|
|
"Grafici moeten krachten bundelen"
Gebaande paden zijn er niet in onontgonnen gebieden. Wim Helms van PrePart in Eindhoven pioniert op de markt voor digitaal drukwerk. Hij wil niet concurreren op prijs, maar juist samenwerken. ‘Een full colour rotatieprinter is een beest.’ En dat beest moet gevoed worden.
Het machinepark van PrePart uit Eindhoven is indrukwekkend. Twee full color rotatieprinters: een DocuColor 70 en een DocuColor 100. Ook de in oktober vorig jaar gelanceerde DocuColor 12 hangt in het netwerk. Groot formaat Hifi inkjetprinter van Colorspan/Lasermaster 6000 en XII en een grootformaat elektrostaatprinter zijn de andere machines die de output verzorgen. ‘Het beest is binnen’, schreef directeur en oprichter van PrePart Wim Helms in een promotiefolder, nadat hij in 1996 een van de eerste DocuColors in Nederland tijdens Grafivak aanschafte. Zoals zijn collega’s uit de offsetwereld maar al te goed weten: het beest moet gevoed worden.
Wim Helms is een bevlogen ondernemer die zijn wortels diep in de grafische bedrijfstak heeft. ‘Het succes van digitaal drukken staat of valt met de typografische kwaliteit die we kunnen halen. Een minimum voorwaarde voor printers zou moeten zijn dat ze in ieder geval tot 300 grs papier aankunnen en twee PMS kleuren moeten draaien.’ Zover is het nog niet. Toch gaat Helms onverdroten door op het pad dat hij in 1995 insloeg: dat van een digitale drukkerij, die met inzet van de laatste print- en communicatietechnieken de markt voor full colour printen ontgint.
De volumes die je moet halen om een full color rotatieprinter rendabel te exploiteren liegen er niet om. Wim Helms: ‘Bij PrePart werken we aan het Printing Partner Program, dat we voor het gemak PPP noemen. Er is in de regio Eindhoven - en ik zou niet weten waarom dat in andere regio’s anders zou liggen – absoluut behoefte aan het betere kantoorprintwerk in full colour en het serieuze grafische werk in kleine oplagen. Dat begint bij het visitekaartje en loopt via de brochure in huisstijl tot een levensgrote presentatie op een beurs. Met het machinepark dat wij hebben staan kunnen we die producten leveren.’
Het probleem zit hem in het genereren van voldoende volume. Net als in de klassieke grafische bedrijfstak, waar drukkers bij piekproblemen of storingen in de productie kunnen uitwijken naar ‘Drukkers voor Drukkers’, kan een soortgelijk businessmodel zorgen dat de markt voor full colour printen in kleine oplagen van de grond komt. Helms: ‘Er is absoluut plaats voor de ‘kleine drukker’, die als adviseur van zijn klanten een vertrouwenspositie inneemt. Deze drukker beschikt meestal niet over de middelen om zwaar te investeren in fc-printers met alle data-, workflow- en colormanagement gereedschap dat daarbij hoort. Die drukker helpen wij met het opzetten van een zover mogelijk geautomatiseerde werkstroom, waardoor hij zijn printjobs bij ons kan laten verzorgen. Ik heb eraan zitten rekenen en het blijkt dat zowel de drukker als de printer met deze aanpak financieel op het goede spoor komen te zitten. Wij zijn absoluut geen concurrent van deze ‘kleine’ drukkers. We kunnen met zijn allen een nieuwe markt openbreken.’
Is Helms niet bang dat wanneer zijn collega’s eenmaal weten hoe het allemaal moet ze zelf een printer aanschaffen? Wim Helms is daar realistisch over. ‘Bang, zeker niet. Dat doen ze toch wel als de markt groot genoeg is om fc, mogelijk gepersonaliseerd in kleine oplagen te exploiteren. Het is een open wereld. Het PPP-model is niet tot het einde der tijden zaligmakend.’
Wim Helms maakt in zijn bedrijfsvoering onderscheid tussen opdrachten op projectbasis en wat hij noemt het presentatieprinten en lithografie. ‘De activiteiten op projectbasis noem ik digitaal drukken. Dat zijn grotere orders, waar een offerte voor de deur uitgaat en waar de rekening tot stand komt met nacalculaties. Bij een opdracht voor digitaal drukken zijn altijd meerdere mensen betrokken. Bij presentatieprinten en lithografie kan dat niet. De kosten voor de overhead wegen niet op tegen de omzet. Dat betekent dat één en dezelfde persoon de order in ontvangst neemt, deze in ons systeem invoert en verder – ook administratief – afhandelt. Eén keer per maand ontvangen deze opdrachtgevers een factuur.’
De werkstroom die Helms schetst vertoont opmerkelijke overeenkomsten met de aanbevelingen zoals die in het recente Gea-rapport te vinden zijn over de POD-organisatie. Het Gea pleit voor het duidelijk onderscheiden van de orderstromen en het aanpassen van de organisatie aan die verschillende orderstromen. Wim Helms: ‘Misschien loopt onze praktijk wel voor op de theorie.’
