Druksystemen

 

  

Omhoog

 

 

Wie koopt de digitale druksystemen?

 

De kopers van digitale druksystemen zijn over het algemeen prepressbedrijven, entrepreneurs en grote geďntegreerde drukkerijen. Drukkers zijn nog steeds mondjesmaat geďnteresseerd in digitaal drukken.

 

Digitale druksystemen als die van Xeikon en Indigo zijn echte digitale druksystemen. Ze zijn goed vergelijkbaar met de Heidelberg DI-persen, de Adast DI, de KBA/Scitex Karat 74 en de Screen TruePress. Deze laatste twee systemen concurreren in de markt weliswaar met de kleine oplage toepassingen van de ‘echte’ digitale druksystemen, maar ontberen een aantal functies die de Xeikon-achtigen en Indigomachines uniek maken.

 

Xeikon ‘engines’ worden geleverd door Agfa als ChromaPress, IBM als InfoPrint, Xeikon zelf als DCP en Xerox als DocuColor. Sommige leveranciers rekenen de door een RIP gestuurde hoogvolume kleuren copier en laserprinter ook onder de digitale druksystemen. De kwaliteit is vaak zo afwijkend dat hier sprake is van ‘printen’ in plaats van drukken.

 

Door veel aspirant-kopers worden de digitale druksystemen van Indigo  en op Xeikon gebaseerde ‘engines direct met elkaar vergeleken. Eigenlijk kan er een vergelijk worden gemaakt met vellenoffsetdruk en rotatieoffsetdruk. Bij veel papier- en formaatwisselingen is een vellendruksysteem – Indigo – sneller om te stellen dan een rotatiedruksysteem – de op Xeikon gebaseerde systemen. Een bedrijf dat veel verschillende producten in hetzelfde formaat op dezelfde papierdikte drukt zal eerder een Xeikon kiezen dan een bedrijf dat veel kleine orders op veel verschillend papiersoorten en dikten produceert. Verder zijn er kwaliteitsverschillen die in veel gevallen ‘gevoelsmatig’ zijn; de eindgebruiker van het drukwerk ziet in veel gevallen het verschil niet echt.

 

Wie veel dubbelzijdig drukt in kleine oplagen vindt in de Xeikon DCP/50 en de daarvan afgeleide persen een machine die sneller is dan de Indigomachines. Bovendien kan men op deze machines posters in formaten tot 50 centimeter bij enkele meters drukken. De Indigo vellenmachines zijn gelimiteerd zijn tot het A3 plus formaat. Voor verpakkingsdruk levert Indigo weliswaar de Omnius, een enkelzijdige rotatiemachine, maar deze wordt alleen in het specifieke marktsegment verpakken toegepast.

 

De Indigo E-Print, PrintPro en TurboStream digitale vellendruksystemen verschillen van de Xeikon ‘engine’ gebaseerde machines op een aantal fronten. Deze verschillen kunnen de keuze voor een bepaald type pers eenvoudiger maken. Vellendruk maakt het mogelijk om kleine oplagen van verschillend type drukwerk snel af te wisselen. Als men bijvoorbeeld het ene moment brochures drukt in kleine oplagen en vervolgens visitekaartjes, daar na overhead presentaties op film dan is een Indigo het geschiktst. Bij kleine, wisselende jobs voelt de Indigo zich prima thuis. Over kwaliteit van het drukwerk wordt altijd getwist. Feit is echter dat Indigo opties heeft waardoor het mogelijk is in een aanmerkelijk hogere resolutie te drukken: 2400 x 812 dpi ten opzichte van 600 dpi bij de Xeikon engines. Dit is vooral voor de uiteindelijke beeld- en tekstscherpte van betekenis. Xeikon engines hebben bij 600 dpi een grotere kleurdiepte (tot 16 kleuren per pixel) zodat met minder grove rasters een volledige kleuromvang gehaald kan worden.

 

Indigo werkt met ‘ElectroInk’ een vloeibare inkt die gedroogd wordt tijdens de overdracht naar het ‘rubberdoek’ en uit veel kleinere pigmentdeeltjes bestaat dan de ‘droge toner’ die gebruikt wordt in de Xeikon ‘engines’ en direct op het papier wordt overgedragen. Verder is er een optie bij Indigo om verschillende extra kleuren toe te passen, met IndiChrome kan er door de toevoeging van oranje en paars een grotere kleuromvang bereikt worden. Vooral bij het separeren van huisstijlen die normaal in Pantone gespecificeerd zijn kan dit een voordeel zijn. Het mengen van inkt is ook ‘off-press’ mogelijk, want de pers heeft (met uitzondering van de PrintPro) de mogelijkheid om de schakelen tussen CMYK plus twee steunkleuren.
Door het werken met vellen, plus het gebruik van vloeibare ‘inkt’ en in offset, zijn meer ‘ruwe’ papiersoorten en dikker materiaal toepasbaar. De Indigo CardPress kan zelfs direct op plastic credit cards printen. Ook registratieproblemen zijn minder aanwezig met de Indigosystemen omdat het papier een kortere weg aflegt voor het bedrukken van de verschillende kleuren en minder verhit wordt.
 

