|
|
Papier blijft
Geruststellende geluiden uit Frankfurt: het papieren boek kan het e-book nog aan. Maar de Buchmesse beleefde voor de eerste keer massaal de invasie van het digitale boek. Is de rol van papier na vijf eeuwen dan toch uitgespeeld?
Deze zomer zette de Oostenrijkse uitgever van täglich Alles zijn drukpersen stil. Het dagblad met een hoog boulevardgehalte - ‘Nieuws: De weersvoorspellende kwaliteiten van de hamster’ – verschijnt alleen nog op Internet. K. Falk, oprichter en eigenaar van de krant, geloofde niet meer in het bedrukken van papier.
Een drukker is zijn leven lang gelukkig met drie zaken: een pers, inkt en natuurlijk papier. Precies een kwart eeuw geleden voorspelde Business Week in een geruchtmakend artikel het einde van het papieren tijdperk. Het papierloze kantoor stond op het punt van doorbreken. Zoals bekend wijst de huidige praktijk anders uit. De markt voor papier groeit wereldwijd. Niet vreemd, voor wie bedenkt dat de bevolking nog altijd toeneemt en mensen willen leren, lezen en hun kont afvegen. Daar is veel, heel veel papier voor nodig. Maar ook in Europa is er nog weinig te merken van een afname van het gebruik van papier: integendeel. De markt vertoont naast verzadigingsverschijnselen nog altijd een lichte groei. Bovendien hielden de voorspellers uit Business Week geen rekening met de komst van nieuwe technieken zoals de fax en de laserprinters. Beide zijn ze goed voor miljoenen tonnen papier per jaar. Volgens European Paper Base steeg het gebruik van papier in Nederland van 1996 naar 1997 met 10,7 % van 3.211.000 ton naar 3.554.000 ton.
Schouderophalend doorproduceren met de drukpers lijkt toch geen slimme manier om de toekomst tegemoet te treden. Op allerlei fronten schuiven de analoge en de digitale wereld in elkaar. Zo maakte de commissie Franken midden oktober op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken plannen bekend om de Grondwet aan te passen zodat de onschendbaarheid van brief-, telefoon- en telegraafgeheimen ook voor e-mail gaat gelden. De wereld van de bits en bytes raakt de analoge wereld en andersom.
Aan de randen van de grafische bedrijfstak vinden nauwelijks opmerkelijke, maar wel onomkeerbare processen plaats. De huisdrukkerij, ééns weggestopt in de kelders van ondernemingen, is bezig aan een glorieuze come back. Eerder dan de drukkerij met het geïnvesteerde kapitaal in zware offsetpersen, zijn deze Assepoesters volop bezig aansluiting te vinden bij digitale technieken en netwerken. Een printer nodigt uit tot het installeren van een netwerk en het maken van verbindingen tussen prepress en drukpers: een natuurlijke navelstreng die voor een vloeiende productie kan zorgen.
En wat te denken van de copy shops? Het morsige, gevlekte A-viertje, is al lang geleden vervangen door laserscherpe afdrukken, desnoods in kleur, na een uurtje klaar en op het eind van de dag ook keurig afgewerkt.
Gemiddeld maken de kosten van papier in de grafische bedrijfstak zo’n 20 tot 25 % van de eindprijs van grafische producten uit. Elke verhoging van de prijs leidt steevast tot geweeklaag en geknars der tanden omdat de gestegen prijzen niet aan de klant zijn uit te leggen, laat staan door te berekenen. De volgende, logische stap zou dan ook zijn het zoeken naar producten die minder gebruik maken van papier. Een klein beetje minder papier in je eindproduct scheelt direct in de rentabiliteit van de onderneming.
De grafische ondernemers die de uiterste consequentie trokken en naast het papier ook de drukpersen de deur uitdeden, waren geen lang leven beschoren. Het bouwen van websites, het beheer van databases voor klanten, het beheren van beeldbanken met uitgekiend media asset gereedschap blijkt niet iedereen gegeven.
Het merkwaardige misverstand doet zich voor dat elke drukker, prepresser of afwerker die zich in de wereld van e-commerce wil begeven, als eerste aan het bouwen van websites denkt. Die Pawlov-reactie is wel verklaarbaar. De eerste generatie websites waren niets meer of minder dan de bedrijfsbrochure of productpresentatie plat op Internet. Een handige prepresser sloopte de Quark-pagina’s uit elkaar om via wat HTML knip en plakwerk de ‘look and feel’ van de bedrijfspresentatie dicht te benaderen. Daarna vertrok de klant tevreden en leidde zijn website in de zwarte gaten van cyberspace een uiterst rustig bestaan.
