|
|
Oud en nieuw
Neem de on demand conferentie die onderzoeksbureau Pira medio februari in Londen organiseerde. Pira reserveerde een speciale track voor de statementprinters die verlekkerd kijken naar de markt van het commerciële drukwerk. Klassieke drukkers op hun beurt proeven de nieren van de statement printers en zien in de grote aantallen gepersonaliseerde documenten nieuwe kansen op hun verzadigde markt.
Joe O’Reilly werkt zijn hele leven al bij de Ierse telefoonmaatschappij. Tot eind jaren zeventig moest iemand die in Ierland een telefoon wilde, rekenen op een wachttijd tussen de 2,5 en vier jaar voordat een monteur een toestel plaatste. O’Reilly wachtte zelf drie jaar op zijn telefoon. Ierland telde in die tijd dan ook nauwelijks meer dan vijftigduizend aansluitingen. De rekeningen voor een telefoonaansluiting werden eens in het kwartaal verstuurd.
Begin jaren tachtig begon het tij te keren en investeerde de Ierse telefoonmaatschappij in een IT-centre. Rekeningen gingen per maand naar de klant en werden geprint met behulp van een mainframe computer. Vouwen en insteken ging nog altijd met de hand. Weer tien jaar later – de Ierse telecom stond op het punt te gaan privatiseren – werd het Billing Centre verzelfstandigd. O’Reily investeerde in Xeikon kleuren rotatieprinters en zwart/wit Nipson machines om de rekeningen bij de klant te krijgen. Handmatig couverteren behoorde vanaf dat moment tot het verleden. Insteken en verzenden gaat nu met machines van Böwe, Pitney Bowes en Kern.
Nieuwe kansen dienden zich aan toen de mobiele telefoon Ierland veroverde. Na een langzame start is de mobiele telefoonmarkt op Europees niveau en kan er uit drie providers worden gekozen. Ook deze ondernemingen laten hun rekeningen printen. Ter illustratie: mobiele telefonie (Eircell) kent circa 1,5 miljoen abonnees. Elke maand ontvangen 450.000 klanten een rekening. Voor het Billing Centre zijn dat 1,6 miljoen pagina’s per maand. Bij de vaste lijnen (Eircom) is sprake van 1,7 miljoen klanten.
De volumes die maandelijks worden geprint zijn indrukwekkend, maar er kan veel meer bij. Volgens Joe O’Reilly zijn de elektriciteits- en andere nutsbedrijven die op het randje van privatisering staan evenzovele potentiële klanten. Maar ook de markt voor het printen van analoge documenten wil hij niet aan zijn neus voorbij wil laten gaan. De dertigduizend loonstrookjes per maand passen nog goed bij de kernbusiness, maar met de 45.000 direct marketing mailings drijft het Billing Centre steeds verder weg van zijn oorsprong. Volgens O’Reily is dat ook logisch. De kennis, vaardigheden en machines maken het mogelijk documenten sneller, met nul fouten en in kleur te printen.
'Wat ligt er dan meer voor de hand je markt te verbreden op gebieden waar je je goed thuisvoelt.’ Ook onder druk van EBPP ziet O’Reilly de noodzaak verder te gaan dan alleen het printen van rekeningen. ‘Voorlopig zit er nog volop groei in het printen van analoge, papieren documenten zoals rekeningen. Bovendien vormen deze een uitgelezen mogelijkheid voor het meesturen van gepersonaliseerde marketing boodschappen. Maar steeds meer mensen zullen gaan kiezen voor de presentatie van hun rekening op een beeldscherm. Printen van deze documenten is nu nog noodzakelijk omdat de wet dat eist, maar ook daarover is het debat in Ierland volop gaande.’
Statement printers en Billing Centers werkten tot voor kort vooral met hoogvolume zwart/wit systemen van bijvoorbeeld Océ of Nipson. Deze laatste is nu overigens onderdeel van Xeikon. Drie trends zijn opvallend bij deze statement printers: de markt verbreedt, ze willen naar kleur en wanneer ze dat doen gebruiken ze vaak Xeikons of daarvan afgeleide printers. De zwart/wit printers die uitbreiding van hun markt in kleur zoeken doen dat op de eerste plaats om de rekeningen opvallender te maken en te kunnen voorzien van marketingboodschappen. Maar ook, zoals het geval is bij de voormalige printer van de Ierse telecom-bedrijven, om het orderpakket uit te kunnen breiden met handelsdrukwerk en direct mailings in kleur.
