|
|
Scitex: gedreven en zelfbewust
Scitex bouwde in het Parc des Expositions op het terrein van het voormalig vliegveld Le Bourget bij Parijs een vrijwel complete drukfabriek. De Scitex Print Factory, die van 13 tot 20 november meer dan duizend bezoekers trok, was een tijdelijke tempel vol grafische techniek. Scitex haalde alle producten en diensten die het kan leveren uit de kast om te demonstreren dat het met de laatste grafische technieken die het in huis heeft de doorvoer van jobs kan vergroten, de doorlooptijd kan verkorten en door het toepassen van hard en soft proofing fouten in de drukwerkvoorbereiding kan voorkomen.
Hoewel Scitex vooral de snelheid en kwaliteit van een digitale ‘business flow’ zoals Scitex de productiestroom noemt, wilde laten zien, maakte de onderneming van de gelegenheid gebruik een half jaar voor Drupa nog een aantal nieuwe producten te lanceren.
De Lotem XL lijn van grootformaat plaatbelichters, die voortborduurt op de succesvolle Lotem 880 V plaatbelichter, werd compleet gemaakt belichters voor de grootste 64-pagina offsetpersen. De serie omvat drie modellen: de Lotem XL 45/80, de Lotem XL 55/80 en de Lotem XL 60/80. Bij deze CTP-belichters is alleen de doorsnede van de drum verschillend.
De Lotem XL 55/80 is nu aan het bètatesten en is leverbaar in het eerste kwartaal van komend jaar. De machines kunnen in principe alle thermische platen belichten die op de markt zijn met een gevoeligheid van 830 nm en een plaatdikte tussen de 0,2 en 0,5 mm. Scitex testte in combinatie met de machines de Electra 830 drukplaat van KPG, de Extrema 830 van Lastra, de Brillia van Fuji en de Thermostar van Agfa. Met de volautomaten hoopt Scitex vooral de markt aan te boren van drukkerijen die werken met verschillende persformaten. Elke plaat met een minimum grootte van 457 x 457 mm kan tot de uiterste plaatrand worden belicht. De machines maken gebruik van de eigen Brisque Digital Front End van Scitex met vier PowerPC processoren van 332 MHz.
Speciaal voor de verpakkingsmarkt ontwikkelde Scitex de Lotem Flex 40/45 belichter. Dit is de eerste in een nieuwe lijn van computer-to-flexo plaatbelichters van Scitex. Ook deze belichter is uitgerust met dezelfde 830 nm laserdiode belichting als de XL-serie. Een full size flexoplaat kan bij 2540 dpi in zestien minuten worden belicht.
Op het gebied van databeheer lanceerde Scitex een geautomatiseerde systeem onder de naam Timna. Het systeem is ontwikkeld om een grote hoeveelheid productiedata te controleren. De Timna datamanager maakt gebruik van een krachtige relationele database met de mogelijkheid direct en continu al het dataverkeer binnen het grafisch productieproces te volgen. Dit gebeurt automatisch, dus zonder tussenkomst van een operator. Directe interactie met de database is ook mogelijk, zodat operators desgewenst jobs kunnen opvragen en archiveren. In het verlengde van het Timna databeheerssysteem lag de Timna Web applicatie, die eveneens toegang biedt tot de productiedatabase. Hierdoor is het mogelijk dat opdrachtgevers dicht betrokken raken bij het productieproces. Timna Web maakt gebruik van de standaard Webbrowsers van Microsoft of Netscape. Eén van de toepassingen is een mogelijke integratie met RenderView van Scitex. Dit systeem maakt softproofing in hoge resolutie op afstand mogelijk.
Yoav Z. Chelouche, president van Scitex nam de gelegenheid waar om de visie van Scitex op de grafische markt te verduidelijken. De basis voor Scitex is de digitale werkvoorbereiding. Onderzoek en ontwikkeling in de prepress vormen het fundament van Scitex, zei Chelouche. De snelst groeiende markt is die van digital printing. Over de omvang van die markt liet Chelouche zich niet uit. De verwachtingen rond de 74 Karatpers met belichting op de pers zijn onverkort hooggespannen. De eerste machines zijn nu in bètatest en Scitex verwacht tegen Drupa, in mei volgend jaar, de eerste productiemachines bij klanten te installeren. Als laatste noemde Chelouche de samenwerking met British Telecom in Vio: een manier om op een betrouwbare manier data uit te wisselen tussen opdrachtgevers en grafische bedrijven.