De digitale rotatie druksystemen van Xeikon worden door een groot aantal leveranciers geleverd

bullet

Door Xeikon zelf, via een netwerk van dealers en directe verkoop overal ter wereld. De machines worden verkocht als DCP32 en -50 modellen met naar keuze met verschillende Barco/Harlequin front-ends.

bullet

 Agfa verkoopt de Xeikon drukmachine met een eigen ‘front-end’ oplossing genaamd IntelliRIP/Server onder de naam ChromaPress 70 en 100. Agfa verkoopt meestal direct via de eigen verkoopkanalen. Ook Océ werkt met Agfa samen bij de verkoop van de ChromaPress.

bullet

Xerox levert dezelfde ‘engines’ als DocuColor 70 en DocuPrint 100 met een keuze aan ‘front-ends’ van Scitex - SX3000T – en EfI –ZX70. Xerox verkoopt door de eigen ‘production colour printing’ afdelingen in de verschillende landen.

bullet

IBM levert de InfoPrint machines met een combinatie van IBM of Barco front-end en verkoopt deze oplossingen via een speciale ‘InfoPrint business unit’.

 

Verder zijn er in de verpakkings- en etikettenmarkt nog speciaal aanbieders als Nilpeter die de Xeikon engine verkopen. Indigo heeft een combinatie van directe verkoop en dealers. Zo verkoopt in België onder andere Graphidec en in Nederland Kentie en Wifac de Indigo producten. Tijdens Ipex 98 heeft Indigo aangekondigd samen met KBA de verkoop ter hand te nemen in landen als Duitsland en Italië. In de verpakkingsmarkt verkoopt onder andere Cerutti de Indigomachines.

 

Er zitten tussen de machines nogal wat technische verschillen. In de praktijk zijn deze verschillen niet direct terug te vertalen in verschillende gebruikerssegmenten. Grofweg staan ongeveer 30% van de digitale druksystemen bij drukkerijen, 30% bij litho- of prepress bedrijven en de overigen bij ‘printshops’ en ‘entrepreneurs’.

 

De laatste categorie is wat betreft digitaal drukken interessant. Deze trend toont aan dat de grafische industrie niet te veel moet vast roesten in zijn oude gewoontes. De ‘entrepreneurs’ hebben een product of toepassing en zoeken daar een druktechniek bij. Het zijn sterk marketing-georiënteerde ondernemingen die er niet voor terugdeinzen om te investeren in technische (informatietechnologische) kennis en digitale druksysteem. Bovendien zijn ze de grote consumenten van de elektrofotografische producten, toners en ander verbruiksmaterialen. Ze worden dan ook door de leveranciers uitermate gewaardeerd.

 

Een voorbeeld is het Nederlandse MicroWeb uit het Twentse Saasveld; amper een jaar na de installatie van de eerste Xerox DocuColor 70 is er al een tweede geďnstalleerd. Al het drukwerk wordt vanuit een database gegenereerd. In het volledig digitale bedrijf werken drie programmeurs; een grafische deskundige en iemand die het bedrukte papier uit de machines haalt en afwerkt.

 

Een aantal litho- of met een beter woord: prepressbedrijven is vroeg in de digitale druktechniek gestapt. In eerste instantie op zoek naar uitbreiding van diensten en meer toegevoegde waarde. Een ander motief is dat deze bedrijven van oudsher de digitale prepress beheersten en dus makkelijker een digitale pers kunnen aansturen. Een aantal bedrijven heeft deze nieuwe activiteit met succes ingevoerd. Anderen hadden grote problemen met bijvoorbeeld het omschakelen van projecten met facturatiebedragen van omstreeks de 200.000 Bfrs per opdracht naar opdrachten van ongeveer 10.000 Bfrs. De verkoopkanalen en de dienstverlening moet dan ingrijpend aangepast worden.

 

Klassieke drukkerijen hebben van alle categorieën de grootste moeite om digitale druksystemen in te voeren. Die drukkerijen die erin slagen de digitale slag te maken zijn van het ‘’entrepreneur-type’’ en hebben al veel technische kennis van prepress in huis. Evenals bij de lithografen is ook hier het kwaliteitscriterium een probleem. Alle spelers in de grafische industrie, maar vooral opdrachtgevers als  reclamebureaus, kijken met andere ogen naar drukwerk dan de gemiddelde consument. Deze ziet veel minder de verschillen tussen digitaal drukwerk met een beperkte resolutie en een afwijkende kleurweergave.

 

Een drukkerij die werk levert van een goede tot uitstekende drukkwaliteit lijkt niet zonder blozen de klant – meestal een reclamebureau - ‘digitaal drukwerk’ te kunnen aanbieden. Dat ligt meer aan de gene van de drukker, dan aan de kwaliteit van het digitale drukwerk.

 

Leon van Velzen

 

[Publicatie: Grafisch Nieuws, januari 1999]

 

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.