Bečri printers uit de Israëlische Negev is sterk op de markt voor beveiligingsdrukwerk. Deze drukkerij zet zijn kaarten op de kleurenversie van de VersaMark van Scitex, de Business Colour Press. Volgens Dotan Buchsweiler, directeur variabele data printing van Bečri kent de machine nog veel nadelen, maar wegen deze niet op tegen de snelheid (duizend pagina’s per minuut) en de kosten per afdruk die de Business Colour Press haalt.
Bečri Printers startte in 1950 als drukkerij. Tegenwoordig telt de onderneming, gespecialiseerd in variabele data en veiligheidsdrukwerk, zo’n 250 medewerkers. Onder zijn klanten telt Bečri banken, overheden, creditcard maatschappijen en telecom bedrijven. Alle Israëlische rijbewijzen komen bij Bečri vandaan, net als duizenden creditcards en telefoonkaarten. Het machinepark voor het produceren van de variabele documenten bestaat uit machines van Nipson, Océ, Xerox, Xeikon en Scitex. Bečri wilde een machine die documenten in kleur kan printen tegen relatief lage kosten per afdruk met een hoge snelheid en grote betrouwbaarheid.
Het antwoord, zo zegt Dotan Buchsweiler, lijkt zich te hebben aangediend in de vorm van de Colour Business Press van Scitex. Scitex ontwierp deze rotatieprinter als zwart/wit machine onder de naam VersaMark. Het aanbrengen van proceskleuren voor de inkjetmachine bleek relatief eenvoudig en snel te realiseren. In februari 200 installeerde Bečri het eerste prototype. De snelheid ligt met duizend variabele pagina’s A4 per minuut in de buurt van offset persen en de kosten per pagina maken de producten interessant voor een grote groep klanten. Maar er zijn ook nadelen. De kosten van papier liggen, doordat hert papier moet worden voorzien van een speciale coating, twee tot vier maal hoger dan normaal. Er is geen RIP beschikbaar voor de printer wat de inktsturing extra lastig maakt. Bij het ontwerp van de variabele documenten moet daar terdege rekening mee gehouden worden. De resolutie van 300 maal 600 dpi ligt net te laag voor grafische kwaliteit. Ondanks deze nadelen roemt Buchsweiler vooral de snelheid van de machine die het voor een drukker mogelijk maakt de markt voor statement printen in kleur te betreden.
Een statement printer die gaat drukken, een drukker die gaat printen. De grenzen vervagen tussen eens streng gescheiden disciplines. Statement printers doen steeds meer ervaring op met het gebruik van kleur in gepersonaliseerde en variabele documenten. Drukkers breiden hun IT-kennis uit op het gebied van databasepublishing en de produceren documenten door rechtstreeks in te pluggen bij de documentenstroom van opdrachtgevers zoals banken, verzekeringsmaatstchappijen en telecom maatschappijen.
Een belangrijke vraag is hoe klanten tegen beide leveranciers aankijken? Zijn drukkers in staat een gedeelte van de documentenstroom uit handen van grote ondernemingen te halen? Begrijpen statement printers de trucs en handigheidjes die nodig zijn om de respons van direct mail omhoog te krijgen? Hoewel de inleiders op de Pira on-demand conferentie het antwoord op deze vragen schuldig bleven is het duidelijk dat de productie van analoge documenten niet langer tot het exclusieve domein van drukker of statement printer behoort..
Leon van Velzen
[Publicatie: Document manager, februari 2001]
Printen in het Belgisch
Lachen mocht tijdens Digital Print World, het evenement over printen op afroep dat onderzoeks- en adviesbureau Pira medio februari in Londen organiseerde. Neem Michael Reilly, programmamanager van de grootste drukker ter wereld: RR Donnelley & Sons uit de Verenigde Staten.
Donnelley pakte in 1994 digitaal drukken op zijn Amerikaans aan. De start up van Donnelley’s Digital Division telde niet minder dan acht Xeikons, twee Indigo’s, twee Xerox 6180-printers en een Heidelberg GTO-DI. Binnen twee jaar kon de start up in Memphis dicht doordat de opbrengsten – net als de kosten – zwaar tegenvielen.
Maar volgens Reilly heeft de drukker met wereldwijd 180 locaties en zestig
productiefaciliteiten nu de juiste weg te pakken. Als voorbeeld gaf hij het
‘Distributed Model’ dat Donnelley ontwikkelde na het echec in Memphis. Dit model
komt er grof samengevat op neer dat verkopers orders ophalen in Europa,
Donnelley deze print in de Verenigde Staten en de documenten vervolgens weer
terugstuurt naar de klant in Luxemburg. Het bijzondere van het project is
volgens Michael Reilly dat de opdracht in tien talen wordt geprint, ‘waaronder
Nederlands, Frans, Vlaams en Belgisch.’ |
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|