|
|
Geen standaardoplossing voor drukker
Als CTP ergens een succes is dan is het in de Verenigde Staten. Uitgeverijen, van oudsher grote, maar ook licht ontrouwe klanten, gaan alweer een stap verder. Niet door zelf drukplaten te belichten, maar door het aanleveren van kant-en-klare films, die geheel in eigen huis worden vervaardigd.
Is dat vooruitgang? In ieder geval niet voor de drukker die veronderstelde met zijn hedendaagse, integrale, digitale werkstroom tot diep in de ziel van zijn klant te penetreren. De drukker investeerde in prepress, bracht zijn digitale kennis op orde, legde zware netwerken aan, installeerde dito servers en zette vlak voor zijn drukpersen twee CTP-belichters neer, want je weet maar nooit wat er allemaal fout kan gaan. Zo’n digitale ankerketting veroordeelde hem en de uitgever bijna tot een levenslange relatie, hoopte de drukker. Prettig voor de continuïteit van het grafisch bedrijf, een bron van zorg voor de uitgever.
Volgens onderzoek van het Amerikaanse vakblad Folio zijn al die inspanningen voor in ieder geval een aantal uitgeverijen parels voor de zwijnen. Meer en meer komen ze er achter dat het van een opgemaakte Quark Xpress-pagina nog maar een relatief bescheiden stap is naar film. En film mag sexy noch digitaal zijn, je kan er wel goed mee shoppen. ‘Kostenbesparing’ is dan ook het belangrijkste argument dat de doe-het-zelf uitgevers opgeven als motief voor het in eigen huis halen van de prepress, overigens direct gevolgd door ‘tijdwinst’.
Eén van de uitgeverijen die de complete prepress binnenboord haalde, is Randall Publishing uit Alabama. Zes jaar geleden zette deze uitgever de eerste stappen op het digitale prepress pad en investeerde een bedrag van tweehonderdduizend dollar. Volgens Randall betaalt die investering zich meer dan terug. De kosten voor prepress liggen nu op een derde, vergeleken met wat de rekeningen zouden zijn als het werk buiten de deur werd gedaan.
Ralph Stutts, vice-president production, berekent dat de gemiddelde kosten voor een full colour pagina in een van zijn tijdschriften schommelt tussen de zestig en zeventig dollar. ‘Wanneer ik de prepress-werkzaamheden uitbesteed, kom ik voor hetzelfde werk uit op een bedrag van tussen de 180 tot 400 dollar per pagina.’
Met de aantallen pagina’s die Randall produceert loopt de teller hard door. De prepresskosten bedragen nu gemiddeld per nummer 6.100 dollar. Bij het uitbesteden loopt dat bedrag op tot 18.000 dollar. Het onderhoud van de productieafdeling kost rond de 70.000 tot 80.000 dollar per maand. ‘Het grootste voordeel van onze eigen prepress, zit hem dan ook in de kostenvoordelen,’ zegt Stutts. ‘Een tweede voordeel is de grotere snelheid die we met onze proeven kunnen halen.’
Vanaf de start tot en met het belichten van de films kost het maken van een tijdschrift van 68 pagina’s Randall precies twee werkdagen. Stutts beklaagt zich wel dat nogal wat van de tijdwinst verloren gaat doordat iedereen weet dat de klus toch wel klaar komt en daardoor materiaal – redactiepagina’s en advertenties – steeds later aanleveren.
De volgende stap die Randall voorbereidt is het automatiseren van de facturering van de advertenties. Dat gebeurt nu nog met de hand. Ralph Stutts is daarna ongeveer klaar. Met zijn digitaal/analoge werkstroom is hij dik tevreden. ‘Stutts: ‘Ik denk dat onze manier van werken de hedendaagse CTP-techniek in feite overbodig maakt. Uitgevers die met film werken, praten over CTP en hopen hiermee kosten te besparen. Als ze beter naar hun eigen prepress zouden kijken, kunnen ze zien dat daar veel meer winst te halen valt. Ik denk niet dat uitgevers zich realiseren, wat de voordelen zijn wanneer je je prepress in eigen huis haalt.’
‘De uitgevers van tijdschriften kunnen met bescheiden middelen zeker kostenvoordelen boeken. Er zijn goedkope en goede systemen op de markt om pagina’s op te maken en beelden te scannen. Maar een veel belangrijker vraag is of een uitgever in staat is de complexe werkstroom van een tijdschrift zo te organiseren dat op het eind van de pijplijn er nog steeds sprake is van kostenvoordeel of efficiencyverbetering.’ De stellingname is van Bob Polledri, vice-voorzitter van het American Business Media Production/Manufacturing Technology Committee en – minstens zo belangrijk – vice-president van drukker R.R. Donnelley.
