Info2000

 

  

Omhoog

 

 

"Europa heeft enorm potentieel"

 

In het Finse Tampere sloot de Europese Commisie op 21 november het Info2000 programma af. Doel van het programma was het stimuleren van multimediale projecten in Europa en het verder bouwen aan een goede technische infrastructuur. De leiding van Info2000 was in handen van de Nederlander Frans de Bruďne. Na afloop van de top een kort interview per email.

 

 Wat waren de belangrijkste drijfveren achter Info2000?

 ‘De digitalisering van informatie maakte dat de traditionele Europese inhoudbedrijven, zoals bijvoorbeeld uitgevers hun marktstrategieën volledig moeten herzien. Het Info2000 programma heeft de inhoudbedrijven geholpen deze stap 'from scribe to screen' te zetten.’

 

Wat zijn de meest opvallende resultaten?

‘Naast een aantal succesvolle projecten - met aantoonbare marktsuccessen en werkgelegenheidsresultaten - heeft het programma ook een strategische impact gehad. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de strategische studies die onder het programma zijn gefinancierd (onder andere de Condrinet studie uit 1998, waarin inhoud wordt beschreven als een drijvende kracht achter electronic commerce) en de discussies rond het Groenboek over overheidsinformatie in de informatiemaatschappij. De interim evaluatie van het Info2000 programma, uitgevoerd door onafhankelijke experts uit de sector geeft aan dat het programma een aanzienlijke impact heeft gehad.’ 

 

De multimediamarkt is een smeltkroes van activiteiten. Hoe beoordeelt de EC welk projecten levensvatbaar zijn en welke niet?

‘De EC beoordeelt zelf niet welke projecten levensvatbaar zijn en welke niet. Projectbeoordeling wordt verricht door panels van externe experts, met ruime ervaring in de desbetreffende marktsegmenten.’

 

Uitgeverijen, ook in Europa, opereren voor een groot deel op internationale schaal. Investeren zij voldoende in R&D, vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten?

‘Het is natuurlijk aan de bedrijven zelf om investeringsbeslissingen te nemen. Wel lijkt het erop dat de kloof met de Verenigde Staten de afgelopen jaren niet kleiner is geworden. Bij het dichten van die kloof speelt R&D een belangrijke rol, maar ook een beter gebruik van de bestaande inhoudsbronnen. Europa heeft een geweldig inhoudspotentieel en zou dat beter kunnen gebruiken. Juist daarom is een programma als Info2000 zo belangrijk.’

 

Wanneer u naar de resultaten kijkt zoals die in Tampere in Finland zijn gepresenteerd, is er dan een rol in de media-industrie weggelegd voor kleine en middelgrote ondernemingen?

‘Kleine en middelgrote ondernemingen zijn essentieel voor de dynamiek van de sector. Helaas blijft Europa wat betreft het aantal starters achter bij de Verenigde Staten. Dat is gedeeltelijk een culturele kwestie, maar heeft ook te maken met zaken als beschikbaarheid van risicokapitaal voor starters. De Europese investeerders zijn over het algemeen een stuk conservatiever dan de Amerikaanse.  Overigens hebben in het Info2000 programma een groot aantal MKB-bedrijven succesvol deelgenomen.’

 

Wat zijn de sleutelfactoren bij een succesvol Europees multimediabeleid? Is dat vooral financieel, ligt dat op het gebied van een goede infrastructuur en techniek, of gaat het om het bevorderen van zinvolle ‘content’?

‘Het scheppen van goede basisvoorwaarden is natuurlijk zeer belangrijk. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het versterken van de concurrentie in de telecommunicatiesector, waardoor de prijzen omlaag gaan en door meer duidelijkheid te scheppen op het gebied van de intellectuele eigendomsrechten. Daarnaast kan en moet de EU een katalyserende rol spelen, door het stimuleren van grensoverschrijdende technologische samenwerking en door marktgerichte programma's als Info2000.’

 

Hoe beoordeelt de EC wat zinvolle en minder zinvolle ‘content’ is?

‘Ik weet niet of het genoemde onderscheid tussen zinvolle en minder zinvolle inhoud een zinvolle afbakening is. Het is daarnaast niet aan de Commissie om een dergelijk onderscheid te maken. Wel draagt de Commissie er met haar programma's toe bij dat ongewenste uitingen op het Internet zoals discriminerende uitlatingen en kinderpomo beter tegengegaan kunnen worden. Het Internet action plan speelt daarbij bijvoorbeeld een belangrijke rol.’

 

Wat zijn de belangrijkste stappen die nu gezet moeten gaan worden in de Europese gemeenschap en in Nederland?

‘Het is de Europese inhoudindustrie die het enorme Europese potentieel zal moeten omzetten in producten en diensten en er voor moet zorgen dat er meer Europese inhoud op Intemet komt. De kloof met de VS is groot maar niet onoverbrugbaar. Bepaalde ontwikkelingen - bijvoorbeeld in de mobiele telefonie - wijzen erop dat Europa genoeg troeven in handen heeft om een inhaalslag te maken op het gebied van de Informatiemaatschappij.  De overheden op alle niveaus moet blijven werken aan het verbeteren van de voorwaarden waaronder de ondernemers opereren. Daarbij moeten ze ook hun rol als katalysator van nieuwe ontwikkelingen niet vergeten. Er is wat dat betreft nog heel wat te doen op gebieden als toegankelijkheid van kapitaal voor startende bedrijven, betere exploitatiemogelijkheden van overheidsinformatie en het aanpassen van inhoudsproducten en -diensten aan lokale situaties. Denk daarbij aan de verschillen in bijvoorbeeld taal en cultuur.’

 

U hebt zich destijds intensief bezig gehouden met het stimuleren van industriebeleid in Nederland. Is een soortgelijke push op het gebied van Multimedia nu ook noodzakelijk?

‘Het katalyseren van ontwikkelingen in de multimediasector kan gezien worden als een vorm van modern, offensief industriebeleid. Als de overheid met relatief geringe middelen ontwikkelingen in de markt op gang kan brengen, of kan versnellen - zoals bijvoorbeeld met het Info2000 programma gebeurd is - is dat een goede zaak.’

 

Leon van Velzen

 

[Publicatie: Tijdschrift voor Multimedia, januari 2000]

 

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.