colour en achterin was er nog plaats voor de foto’s van het jaarlijkse uitstapje.

 

Papier is de belangrijkste drager van informatie. Daarom is het materiaal ons ook zo vertrouwd. Van de prilste rekensommen tot en met de afschrijving van het ouderdomspensioen: alles gaat via papier. De papiermaker, ooit gestart als ambachtsman die langs heldere beken zijn nijvere arbeid verrichtte, is uitgegroeid tot een procestechnoloog die werkt in een wereldwijde en ver geautomatiseerde industriële bedrijfstak.

 

Ondanks de geautomatiseerde aanmaak van papier blijft het een natuurproduct met alle charmes en nadelen van dien. Drukkers zijn ervaren grafici die zich door dit natuurproduct nauwelijks meer laten verrassen. Voor hen zijn begrippen als relatieve vochtigheid, randverkorting, opaciteit, elektrostatische lading en looprichting begrippen waar ze mee hebben leren werken. Toch zien drukkers elke dag weer dat het de moeite loont zorgvuldig met papier om te gaan omdat hun productie daardoor met minder storingen verloopt.

 

Anders is dat in een kantoor. Vaak liggen daar de pakken papier op een plaats waar het uitkomt en niet waar de voorraad het beste kan acclimatiseren. Bij kleinere kantoren ligt de voorraad papier soms in het gootsteenkastje onder het aanrecht. Een lekkende kraan zorgt er dan voor dat er geen vel meer probleemloos door de kopieermachine gaat. Wanneer papier golvend uit de verpakking komt is de vochtigheid te hoog.

 

De relatieve vochtigheid is één van de boosdoeners die op kantoor voor veel ellende kan zorgen. Wie papier dat zo uit de vrachtwagen komt rechtstreeks in de kopieermachine of printer stopt vraagt om moeilijkheden. Hoe is dat mogelijk?

 

Veel bedrijven laten hun huisstijl met briefhoofd en logo in full colour op het papier voordrukken. De brief, factuur of nota wordt er dan later met behulp van de laserprinter in zwart ingeprint. Deze twee verschillende druktechnieken – offset en laserprinten - geven het papier elk op hun eigen manier op zijn donder.

 

Drukkers in offset werken het liefst met papier dat een relatieve vochtigheid heeft van 55% bij 20 graden Celsius. Bij de offsettechniek wordt met water en inkt gewerkt. Deze voorbedrukte vellen gaan later door een laserprinter heen waar de temperatuur zo’n 200 graden Celsius bedraagt. Die hoge temperatuur is nodig om de toner op het papier te fixeren. Wat er nog aan vocht in de papiervezels zit verdampt in één klap. De vezels krimpen in één richting en het papier gaat krom staan. Drukkers proberen dan ook dit type handelsdrukwerk met zo weinig mogelijk vocht te drukken. Met te weinig vocht gaat het ook weer niet omdat dan het papier statisch geladen wordt. Daardoor plakken de vellen aan elkaar en ontstaan er storingen of zelfs statische ontladingen.

 

De snerpende geluiden van een matrixprinter die van links naar rechts en vervolgens van rechts naar links zijn inkt op het papier spoot zijn, net zo min als het gehamer op een gewone typemachine, op kantoor nog te horen. Matrixprinters komen alleen in musea nog in actie. De inkjettechniek die een verdere verfijning is van het grove inktschieten van vroeger, is aan een technische opmars bezig. Drukkers gebruiken inkjetprinters van bijvoorbeeld Epson om een afdruk te maken, waarna de klant deze proef kan fiatteren.

 

Bij het printen met inkjet is er geen sprake van overmatige hitte. Over dat probleem hoeven de papiermakers zich dus het hoofd niet te breken. Daar staat tegenover dat de inkjettechniek gebruik moet maken van vocht en oplosmiddelen om de inkt op het papier te spuiten. Als het oplosmiddel niet snel genoeg weg kan gaat ook hier het papier vervormen. Wanneer de inkt niet snel genoeg droogt en op de oppervlakte van het papier blijft liggen zijn vegen en vlekken onvermijdelijk.

 

Papier voor inkjetprinters moet dan ook aan een speciale eigenschap voldoen. De inkt moet op het oppervlak blijven liggen, terwijl het vocht juist in en door het papier zijn weg moet kunnen vinden. Dat is lastig bij zeer gladde en glimmende oppervlakten. Het duurt een tijdje voordat zonder dat het risico bestaat voor vegen en vlekken de inkt goed droog is.

