|
|
'Kleurmanagement moet objectief worden'
Wie is kleur de baas? Of zijn de kleuren uit de natuur zo rijk geschakeerd dat elke graficus bij voorbaat de discussie met de klant uit de weg moet gaan. Controleerbaar, voorspelbaar en herhaalbaar: daar gaat het om bij color management. Het kan, maar waarom doen we het dan niet?
Lekkere frieten. Dat ziet de patatboer op de eerste proef die uit een Doc 40-printer rolt. Ze zijn goudgeel en glansen al, zelfs zonder dat een kwak mayonaise op de etenswaren gespoten is. De drukker spreekt van gesatureerde kleuren, de patatboer denkt: goed vet.
Daarna gaat de prepress-afdeling aan het werk: curve hier wat rechter, daar een beetje meer blauw. De drukker spreekt zijn hele kleurengamma aan en haalt alles uit zijn kleurenpers. Uit de vierkleurenpers komt een open, frisse plaat. De patatboer betreurt het dat hij met zulke bleke betten geen zak extra zal verkopen.
Kleur is subjectief en in het grafisch productieproces nauwelijks te managen. Maar er zijn toch ICC-profielen? We kennen toch het begrip kleurruimte? We weten toch dat het niet-kalibreren van scanners, proofers, beeldschermen, printers en persen voor de kritische graficus een doodzonde is? Als al dat fijne gereedschap bestaat, waarom is het beheersen van kleur – het managen van color - dan zo moeilijk?
Menno Mooij verricht de aftrap tijdens de komende Graficom-sessie over kleurbeheersing. Volgens Mooij valt het gebruik van ICC-profielen in de praktijk nogal tegen. ‘De basis van ICC was simpel: sla alle digitale beeldinformatie op in een apparaatneutrale vorm en pas voor elke weergave zowel een invoerprofiel als uitvoerprofiel toe. Helaas kwamen er in dit model nogal wat problemen aan het licht.’
Die problemen waren zeker niet alleen technisch, maar ook organisatorisch en zelfs psychologisch van aard. Mooij: ‘Gewoontes die jarenlang ingesleten zijn verander je niet zomaar. Bovendien werken grafische ondernemingen vaak met verschillende onderaannemers. Deze gebruiken hun eigen systemen en processen. Dat stem je niet eenvoudig op elkaar af. Het mathematisch model waarop ICC-profielen zijn gebaseerd is goed doordacht. De vraag voor de prepresser en de drukker is hoe je van een theoretisch model waarmee je makkelijke kunt rekenen komt tot een goed, voorspelbaar grafisch product. Daarvoor moeten alle stukjes van de puzzel in elkaar passen. Dat begint bij het scannen en eindigt op de printer of de offsetpers.’
Eén van de sprekers die begon bij het begin van de werkstroom en eindigt bij een geautomatiseerd color management systeem is Chris Trimbach. Trimbach kreeg het grafische vak met de paplepel ingegoten. Zijn grootvader startte in 1930 met een grafisch bedrijf dat zich specialiseerde in het maken van schoenendozen. In 1990 nam Trimbach de drukkerij van zijn vader over. Hij begon met het automatiseren en digitaliseren van de productie. Midden jaren negentig reed hij de eerste printers naar binnen.
Chris Trimbach: ‘Drukkers en prepressers hebben hun eigen gevechten met kleur, maar als je toen een printer kocht wist je echt niet wat er gebeurde. Degene die de machine naar binnen reden, drukte een paar printjes af, zetten de schroef voor magenta wat verder open en dacht dat alles zo wel geregeld was. Dat ze daarbij in één klap mijn ICC-profielen om zeep hielpen maakte niet uit, want ze wisten toch niet wat dat voor dingen waren.’
Trimbach ging aan het werk. Hij wilde ook op een kleurenprinter voorspelbaar en herhaalbaar kleur kunnen maken. ‘Net als een pers is een printer gevoelig voor temperatuur en vochtigheid, om over tientallen andere parameters maar te zwijgen.’ Uiteindelijk kostte het beheersen van kleur op een printer veel meer moeite dan gedacht. Trimbach wilde meer. ‘Grafische bedrijven zijn geen copyshops. Daar weet je dat je printje van een bestand er op maandag anders uitziet dan op donderdag. Dat wordt in de grafische wereld – terecht overigens – niet geaccepteerd.’
