|
|
Weinig nieuws tijdens DPP 2001
Techniek voerde de boventoon tijdens DPP 2001. Duizenden pagina’s dichtbeprinte pagina’s toonden dat de fabrikanten veel te vertellen hebben over de machines onder de motorkap. Maar waar was de markt? Waar was de klant?
Veel en diep. De sprekers tijdens de International Conference on Digital Production Printing and Industrial Applications DPP 2001 in Antwerpen spaarden toehoorder noch zichzelf. Een vuistdikke reader bevestigde dat tijdens de driedaagse conferentie het alleen om de techniek van digitaal drukken ging. Techniek tot in de verste uithoeken van de grafische industrie: van textieldrukken tot verpakken en krantendruk. En van de kleinste inktdruppelgrootte tot de eisen die de productie van hard cover boekomslagen aan de werkstroom stelt. De ‘scope’ van de conferentie was dan ook breed: hybride printen, verpakken, digitaal drukken voor identificatiedoeleinden, labels, groot-, supergroot- en nog groter formaat, digitale fotofinishing – alles waarbij inkt of toner op een substraat terechtkomt zat in het programma.
Veelbelovende technieken - die mogelijk altijd veelbelovend zullen blijven – domineerden. John Harrison, directeur marketing van Agfa, gaf een sneak preview van Delano, een grafische workflow systeem, waarvan de software opdrachtgever en drukker via Internet alle noodzakelijke productie informatie laat uitwisselen. ‘U weet hoe dat gaat met software. We hebben al de nodige deadlines achter ons. Tegen het eind van dit jaar kunnen we Delano in de praktijk gaan testen’, zei Harrison.
Christian Anschuetz van Heidelberg verklapte dat de Duitse persenbouwer bezig is met een ASP-achtige oplossing waarmee opnieuw drukkers en klanten met elkaar kunnen communiceren tijdens het grafisch productieproces. Heidelberg werkt niet mee aan systemen die de inkoop van drukwerk via Internet regelen. ‘Die systemen zijn alleen in het voordeel van drukwerkmakelaars, een zeer beperkte groep’, zei Anschuetz. Heidelberg beschouwt e-commerce als een hulpmiddel bij de productie die zijn meerwaarde vooral ontleent aan business-to-business transacties. De ASP-dienst die Heidelberg wil gaan aanbieden, zal volledig gebaseerd zijn op afspraken rond JDF zoals die nu door de CIP4-organisatie gemaakt zijn. Christian Anschuetz: ‘Een eerste demonstratie van de mogelijkheden die Heidelberg drukkers gaat bieden is misschien te zien op Print 2001 in Chicago’.
Een opmerkelijke uitschieter tijdens de presentaties kwam van Man Roland. Bij monde van Josef Schneider en Ralf Schlözer keek Man Roland terug naar drupa 2000. Nu een jaar verstreken is signaleerden beide sprekers de verkoop van serieuze aantallen printers en digitale persen in de grafische industrie. Heidelberg verkocht wereldwijd meer dan vijftig Speedmasters DI en heeft er twintig in de orderboeken staan. De 74 Karat wint aan momentum en zou circa dertig installaties tellen. De eerste DicoWeb van Man Roland is geïnstalleerd, net als de eerste Xerox offset pers.
Uiteraard vallen deze aantallen in het niet bij de verkopen van conventionele offsetpersen. Maar vaak komen ze te staan naast printers zoals die van Océ, Xeikon, Canon, Xerox of Heidelberg. De hybride productie in het grafisch bedrijf wordt daarmee realiteit. De printer naast de drukpers: een trend die onomkeerbaar is. Daartoe moeten volgens Schneider en Schlözer de businessmodellen – zeg maar de manier waarop een ondernemer geld denkt te kunnen verdien – worden aangepast. En dat gebeurt ook. De drukker moet in staat zijn elke vorm van digitale input te verwerken op bijna elk substraat en via elk kanaal. Dat houdt zowel de opslag, bewerking en output van data in. Afgezien van de wenselijkheid van deze aanpak en de mogelijkheid daartoe, zou de Amerikaanse drukker RR Donnelley zijn kaarten op deze aanpak zetten. Volgens Schneider en Schlözer wil Donnelley de omzet die de onderneming behaalt met zijn niet direct druk-activiteiten op gaan voeren van 25 procent in 2000 tot maar liefst de helft van de totale omzet in 2005. Donnelley zou daarmee een volledig pakket diensten bieden, met zowel conventionele als digitale druk en uiteraard het printwerk in het pakket.