Daarna werd er al meer actie gevraagd. Een website met een bestelformulier nodigde uit tot respons. Er ontstond enige interactiviteit, wat vroeger met een simpeler woord communicatie werd genoemd. Maar als de enthousiaste trekker van het project vertrok voor een snelle baan bij een telco of Internet-provider gingen ook deze sites door een gebrek aan onderhoud ten gronde.
De derde generatie websites bestaat uit databases die klanten kunnen registreren, bestellingen opnemen, automatisch mail kunnen beantwoorden en de producent exact op de hoogte houden van het gedrag van de klant op de site en zijn of haar aankopen. Pagina’s worden dynamisch gegenereerd en plotseling staat er niet meer HTML, maar ASP, of nog exotischer letters achter de bestandsnamen. Op dat moment zijn we al ver weggedreven van de folder op het net en de klassieke grafische stiel.
Een prepresser zit het dichtst bij de digitale wereld, want hij is het verst verwijderd van papier. De drukker kan aan de voorkant van zijn productiestroom de digitale stekker steeds vaker in het stopcontact steken, maar aan de achterkant van zijn pers rolt dan toch het ene vel na het andere. En ook hier zit de arme afwerker weer achteraan de rij en is hij in vele gevallen afhankelijk van de grondstof die hij krijgt aangereikt. Nagenoeg altijd is dat papier.
De prepresser is dus het best uitgerust om de wereld van e-commerce binnen te stappen. Bovendien staat de prepresser het meest van de drie in direct contact met de opdrachtgever. Dat klopt ook met de praktijk. Als er bedrijven zijn die het bouwen van websites als activiteit aanbieden, dan zijn die in veel gevallen binnen de prepresswereld te vinden. Plotters en printers komen ook steeds vaker te staan naast de Mac en de dozen met Photoshop en Illustrator.
Dat betekent niet dat de drukker gedoemd is altijd te blijven drukken. Waar hij voorlopig nog wel aan vast zit is aan papier. Printen is een logische stap die dichter bij drukkerscultuur staat dan het bouwen van databasegestuurde websites. De drukker die print bouwt snel kennis op van digitale technieken, zonder dat hij zijn moeizaam veroverde grafische kennis en het geïnvesteerde kapitaal in draaiend staal met een forse klap buiten de deur hoeft te zetten.
Bovendien kijken opdrachtgevers van drukkers steeds serieuzer naar de mogelijkheden van snelle zwart/wit en kleurenprinters. Een kwart van de uitgevers op de Frankfurter Buchmesse die deze maand plaatsvond had elektronische boeken in zijn catalogus. Te distribueren via Internet zeker, maar ook op enig moment te printen.
De Nederlandse grafische bedrijfstak telt ruim 3600 ondernemingen. Bij circa tachtig procent daarvan werken minder dan twintig medewerkers. De vraag is: hoe gaan zij om met een wereld waarin nieuwe communicatiemodellen opgeld doen. Het bouwen van websites lijkt niet de meest voor de hand liggende oplossing, hoewel prepressbedrijven hiermee uit de voeten moeten kunnen. Drukkers kunnen de oplossing zoeken in het aanbieden van producten die je kunt drukken of printen. De volgende stap is dan dat die producten ook via Internet getoond kunnen worden.
Leren werken in de digitale tijd is makkelijk noch risicoloos. Maar met relatief beperkte investeringen in geld, in kennis en in mensen zijn goede resultaten te boeken, mits de oplossingen voor de kleinere grafische ondernemingen niet te ver buiten de deur worden gezocht. Dus de drukpersen naast de printer, inkt naast toner. En papier? Papier blijft, maar wel naast het beeldscherm.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, juli 2000]
Papier door de ogen van de ontwerper
Op 17 oktober hield Syntens een bijeenkomst in Den Haag. De titel die de toehoorders naar de voormalige Fokker fabrieken op Ypenburg lokte luidde ‘De rol van het papier in de nieuwe economie.’ De directeur van ontwerpbureau Census Design Management Gert Kootstra voorkwam te hoog oplopende emoties door drie scenario’s te schetsen. Eén met waarin alles wat maar mogelijk is digitaal zal zijn, een ander scenario waarbij Internet vooral gezien wordt als een tijdelijk verschijnsel. Het derde scenario dat Kootstra schetste, bevatte het beste van beide werelden, waarbij papier deel gaat uitmaken van een uitgebreider keuzepallet aan communicatiediensten.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|