David Ofek, directeur van Scitex Europa, stelde dat Scitex vooral bekend is bij de groep middelgrote drukkerijen. Hij wil zowel bij drukkerijen met grootformaatpersen als bij de kleinere drukkerijen marktaandeel gaan veroveren. ‘Nu de CTP-familie compleet is en kan werken vanaf het GTO-formaat tot en met de 70/100 persen en de rotatieoffsetpersen liggen die markten voor Scitex binnen handbereik.’ Scitex levert apparatuur voor computer naar film en computer naar plaat. ‘Computer-to-film, computer-to-plate: dat zijn boeiende vragen. Maar nog belangrijker dan de techniek is de vraag hoe te komen naar computer-to-profit’, zei Ofek.
Scitex toonde aan in zijn tijdelijke digitale drukfabriek over alle productiemachines te beschikken die nodig zijn om een vloeiende grafische werkstroom te realiseren. Het begint met de invoer van data waarvoor zowel de EverSmart Supreme scanners en voor het ontrasteren van analoge film de EverSmart Dot applicatie werken. Deze laatste kan zowel punt voor punt kopiëren (copydot) als digitaal ontrasteren. In beide geval is het analoge materiaal omgezet in data en bruikbaar in een digitale werkstroom.
De Brisque Extreme Digital Front End, verder verbeterd en versterkt als gevolg van de samenwerking met Adobe, maakte tijdens de Print Factory een PDF-werkstroom mogelijk, die er voor zorgt dat zowel voor het proofen op bijvoorbeeld de Iris iProof systemen als de Lotem CTP-belichters dezelfde geripte data wordt gebruikt. Het ‘Rip Once, Output Many’ principe blijft dan ook het hart van de Brisque Extreme werkstroom. Met het Iris43Wide grootmontage proefsysteem, gebaseerd op piëzo-elektrische inkjet, kan een 8-up dubbelzijdige grootmontageproef in 360 dpi in circa 13 minuten worden geprint. De Iris2Print en Iris4print zijn geschikt voor de kleinere drukvormen.
Bijna alle digitale data verschijnt uiteindelijk in gedrukte of geprinte vorm. KBA installeerde een Rapida 105 pers (72/105) met een maximale druksnelheid van 15.000 druks per uur. De digitale data uit de prepress zorgde voor de inktprofielen op de pers via het CIP3-protocol. Andere machines die tijdens de Print Factory aan het printen en drukken waren: De GrandJet V2 met supergrootformaat afbeeldingen en de DocuColor 40 en DocuColor 70 van Xerox. Daarnaast kwam ook de Scitex VersaMark in actie, gespecialiseerd in het met hoge snelheid printen van variabele informatie in een oplage van één. De zwart/wit rotatieprinter met spotkleur, wordt vooral ingezet voor het printen van boeken, rekeningen of het maken van direct mail.
De 74 Karat, de pers die de prepress van Scitex combineert met de persenbouw van KBA, was niet te zien op de Print Factory. Volgens Marc. C. Bax, marketing manager van Karat Digital Press, zou het opstellen van de Karat te veel mensen bij de ontwikkeling hebben weggetrokken en dat wilde niemand. Zo kritisch ligt de deadline voor de Karat, die zowel Scitex als KBA, vóór Drupa productierijp willen hebben.
Met Print Factory in Parijs bewees Scitex zijn kracht als innovatieve digitale prepressbouwer. De focus op de grafische bedrijfstak lijkt goed te werken. Producten maken meer en meer deel uit van een productlijn, in plaats van ‘stand alone’ machines, zodat met relatief gelijkblijvende kosten in onderzoek en ontwikkeling een groter deel van de grafische markt bestreken kan worden. De omzet van het bedrijf vertoont dan ook een gezonde groei. Deze steeg in de eerste negen maanden van 1999 tot 494 miljoen dollar. In dezelfde periode een jaar eerder bedroeg deze nog 463 miljoen dollar. Het totale netto-inkomen voor de eerste maanden van 1999 liep op tot 17,7 miljoen dollar vergeleken met een nettoverlies van 117,2 miljoen dollar voor dezelfde periode een jaar eerder. Scitex toonde zich met de Print Factory tijdens het laatste grote evenement van dit millennium in Parijs gedreven en zelfbewust aan de Europese grafische industrie.
Leon van Velzen
[Publicatie: Grafisch Nieuws, november 1999]
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|