Een voorwaarde voor de foutloze doorloop van de honderden kleinere opdrachten is een feilloos werkende automatisering, gebaseerd op geaccepteerde standaarden zoals Internet en PDF. Helms: ‘Je hebt te maken met drie cruciale stromen: het beheer van je data, van je productie en van je kleur. Die moet je op orde hebben, wil je op deze manier kunnen werken. Vergeet niet dat je een grote en belangrijke klant kan verliezen wanneer een visitekaartje de mist ingaat.’
De printfaciliteit die Helms aan collega grafici wil aanbieden werkt in de praktijk al voor tientallen reclamebureaus en organisaties. ‘Voor een klant hebben we een simpel programma gemaakt voor het drukken van visitekaartjes. De klant voert de naam, de functie en de gewenste oplage in en wij printen deze per ommegaande. Dat zijn dus grafisch goed verzorgde producten, geen standaard kaartjes uit een automaat op het station. Wil deze klant zijn visitekaartjes op speciaal papier, geen probleem. Wij verzorgen de litho’s en stappen vervolgens naar een offset drukker. Een ander voorbeeld zijn de naamkaartjes op deuren. Een internationaal opererende onderneming heeft veel medewerkers die tijdelijk gedetacheerd zijn in Eindhoven. Om deze mensen zich thuis te laten voelen, krijgen ze allemaal een keurig geprint kaartje op de deur, zodat de anonimiteit doorbroken wordt. Dit proces is – ook weer met PDF – geheel geautomatiseerd.’
Wim Helms is ervan overtuigd dat printen in full colour nog pas aan het begin van zijn levenscyclus staat. Daarom is het zo belangrijk dat grafici de krachten bundelen en zich niet van het veld laten spelen.
Helms: ‘Een jaar geleden kwam bij een drukkerij nog geen dertig meter hiervandaan een hoogvolume full color printer binnen. Binnen een half jaar was die printer weg en na nog een maand was de drukkerij dicht. Dat is dus niet de manier waarop leveranciers deze machines in de markt moeten zetten. Grafici zijn over het algemeen aardige, nette mensen. Dat de spelregels verruwen betreur ik wel eens, want de printerleverancier, noch de drukker schiet iets op met dergelijke vormen van hard selling. We zitten in een pioniersmarkt. Dat is hard werken en inventief zijn, maar tegelijkertijd is daar voor veel vakmensen een goede boterham in te verdienen.’
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, februari 2000]
Wim Helms: van druk naar prepress
Wim Helms is al lang actief in de grafische bedrijfstak. In Eindhoven startte hij samen met anderen in 1980 drukkerij Sansevieria. Net als de plant, vooral bekend van vensterbanken in België, niet kapot te krijgen. In 1987 kwam de eerste Apple binnen die Helms trots aan zijn grafische collega’s demonstreerde. Voor velen van hen kwam de nieuwe techniek te vroeg. ‘Ze gingen letterlijk met hun rug naar de computer staan.’ In 1990 moest er geïnvesteerd worden in een nieuwe vierkleurenpers. Wim Helms: ‘Die aanschaf konden we nooit terugverdienen. In 1991 zijn we met de drukkerij gestopt.’ Helms richt zich vervolgens op het grafisch advieswerk. In 1995 begon hij, ook weer in Eindhoven, met PrePart. Daar werken nu in totaal veertien mensen.
Eénfase-etsmachine breekt nieuwe markt open
Wim Helms vergelijkt zijn aanpak met het PrePart’s Printing Partner Program met de komst van de eerste éénfase-etsmachine. In het boek ‘Over Lood, Ossegal en Drukkersverdriet’ staat een passage hoe lithografen destijds samenwerkten. ‘De éénfase-etsmachine doet in 1957 zijn intrede. A. Koningsveld: ‘Toen wij in Den Haag onze eerste éénfase-etsmachine aanschaften (het was een Dirats en de eerste van dat fabrikaat in Europa) maakte men zich zorgen over de enorme capaciteit van deze machines. Met het oog op de investering en op de wenselijkheid deze capaciteit efficiënt te benutten, maar ook om de marktverhoudingen niet door onevenredig scherpe concurrentie te doen verstoren, boden wij aan deze machine te exploiteren voor de gezamenlijke clichéfabrieken in Den Haag. Dit initiatief werd met succes bekroond en aldra etsten wij in een apart daarvoor ingerichte ruimte, los van ons bedrijf en toegankelijk voor de deelnemende collega’s, niet alleen voor onszelf, maar ook voor Gravura, Maks’ en Boelaars.’
Nadat de prijs van zowel clichés als clichémachines gedaald was, gingen de clichéfabrieken pas over tot het zelf aanschaffen van een machine. Het gebruik van clichés steeg in de tijd explosief, waardoor de prijzen verder omlaag konden. Het vliegwiel was op gang.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|