Eén van de weinige drukkers die tijdens het driedaags evenement aan het woord kwam, was Matthias Rübelmann van Druckhaus Beltz in Duitsland. De drukkerij dateert van 1841 en biedt onderdak aan zowel uitgeef- als drukactiviteiten. Een belangrijke markt voor Beltz is die van de wetenschappelijke uitgaven. De boekproductie voor dit segment van de markt kan volgens Rübelmann nu al beter met printers dan met drukpersen worden bediend. Als voordelen noemde hij het bekende rijtje: kortere productietijden, lagere instelkosten, en alleen het aantal boeken dat werkelijk nodig is wordt geproduceerd. Voor de grafische productie van zijn boeken zette Beltz een Xerox DocuTech in, maar verving deze recent door de DemandStream van Océ. De drukkerij wilde een snelle hoogvolume rotatieprinter. Matthias Rübelmann heeft geen spijt van de investeringen, integendeel: met het zwart/wit printen draait hij naar eigen zeggen met uitstekende financiële resultaten.
DPP 2001 probeerde de technische ontwikkelingen rond digitaal drukken niet alleen in kaart te brengen, maar ook naar een hoger niveau te tillen. Daar wrong de schoen enigszins. Leveranciers geven een kijkje in de keuken, maar de recepten blijven achter slot en grendel. Het inschakelen van zogenaamde ‘peer reviews’ – een in de wetenschappelijke wereld geaccepteerde methode om bijdragen op hun wetenschappelijke inhoud en feitelijk juistheid te toetsen – leidde tot veel werk voor de 753 reviewers, maar tegelijkertijd tot weinig nieuws.
Alfons Buts, directeur van Xeikon, vergeleek de ontwikkelingen op de markt voor digitaal drukken met een Grieks sage. Gestart in 1993 is er een lange weg afgelegd, met vele gevaren, verrassende ontmoetingen en laveren tussen hoop en vrees. DPP 2001 bood volgens Buts een blik op morgen. ‘Het laat zien welke technieken de leidende fabrikanten ontwikkelen voor de toekomst. Tegelijkertijd laat DPP 2001 zien welke mogelijkheden de markt biedt.’ Die laatste opmerking van Buts betrof waarschijnlijk een Griekse mythe, want van markt noch klant was sprake tijdens DPP 2001.
De haven voor de digitale Odyssee is nog niet in zicht. Leveranciers winden zich meer op over puntgrootte en tonerdeeltjes dan over klanten die al dat digitale drukwerk gaan consumeren. Althans tijdens DPP 2001.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus, juni 2001]
Groei zeker, maar hoeveel?
DPP 2001 vond van 13 tot 17 mei plaats in Antwerpen. In drie
dagen konden de vierhonderd deelnemers uit 48 verschillende landen circa
negentig presentaties bijwonen. Zoals gebruikelijk strooiden de sprekers met al
dan niet gedocumenteerd cijfermateriaal. Volgens Xeikon-topman Alfons Buts
groeit de markt voor digitaal drukken van 20 miljard dollar in 2000 naar dertig
miljard in 2003. Buts relativeerde door te verwijzen naar onderzoeker Mark W.
Fleming. Hij zag de markt groeien van zeven miljard dollar in 1997 naar bijna
11,5 miljard in 2000; dit zonder wide format, statement printen en de miljarden
kantoorafdrukken. Een driejaarlijkse groei van 63 procent is echter zeker,
concludeerde Buts. In 2003 staat de volgende International Conference on Digital
Production Printing and Industrial Applications op de agenda.
The Society for Imaging Science and Technology IS&T is de
organisator van DPP 2001. Het doel van deze internationale non-profit
organisatie is de leden op de hoogte te houden van de nieuwste technische en
wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van ‘imaging’. De vereniging
heeft een hoog technisch en ‘ons-kent-ons’-gehalte. Het werkgebied van IS&T is
breed: van digitaal drukken tot en met zilverhalide. Agfa is de stille kracht
achter DPP 2001. Vrijwel de complete programmacommissie werd gevormd door
medewerkers van Agfa. Strategische partners van DPP 2001 waren Barco, Dainippon,
Océ en Xeikon. Meer informatie is te
vinden op:
www.imaging.org.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|