|
|
Snelheidsrecords sneuvelen op Drupa
Paul Cornelisse, mede-oprichter van het nieuwe bedrijf e*minds keek op drupa zijn ogen uit. Nauwelijks toepassingen voor printing-on-demand, geen aandacht voor e-commerce, maar wel volle hallen bij de dinosaurussen van de grafische bedrijfstak. ‘Nog drie drupa’s en offset zit in een nichemarkt.’
‘Als je op drupa rondloopt waan je je weer een jongetje van twaalf. Ik mag graag zo’n demonstratie bijwonen, waar snelheidsrecords met zoveel duizend druks per uur worden gebroken. Je kijkt naar die indrukwekkende drukpersen, naar de miljoenen die zijn geďnvesteerd om dat ijzer in zo’n hal aan het draaien te krijgen – en dan komt bij mij de melancholie. Het is prachtige techniek, het resultaat van meer dan vijf eeuwen techniekgeschiedenis. Tegelijkertijd besef je dat je zit te kijken naar de dinosaurussen voor het tijdperk van de e-commerce.’
Paul Cornelisse, directeur en mede-eigenaar van het net gestarte bedrijf e*minds is de eerste om het toe te geven. Hij heeft een gekleurde blik op de grafische bedrijfstak. Cornelisse werkte ruim dertien jaar in de ICT-wereld. Hij hield zich daar vooral bezig met data en documenten. Voordat hij – samen met anderen – e*minds begon, was hij directeur van PTT Post Print & Mail, marktleider in Nederland op het gebied van hoogvolume documentproductie. E*minds, gevestigd in Amsterdam, adviseert ondernemingen bij de traditionele fysieke en bij nieuwe bedrijfs- en communicatieprocessen.
Cornelisse: ‘Bedrijven die uit de wereld van de data komen, zullen de markt voor het printen van rekeningen, statements en losbladigen geheel opeisen. Zij winnen het van de klassieke grafische bedrijven omdat deze grote problemen hebben zich de kennis van het documentproces eigen te maken. Bedrijven afkomstig uit de IT-wereld zijn makkelijker in staat grafische kennis te verwerven.
Ik vond het echt teleurstellend dat er zo weinig applicaties te zien waren op drupa. Xerox liet zien dat het samen met telecommaatschappij Versatel een eind op weg is met het printen van statements. Daar moet ik direct bijzeggen dat het me opviel omdat ik in mijn vorige baan die toepassing mede ontwikkeld heb.
Iedereen denkt bij applicaties direct aan nieuwe producten. Dat is helemaal fout. Waarom wil je beginnen met iets nieuws als Route op Maat of Toets 9220? Begin net zoals drukkers altijd al werk binnenhalen. Door te praten met kennissen op de voetbalclub of het zangkoor. Daar hoor je wat de problemen van ondernemers zijn en daar kun je – wanneer je dat wilt – als grafische ondernemer met oplossingen komen.
Wat ik knap vind van Xerox is dat ze twee jaar geleden tijdens Xplor in de Verenigde Staten aankondigden met de Sfida te komen – de 2000 kleurenserie – en dat ook waarmaken. Je kunt nu kleurenprinten voor een prijs die acceptabel is. Let op: acceptabel, want de prijs van de consumables zoals de toner is nog steeds veel en veel te hoog. Dan heb ik het nog niet eens over het krankzinnige tikkensysteem. Goed voor de maandelijkse cash flow van Xerox en de andere printerleveranciers, maar voor veel bedrijven een molensteen. Xerox mist de kennis en de wil om zich werkelijk in de grafische markt te verdiepen. Dat geldt ook voor de anderen. Océ, sympathiek, maar niets nieuws gezien. Bij Canon moest ik zoeken naar de nieuwe CLC 5000. Indigo heeft nu zo’n breed portfolio aan machines dat ik me afvraag hoe ze dat moeten volhouden. Hun machines zijn alleen geschikt voor een niche. De NexPress van Kodak en Heidelberg – wat moet ik daar nu mee als ik volume wil printen?
Op het gebied van het stroomlijnen van de productie van documentstromen was er evenmin veel nieuws. Bij mijn vorige werk PTT Post Print & Mail stonden allerlei printers door elkaar: Xerox, Océ noem maar op. Die wil je op een identieke manier aansturen, zonder elke keer met de data aan de slag te gaan. Pitney Bowes nota bene demonstreerde in een achteraf hoekje van de stand Stream Weaver, interessante software om de productie in een hybride printomgeving aan te sturen. Adobe, toch de softwareleider in de grafische bedrijfstak, blonk uit met vlakke en sullige presentaties.’
‘Ik ben geen techniekman. Maar ik zie dat je met een inkjetprinter kan toveren. Aan de top van de grafische markt worden proeven gemaakt met inkjet. Aan de onderkant is de bulk van de verkochte printers inkjet. Die twee kruipen naar elkaar toe en zullen met een goede grafische kwaliteit afdrukken tegen een acceptabele prijs gaan produceren. Ook de tonermachines zijn in korte tijd enorm verbeterd.. Je kunt nu sets printen, met bijvoorbeeld een vel in kleur met een gepersonaliseerde aanbieding, een steunkleur voor het grafiekje en de rest in zwart. Dat kan en daar is echt een hele goede boterham mee te verdienen, als je je business goed aanpakt,
Over twaalf jaar gaan mijn kinderen naar drupa, denk ik. Ik verwacht dat die beurs nog maar de helft van de vloeroppervlakte nodig heeft van nu. Die kolossale drukpersen, de mastodonten zijn niet meer te zien. Er zijn nog twee of drie persenleveranciers en de hoeveelheid software en applicaties om te personaliseren is veel belangrijker dan de tentoongestelde dozen. Ook zijn er nog maar twee of drie leveranciers van printengines over. Waarschijnlijk zijn er ook veel bedrijven met eigen oplossingen: relatief kleine ontwikkelaars die voor allerlei verschillende toepassingen slimme software bedenken. De machines die werken met toner en inkjet hebben tegen die tijd de offset teruggeduwd in een niche.’
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, juni 2000]
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|