|
|
Océ strikes back
De zucht van opluchting uit Venlo moet in heel Nederland, misschien wel in heel Europa te horen zijn geweest. Océ gaat zijn eigen kleurenprinters in de tweede helft van dit jaar leveren. Vijf jaar na het eerste prototype kunnen klanten (bijna) het orderboek tekenen voor de CPS700. De nieuwste kleurentechniek van de laatste zelfscheppende Europese printerbouwer.
Lang was de weg, lang, moeilijk en kostbaar. In 1996 toonde Océ op CeBIT het eerste prototype van een eigen kleurenmachine. Vijf jaar later en ‘ettelijke honderden miljoenen guldens’ armer zal er op de komende CeBIT in maart opnieuw het Colour Production System CPS700 worden gelanceerd. Deze keer is de machine wel productierijp, verzekerde bestuursvoorzitter Rokus van Iperen.
Van Iperen slaagde er met ogenschijnlijk gemak in Océ door een lastige periode te manoeuvreren. Hij volgde in 1998 bestuursvoorzitter Jan Hovers op, die slechts anderhalf jaar leiding gaf aan het bedrijf. Hovers verbaasde de grafische wereld door begin 1998 botweg mee te delen dat Océ het kopiëren in kleur uitstelde. Ook de omschakeling van analoog kopiëren naar digitaal printen kostte Océ moeite. Tot overmaat van ramp kreeg Océ zijn Eurocolor, de toenmalige handzame naam voor de 3125 C, niet productierijp. Het grote probleem van de machine was de instabiliteit. Wanneer niemand eraan kwam draaide hij probleemloos honderdduizend afdrukken. Maar door de extreem nauwe ontwerptoleranties was de machine niet in voldoende aantallen te produceren. Om de machine in behoorlijke aantallen uit de fabriek te krijgen, moest de 3125 C helemaal opnieuw ontworpen worden. Dat deed Océ en Van Iperen was op 8 februari zichtbaar trots op het resultaat.
Océ, onder andere groot geworden met het kopiëren van grootformaat technische tekeningen in zwart/wit, kocht zijn kleurenmachines bij derden in. Canon en Chromapress, nu in handen van Man Roland, completeerden het productassortiment van de laatste zelfscheppende copier- en printerbouwer uit Europa.
Océ kocht eerder de printerdivisie van Siemens en wist daardoor in het hoogvolume zwart/wit printen een sterke positie te veroveren. De on-demand markt lokt in dit met honderden miljarden afdrukken gevulde zwart/wit met steunkleur segment. In het breedformaat zwart/wit printen en bij het hoogvolume statement printen in zwart/wit is Océ volgens bestuursvoorzitter Rokus van Iperen zelfs mondiaal marktleider.De nieuwe Océ CPS700 (Colour Production System) A3-printer wordt gelanceerd tijdens CeBIT 2001 in maart. De eerste leveringen aan klanten staan gepland vanaf de tweede helft van 2001.
De sleutel tot het printproces ligt in de zeven Direct Imaging units die een volledig tonerbeeld in één stap samenstellen. Rond een cilinder zijn zeven rollen (direct imaging units) aangebracht die elk één van de zeven, uiterst dunne tonerlagen aanbrengen op de cilinder. Wanneer de zeven kleuren op de rol staan wordt het papier stevig tegen deze cilinder aangedrukt waardoor het tonerbeeld volledig overgaat op het papier en de rubberen rol klaar is voor een nieuwe afdruk. De tonerdeeltjes liggen naast en niet op elkaar, waardoor de temperatuur van de fuser laag kan blijven. De afdrukken zijn dan ook mat en kennen niet de hinderlijke glans die printen in kleur ten opzichte van offset kwalitatief op achterstand zet. De Copy Press techniek is dus geen xerografische techniek en werkt ook niet met elektro-inkt zoals Indigo. De techniek zit dichter in de buurt van offset, vindt Océ zelf.
Met welke nauwkeurigheid de tonerdeeltjes op het papier komen - de resolutie van de afdrukken is 400 maal 1600 dpi – was niet te achterhalen. De afdruk wordt in één keer op het papier gezet, zodat er geen pasverschillen kunnen ontstaan. Voor het bedrukken van de achterzijde keert het vel in de machine.
In tegenstelling tot de bestaande kleurtechnologieën, wordt de CPS700 volgens Océ nagenoeg niet gehinderd door verschillen in temperatuur en luchtvochtigheid. Kalibratie zou daarmee nauwelijks meer nodig zijn. De consistentie van de kleuren wordt bewaakt door eigen software met de naam Image Logic. De engine levert constant 25 A4-beelden per minuut af, ongeacht de gebruikte media, waarbij de korte papierbaan papierstoringen vrijwel uitsluit, zegt Océ.