 

Inkjet printen is een verzamelnaam voor een aantal uiteenlopende printtechnieken. Grofweg zijn er vier verschillende technieken te onderscheiden. Drop on demand, is een techniek waarbij de inkt wordt vrijgemaakt door druk uit te oefenen zodat een druppel inkt in de juiste hoeveelheid op het papier terechtkomt. Bij contintinous ink staat de inkt permanent onder druk en spuit deze een ononderbroken straal inkt. De derde techniek is thermal, waarbij een gasbel in de spuitmond wordt gevormd, die weer druk uitoefent, waardoor er inkt op papier terechtkomt. Tot slot is er de solid ink techniek, waarbij blokjes inkt in vaste vorm worden gesmolten en daarna op het papier worden gespoten.

 

Inkt spuit uit de printkop met behulp van twee verschillende technieken. Of de inkt wordt verhit, waardoor deze uit het reservoir spuit, of het spuiten wordt in gang gezet met behulp van een piëzo-keramisch proces, waarbij de inkt naar het papier wordt gedreven.

 

De kwaliteit van de laserprinters is meer dan voldoende voor het gemiddelde kantoorwerk. Wel bestaat er verwarring over het oplossend vermogen van deze printers. Desktop printers staan in de verkoopfolders aangeprezen met 1440 dpi (dots per inch). Dit betekent niet dat de printer 1440 inktpunten per inch op het papier spuit, maar dat een dergelijke printer in staat is om op elke willekeurige plaats op het papier een inktspot te plaatsen met een nauwkeurigheid van het 1440ste deel van een inch. Hoge resolutie printers zitten meestal in de buurt van een oplossend vermogen van 200 dots per inch. De printerfabrikanten werken aan een verhoging van de outputkwaliteit van hun producten. Punten van aandacht zijn daarbij onder andere de samenstelling van de inkten, de grootte van de inktdruppels en het aantal kleuren.

 

Waar de markt heen gaat is niet te voorspellen. In de professionele grafische markt zijn er bedrijven die rekenen op een absolute doorbrak van de inkjet-techniek, anderen houden het erop dat laserprinten in kleur een grote toekomst wacht. In mei volgend jaar vindt in Dòsseldorf Drupa plaats: de grootste en belangrijkste grafische vakbeurs ter wereld. Hier zullen traditionele drukpersenbouwers en printerfabrikanten om het hardst strijden wie de printtechniek van de toekomst in handen krijgt. Ook voor de kantoormarkt zijn spectaculaire ontwikkelingen te verwachten. Heidelberg en Kodak werken samen aan een nieuwe kleurenprinter in het NexPress-project. Xerox is van plan een digitale hoog volume full colour printer te lanceren, die nu onder de codenaam Constellation wordt ontwikkeld. Xeikon nam deze maand de hoogvolume zwart/wit printerbouwer Nipson over. Agfa heeft een belang genomen in de Britse firma Xaar die op basis van inkjettechniek werkt aan een machine die honderd pagina’s A4 per minuut in full colour kan printen.

 

Voor inkjet printers bestaat een breed scala aan papier. Aan de onderkant van de markt staat papier zoals dat in analoge copiers veel wordt gebruikt. Dit papier is voorzien van een coating die de inkt opzuigt en wordt gebruikt voor eenvoudig printwerk met een redelijke kleurkwaliteit. Hoger in de markt en dus duurder, zijn de papiersoorten met een mat of  glanzend oppervlak, waarop foto’s kunnen worden afgedrukt. Mat papier is praktisch wanneer in het document sprake is van een combinatie van tekst en grafieken. Hoogglans papier is het domein voor kwalitatief hoogstaand werk en foto’s kunnen hier goed mee worden afgedrukt. Teksten zijn van deze hoogglanzende papiersoorten weer iets lastiger te lezen.