De pogingen om color management op te zetten stuitten op veel bezwaren. ‘De klant onthoudt de eerste indruk van een kleurenafbeelding. Die wil hij ook in druk zien. Technisch lukt het wel om een proef uit een printer die over een veel grotere kleurruimte beschikt dan een offsetpers, op de uiteindelijke oplage te laten lijken. Maar het lastige daarbij zijn de vele stappen die nodig zijn in het productieproces, en vooral de vele mensen die even zoveel instellingen goed moeten zetten om voor een herhaalbaar resultaat te zorgen. Die operator van de prepress is verliefd en ziet alles roze, de drukker aan de pers denkt aan de voetbalwedstrijd en neigt naar groen. Wat ik maar wil zeggen is dat je kleurmanagement zo veel mogelijk moet objectiveren en weg moet halen bij mensen die allemaal hun eigen interesses, voorkeuren en slordigheden hebben.’
Chris Trimbach ging door met zijn drukkerij met offsetpersen en printers, maar startte daarnaast in 1998 een nieuwe onderneming: Color Management Intelligence, CMI. Domme taken moet je automatiseren en centraal regelen. CMI regelt het beheersen van de kleuren via ColorServer en ColorManager. De kern van het systeem is dat het color management is ondergebracht in hot folders. De operator sleept de job naar zo’n folder, waarna het juiste ICC-profiel aan het bestand gelinkt wordt. Vervolgens sleept hij het naar de proofer, printer of pers die hij op zijn beeldscherm ziet afgebeeld.
Color management geschikt voor juffrouw Jannie klinkt niet aardig voor alle Jannie’s op de wereld, maar als je praat over monkey proof protesteren de apen. Trimbach: ‘Het aantal verschillende type RIP’S, printers en noem maar op is niet bij te houden, ieder met zijn eigen color managementsysteem. Het maken van een ICC-profiel is niet iedereen gegeven. Je kunt daar – bijna - op afstuderen. Het beheersen van kleur in je productie lukt je niet als je daar geen draagvlak voor hebt. Iedereen moet meedoen en alle machines en apparatuur moeten in het systeem zitten. Gebruikers moeten zo min mogelijk last hebben van color management: het moet meedraaien op de achtergrond. Zelfs als een klant een slecht bestand inlevert, weet ik zeker dat ik met mijn color management systeem en mijn instellingen het beste resultaat op de printer of pers haal. Dat is essentieel.’
Leon van Velzen
[Publicatie:
Graficus, november 2000]
Praktijk voorop bij Graficom-sessie
Graficom houdt op donderdag 8 november de Praktijksessie over color management. Het beheersen van kleur is er met de komst van digitale technieken niet eenvoudiger op geworden. Toch zijn er voldoende gereedschappen op de markt die de prepresser en drukker helpen om te komen tot een voorspelbaar, controleerbaar en vooral ook herhaalbaar resultaat.
In het Mercure hotel te Amsterdam (ontvangst vanaf 15.00 uur) heet Theo Potma de grafici welkom, waarna Menno Mooij, directeur van MeMic en medewerker van Graficus en Prepress in zal gaan op de kwestie: ICC van mathematisch model tot praktisch bruikbaar gereedschap. Daarna komen de specialisten aan het woord die dag in dag uit werken met kleurprofielen. Joost Logtenberg, technisch specialist kleur van Grafi-Holland belicht het praktisch werken met color management. Tijdens de pauze kan de informatiemarkt worden bezocht, met stands van aanbieders van hulpmiddelen voor het beheersen van kleur.
Chris Trimbach, directeur van Drukkerij Trimbach en Color Management Intelligence CMI, is aanhanger van een model waarbij color management centraal op de server geregeld wordt. Hiervoor ontwikkelde Trimbach eigen oplossingen. Als laatste spreker komt Fred van Kolck, kleurspecialist van de APR Group aan bod. Hij gaat, voorafgaand aan de discussie met de zaal, in op zijn eigen ervaringen met het beheersen van kleur in een complexe grafische omgeving. Rond de klok van zeven staan soep en broodjes klaar. Zodra de files zijn opgelost sluit de Graficom Praktijksessie om circa 19.30 uur. Aanmelden: zie de bon elders in dit nummer.
Weer met de schoenendoos naar de drukker
‘Kleurmanagement heeft alles te maken met automatisering van de werkstroom’, zegt Chris Trimbach. Trimbach is de geestelijk vader van Ctrl P; software die de aansluiting tussen de corporate wereld en die van de printers en drukkers mogelijk maakt. Trimbach blijft met het Ctrl P-concept trouw aan zijn filosofie. Met uitgekiende software is het mogelijk om mensen die op een kantoor werken daarvandaan rapporten, brochures en ander print- en drukwerk te laten bestellen. ‘Bij de dalende oplagen wil je van je orderbegeleiding en van je prepress af. Dat deel moet je dus automatiseren. Maar wat minstens zo zwaar telt is dat de klant weer net als vroeger een schoenendoos met rotzooi, deze keer via Internet, naar zijn drukker kan brengen. Drukkers komen met Ctrl P weer direct in contact met hun klanten.’
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|