Het resultaat lijkt op offset en voelt aan als offset. De machine verwerkt standaard en niet-standaard media, zoals reliëfpapier, papier met oppervlaktestructuur, gecacheerd papier en transparanten van 75 tot 210 grams rechtstreeks vanuit de lades. Aflopend printen op A3+ (tot een maximaal beeldformaat van 301 maal 436 mm) is als optie leverbaar. De machine fuseert prints bij een lagere temperatuur, waardoor er nagenoeg geen papieromkrulling is.
Om aan de eisen van verschillende printomgevingen te voldoen, zijn er twee nieuwe EFI kleurencontrollers beschikbaar. De Océ 900C is ontworpen voor kantoortoepassingen, terwijl de Océ 950C ontwikkeld is voor professionele grafische technieken. De afwerking beperkt zich nog tot in-line stapelen en nieten.De CPS700 moet de eerste kleurenprinter zijn in een reeks die zowel wat betreft snelheid als afwerkmogelijkheden verder zal worden uitgebreid. Vooral het opvoeren van de snelheid tot meer dan 1500 vel A4 per uur zal de concentratie van de R&D-ingenieurs opeisen.
Alle aandacht gaat nu uit naar de print engine, maar minstens zo belangrijk is de inbedding van de machine in een vloeiende werkstroom. De Fiery RIP’s kunnen volgens Océ meerdere werkstromen aan, beschikken over een document opmaakschema en superieur kleurenmanagement. Nadere specificaties ontbreken, hoewel duidelijk is dat er in de machine geen plaats is voor extra kleuren. Huisstijlkleuren zullen dus moeten worden opgebouwd uit de zeven tonerkleuren. Voor het afwerken zijn de mogelijkheden vooralsnog beperkt tot stapelen en nieten. Océ kondigde nieuwe in-line afwerkmodules aan, maar wanneer deze op de markt komen is nog onbekend.
Is Océ na zijn valse start te laat met zijn eigen kleurenmachine, of is het nog op tijd in de exploderende kleurenmarkt? De grafische kwaliteit van de druk is zeer goed, en ligt zoals Océ stelt veel dichter bij drukken dan bij kopiëren. De snelheid ligt lager dan die Xerox DocuColor 2000 serie, en iets onder de Canon CLC 1000 die 31 pagina’s per minuut haalt.
En de markt? In de kantorenmarkt en bij de technische tekenaars heeft Océ een prima reputatie. De hernieuwde lancering tijdens CeBIT toont aan in welke omgeving Océ zich instinctief het beste thuisvoelt. Voor de grafische markt geldt nog steeds dat de printers van Océ tot een goed bewaard geheim behoren. In Nederland zal onder andere Grafivak als podium dienen om dat te verbeteren. Bovendien roert Océ zich met tientallen marketinginitiatieven op de grafische markt.
Volgens Rokus van Iperen is de CPS700 de eerste van een brede lijn van digitale printers. De kleurenprinter moest voor de poorten van de hel worden weggehaald, maar nu heeft Océ eigen kleurentechniek in handen. De machine zal aan concurrenten worden aangeboden als OEM-machine, waarbij Océ in ieder geval zelf de kerntechniek in handen houdt: de productie van de drums en die van de toner. Op die manier kan er heel wat geld richting Venlo gaan. Op de vraag hoeveel machines Van Iperen dacht te kunnen verkopen zei de bestuursvoorzitter: heel erg veel. Dat zal ook nodig zijn om de investeringen terug te verdienen.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, februari 2001]
Wat kost dat?
De CPS700 zal rond de honderdduizend Euro kosten. Dat is exclusief één van de beide RIP’s van EFI die voor de machine beschikbaar zijn. De kosten per afdruk zijn moeilijk te berekenen, maar zullen volgens Océ uitkomen op een bedrag tussen de 10 en 25 eurocent. Aflopend printen op A3 is met de machine mogelijk, maar alleen als optie beschikbaar. De prijs zal daardoor stijgen. Overigens is het berekenen van de Total Cost of Ownership een hachelijke zaak. Belangrijker dan de kosten per afdruk is de prijs die de klant voor zijn gepersonaliseerd drukwerk wil betalen.
De belangrijkste concurrenten voor een machine die 25 vel A4 per minuut in kleur produceert komen van Canon - hoewel de CLC 5000 nog op zich laat wachten, uiteraard van Xerox, de losbladmachine van Xeikon en de Xeikon-achtigen, van Kodak, Toshiba en van Indigo. De NexPress van Heidelberg komt niet eerder dan 2002 op de markt.
Zo veel mogelijk buiten de deur
Océ was sterk genoeg om de financiële middelen te vinden om in de eigen R&D laboratoria een kleurengine te ontwikkelen, te bouwen en nu ook massaal te produceren. Dat is geen geringe prestatie. Alleen Fuji-Xerox, Xeikon, Canon, Kodak en Indigo lukte dit eerder. Océ laat overigens zo veel mogelijk van de productie buiten de deur doen. Van de zwart/wit machine vindt 98 procent van de productie bij toeleveranciers plaats. Bij de CPS700 ligt dat op 90 procent omdat de drum en de toner in een door Océ begin februari geopende fabriek worden gemaakt.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|