Polledri waarschuwt uitgevers zich niet rijk te rekenen aan de hand van dumpprijzen voor scanners en Mac’s die in prijs dalen. Het werkelijke probleem, vindt Polledri, zit niet in het uitdraaien van een film, maar in het op een zo doelmatig mogelijke manier integreren van verschillende werkstromen. Allereerst hebben drukkers en prepresshuizen al te maken met het onderscheid in materiaal van redacties en advertentiebureaus. Redacties zijn redelijk goed te sturen en betrekkelijk eenvoudig te digitaliseren. Bij advertentiebureaus ligt dat veel gecompliceerder. Net als in Nederland bestaat er bij de bureaus achterdocht tegen digitale bestanden, want ‘daar kan iedereen nog met zijn handen aanzitten.’ Dan maar liever kiezen voor de zekerheid van kleurgescheiden films. Op enig moment komen die analoge en digitale stromen bij elkaar en moet een drukker in staat zijn in zeer korte tijd een foutloos product in honderden, of miljoenen af te leveren.
Polledri adviseert uitgevers dan ook niet zich te ontwikkelen tot prepress-specialisten, maar zich te concentreren op datgene waar ze het beste in zijn: het creëren van inhoud, van ‘content’ om deze vervolgens op te slaan en weer zo goed mogelijk toegankelijk te maken. Bob Polledri: ‘Nu steeds meer productiemateriaal voor tijdschriften digitaal beschikbaar komt is het niet meer dan logisch dat uitgevers deze data gaan organiseren, zodat deze beschikbaar komt om opnieuw – en mogelijk in een andere vorm – nogmaals te gebruiken. Op zo’n manier kan een uitgever ook zijn kosten omlaag krijgen en tegelijkertijd proberen zijn inkomsten te verhogen.’
Het digitaal opslaan van advertentiemateriaal is volgens Rich Zweiback, directeur productie bij uitgeverij Lebhar-Friedman, zeker profijtelijk. ‘Toen onze drukker dat werk deed, en onze herdrukken en advertentiemateriaal beheerde, moest je erg je best doen om dat kostenneutraal te houden. Doordat opslagmedia bijna niets meer kosten en we nu over goede database- en zoeksystemen beschikken, besparen we tienduizenden dollars per jaar. We kunnen advertenties snel opzoeken en desgewenst weer aanpassen aan de wensen van de adverteerder.’
De drukker van Lebhar-Friedman investeerde in een CTP-productielijn en Zweiback is niet van plan met films naar hem te stappen. ‘Met het digitaliseren van onze advertenties en het automatiseren van de redactionele werkstroom, besparen we nu tijd en geld. We profiteren van het feit dat onze drukker geen films meer nodig heeft en alle tijdschriften via CTP drukt.’
Wat is de plaats van de drukker? Staat hij traditiegetrouw aan het eind van de productielijn en wacht hij af waarmee de uitgever hem verblijdt? ‘Films? Graag meneer’. ‘O, u wilt CTP? Uiteraard investeren we voor u in de toekomst.’
De Amerikaanse uitgevers zoeken allemaal naar het beste business-model. Dat wil zeggen naar de manier waarop zij tegen de minste kosten het meeste geld kunnen verdienen. Drukkers kunnen daar een belangrijke rol bij spelen, als ze zich verdiepen in de automatiseringssystemen die uitgeverijen gebruiken en vervolgens hun klanten met (liefst betaalde) adviezen terzijde staan. Adviezen over kleurbeheer, over de valkuilen van PostScriptbestanden en de foefjes en trucs die nodig zijn om tot een goed grafisch product te komen.
Als het onderzoek van Folio: op de Amerikaanse markt iets duidelijk maakt is het wel dat er voor de tijdschriftdrukker op dit moment aan het eind van die grafische productielijn geen standaardoplossing bestaat. Uit de minigolf faillissementen die juist dit marktsegment trof, blijkt dat in Nederland die stelling helaas ook opgaat.
Leon van Velzen
Doe-het-zelf uitgever rukt op in USAWerk dat voorheen door prepresser of drukker werd gedaan kruipt stroomopwaarts richting uitgeverij. Volgens het vakblad Folio: nemen steeds meer uitgevers zelf het digitale heft in handen. Voordelen: kostenbesparing en snelheidswinst. Nadeel: als er iets fout gaat kan er niet langer naar de drukker worden gewezen. Van de onderzochte uitgeverijen verzorgt:
Nog slechts een minderheid van de ondervraagden laat het uitdraaien op film van redactiepagina’s aan een bureau of drukker over. Bijna 40 % doet de hele prepress zelf, ruim 34 % schakelt bij het uitdraaien van de redactiepagina’s een servicebureau in. Een kleine 26 % besteedt deze klus uit bij de drukker. (Bron: Folio:’s 2000 Digital Publishing Survey)
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|