 

Er zijn leveranciers die claimen dat op één papiersoort met verschillende printtechnieken topresultaten te boeken zijn. Agfa bijvoorbeeld lanceerde tijdens de CeBIT vorige maand een nieuwe generatie inkjet-papier. De nieuwe formule van het papier werd ontwikkeld met het oog op de groeiende kwaliteit van de inkjet printers. De truc zit hem in de opbouw van de coating die bestaat uit verschillende lagen. ‘Agfa heeft het product uitvoerig getest op alle grote printermerken. Het blijkt universeel compatibel en dus op alle printers een helder en scherp resultaat op te leveren met uitstekende droogtijden,’ zegt Agfa.

 

In hoeverre deze claim voor de volle honderd procent in de praktijk wordt waargemaakt is de vraag. Wel is duidelijk dat de grotere papierleveranciers serieuze aandacht aan de kantoor en Soho-markt besteden. Papier in een kantooromgeving vraagt om andere eigenschappen dan papier dat een drukker gebruikt. Dat geldt ook papier voor inkjetprinters en voor laserprinters. Het assortiment voor papier dat digitaal te bedrukken is en waarmee te kopiëren en te printen valt groeit met de dag. Dat is aan de resultaten ook te zien. De memo’s, verslagen en rapporten zien er frisser en beter uit, waardoor hun communicatiekracht stijgt. En daar is het uiteindelijk allemaal om te doen.

 

Leon van Velzen

 

[Publicatie: Grafisch Nieuws, april 1999]

 

 

De basis van papierproductie

 

De belangrijkste grondstoffen voor papier zijn oud papier en/of houtpulp. In de papierfabriek wordt pulp gebruik die gemaakt kan zijn van hout (deze is mechanisch bewerkt en wordt daarom mechanische pulp of cellulose genoemd) van oud papier of een mengsel daarvan.

 

Zeep maakt de papiervezels schoon. Opstijgende luchtbelletjes brengen de inktresten aan de oppervlakte. Papiermakers noemen dit ‘flotatie’. Chloor, vroeger veelgebruikt om de vezels te bleken, is nu in bijna alle gevallen vervangen door veel minder schadelijke stoffen zoals zuurstof, waterstofperoxide of ozon.

 

Aan de ingedikte en geperste pulp worden vulstoffen zoals klei en hars toegevoegd. De substantie bestaat dan nog voor 99% uit water en voor 1% uit pulp en hulpstoffen. Een deel van dit water wordt via een zeefdoek verwijderd. De papierbaan bevat dan nog altijd 85% water. Persen en walsen drukken nog eens zo’n 35% van het vocht uit het papier, waarna de substantie nog voor de helft uit papier en de andere helft uit vocht bestaat. Via een aantal tussenstappen wordt het resterende water uit de papierbaan geperst en later in droogmachines verdampt. Het oppervlak wordt voorzien van een strijklaag of glad gemaakt, waarna op bobineuses of snijmachines vellen worden gesneden.

Internet: http: //www.papierinfo.nl

 

 

A4 is de norm

 

Papier op kantoor is er in alle soorten en gewichten, maar de meeste zijn gewoon 80 grs A4. Dat Din A4-formaat - 21cm bij 29,7 cm - is in Europa de standaard op kantoren. Handig, want je hoeft nu alleen van papierbak te wisselen bij het omstellen van A4 naar A3. (Een dubbele A4: 42 cm bij 29,7 cm) Overigens zijn deze standaarden niet wereldwijd hetzelfde. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld werkt men met andere standaardformaten.

 

 

Drie vaktermen verklaard

 

In de professionele grafische markt bestaat een onderscheid tussen ‘gestreken’ en ‘ongestreken’ papiersoorten. Gestreken papier is voorzien van een strijklaag van krijt en/of porseleinaarde. Daardoor is het mogelijk er met fijne rasters op te drukken. De strijklaag kan mat, glanzend of hoogglanzend zijn.

 

Een ander veelgebruikte term is de ‘looprichting’ van het papier. Deze looprichting wordt bepaald door de manier waarop de vezels in het papier liggen opgesloten. Als papier in de verkeerde looprichting wordt gebruikt kan het makkelijker breken. Wanneer een rol papier eenmaal tot vellen is gesneden is het lastiger de looprichting vast te stellen.

Een derde bekend begrip is de ‘opaciteit’ of doorschijnendheid van papier. Papier dat aan beide kanten van tekst en beeld wordt voorzien moet een hogere opaciteit hebben dan vellen die eenzijdig worden bedrukt of geprint.

 

 


© 1998 - 2012 | Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt: 18 april 2012
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons