CeBIT 2002

 

  

Omhoog

 

 

Waarom naar CeBIT?

 

Wie durft het aan om de trip naar CeBIT 2002 te maken? Waarom zou ik mij storten in een megalomane beurs waar elk overzicht zoek lijkt en geen enkele drukpers draait? Het antwoord is kinderlijk eenvoudig: omdat uw opdrachtgever er waarschijnlijk ook een kijkje neemt.

 

Waarom gaat een graficus naar CeBIT 2002? De grootste IT-beurs ter wereld, met huiveringwekkende cijfers over vloeroppervlakte (432.011 vierkante meter), aantal standhouders (8.152) en bezoekers (waarschijnlijk rond de 800.000) zet van 13 tot 20 maart de poorten weer open. Het simpelste argument om een dag rond te dwalen in de 27 hallen is dat Hannover zo dichtbij is. Met auto, vliegtuig of trein is het beursterrein goed te bereiken.

 

Sterker dan dit gemaksargument is het feit dat CeBIT er keer op keer in slaagt trends in de informatietechnologie in een vroegtijdig stadium te laten zien. Natuurlijk is het moeilijk overzicht te krijgen in de IT-heksenketel, maar moeiteloos is een groot aantal hallen uit het bezoekprogramma te schrappen. We laten de bankveiligheidssystemen voor wat die zijn, de hallen met oprolbare toetsenborden negeren we en bij de noodlijdende telecommaatschappijen die zich financieel vertilden aan UMTS halen we de schouders op. Zelfs de robot die ruggenmergoperaties op afstand uitvoert laten we links liggen.

 

De meest herkenbare hal voor grafici blijft hal 1. Hier staan de bekende namen zoals Heidelberg, Océ en Xerox. Heidelberg laat uiteraard de NexPress draaien en toont verschillende één-op-één marketing acties, bijvoorbeeld voor Audi.

 

Xerox demonstreert de DocuColor-serie, de complete range zwart/wit en kleurenprinters voor kantoren en software-oplossingen. Océ concentreert zich vooral op de werkstroom voor documenten in een kantooromgeving. Agfa is op CeBIT aanwezig, maar heeft twee weken voor aanvang van de beurs nog geen informatie beschikbaar.

 

Volgens de organisatoren - en gelijk hebben ze  - is digitaal drukken en printen de belangrijkste trend bij ‘publishing’. In kantoren gaat het daarbij om inkjet, thermische of laser printers. Steeds belangrijker wordt daarbij het zogenaamde ‘cluster printen’. Slimme software die zorgt voor een uitgekiende load balancing tussen uiteenlopende printers maakt de aanschaf van hoogvolume printers niet langer noodzakelijk. Load balancing software is onder andere bij Xerox, Océ, Canon, Minolta en andere grote printerbouwers te vinden.

 

Het idee van load balancing is zo’n trend die voor grafici niet nieuw is, maar waar door een bezoek aan CeBIT plotseling anders tegenaan gekeken wordt. Bij de almaar dalende oplagen en groeiende wens tot personaliseren zijn clusters van kleinere machines vaak in het voordeel ten opzichte van de mastodonten. Een groot aantal kleine printers die dezelfde afdrukkwaliteit en productiecapaciteit leveren als één grote kent nogal wat voordelen. Pieken in de productie zijn door het inzetten van meerdere machines makkelijk te scheren. Bij een onverhoopte storing staat de machine een kamer verderop klaar om de printtaken over te nemen. De aanschafkosten van een paar kleine machines zijn vaak lager dan van een hoogvolume printer. Het vervangen van technisch verouderde typen legt een minder groot beslag op de cash flow.

 

Moet ik daarvoor naar Hannover? Dat is een goede vraag. Wie puur geïnteresseerd is in grafische techniek, kan de euro’s beter in zijn zak houden en een maand later het vliegtuig of de boot pakken naar Ipex.

 

Wat CeBIT nu juist zo interessant maakt, zijn ontwikkelingen in de IT die de grafische bedrijfstak wel raken, maar vaak buiten beeld blijven. CeBIT biedt vooral een kijkje in de keuken van de opdrachtgevers van grafici. Als de productie van mijn documenten met een serie kleinere printers zo makkelijk is, waar heb ik dan nog een drukker voor nodig? Dat is ook een goede vraag.

 

Bij middelgrote en grote ondernemingen heeft de IT-afdeling de handen vol gehad aan de omschakeling naar de euro. Deze bedrijven zijn inmiddels wel redelijk ver met het invoeren van Enterprise Resource Planning, ofwel ERP-technieken vooral op het gebied van productie en logistiek. ERP is een noodzakelijk voorwaarde om met succes het pad van e-commerce te kunnen bewandelen. Maar dat is toch een doodgeboren kindje? Zakendoen via internet levert toch alleen verliezers op – en welk bedrijf koopt zijn drukwerk nu on line?

 

Dat kan verkeren. Het is zeker waar dat e-commerce nog genoegen moet nemen met een klein percentage van alle transacties die plaatsvinden. Maar geen enkele grote onderneming kan het zich permitteren de trend naar meer e-commerce te negeren. Voor wat het waard is: marktonderzoekbureau Arthur Andersen voorspelt dat alleen al in Europa zo’n 24 procent van de economische groei direct afkomstig is van e-commerce. Daarbij is het merkwaardig genoeg niet de directe meeropbrengst van de verkopen die als aanjager van deze groei fungeert, maar de kostenbesparingen die gerealiseerd kunnen worden door productie- verkoop- en logistieke processen met elkaar te integreren.

 

Volgens een ander onderzoekbureau, Forrester Research, verwachten ondernemingen dat circa tachtig procent van hun klanten en ongeveer zestig procent van hun zakenpartners tegen het eind van dit jaar digitale toegang zullen eisen of anders naar een concurrent zullen overstappen.

 

Een probleem dat daar direct mee samenhangt  - en grafici ook goed kennen - is het personaliseren van informatie. Dat gaat verder dan het welkom heten op de website met je eigen naam. Langs volautomatische weg op maat gemaakte informatie moet klanten vasthouden en hen verleiden tot het doen van aankopen. Daarbij weten deze bedrijven dat het vergelijken van prijzen op het web een fluitje van een cent is. Producten zullen dan ook tegen de scherpste prijzen moeten worden aangeboden, waarbij de ‘persoonlijke’ relatie met de klant een zeer belangrijke rol speelt, wil het daadwerkelijk tot een transactie komen. Betrouwbaarheid en veiligheid zijn de steekwoorden die daarbij om de haverklap vallen.

 

Voor wie dit allemaal een ver-van-mijn-bed show is, zou een kijkje kunnen nemen bij de manieren waarop consumenten, de klanten om de hoek, digitaal beeld creëren. Het aantal low budget scanners is niet aan te slepen, net zo min als de digitale camera’s die er jaar na jaar in slagen betere prestaties te koppelen aan gelijkblijvende prijzen.

 

Het geheugen van digitale camera’s wordt kleiner en krachtiger met kaarten zoals de CompactFlash, SmartMedia en Sony’s Memory Stick. Camera’s met een oplossend vermogen van 2 of 3 megapixels zijn nu al voor een kleine € 350 te koop. Bij de scanners gaat het om snelheid en kwaliteit. Volautomatisch stofverwijderen van dia’s is niet meer iets om je druk over te maken. Een kleurdiepte van 48 bits bij 1200 x 2400 dpi is niet langer een bijzonderheid.

 

En wat te denken van een bedrijfje als Mediasec Technologies. Mediasec schreef software waarmee naar eigen zeggen tegen lage kosten digitale beelden beveiligd kunnen worden tegen het onbevoegd aanpassen en bewerken van beeld. De bestanden worden voorzien van een digitaal watermerk, waardoor manipulatie niet langer mogelijk is.

 

Nou en, zegt de drukker? Alweer een goede vraag. Maar reken er maar op dat de slager, groenteboer en makelaar die zo makkelijk een digitale foto kan maken, of zo enig een illustratie kan scannen uiteindelijk bij de drukker op de stoep staat, met de vraag om daar wat leuk drukwerk van te maken. Echt interessant wordt het voor de DTP-er als blijkt dat de makelaar wat geinige software installeerde waardoor niemand meer kan rotzooien met de afbeeldingen van de huizen die hij in de verkoop heeft. Leg zo’n man of vrouw maar eens uit dat beelden voor druk geschikt moeten worden gemaakt en dat zijn digitale kluis daarbij niet echt helpt. Leg zo’n man of vrouw dan ook maar eens uit dat het beeld dat hij zag op zijn ultraplatte LCD-scherm in druk niet dezelfde helderheid te zien zal geven. Maar de machines en apparatuur zijn op de markt. Opmaken en publiceren kan iedereen en de prepresser en drukker moeten er wat van zien te maken.

 

Voor drukpersen hoeft een graficus niet naar CeBIT. Zelfs niet voor de printers. Een graficus gaat vooral naar CeBIT om te kijken op welke manieren en met wat voor gereedschappen hun grote en kleinere opdrachtgevers hun werkzaamheden proberen te automatiseren.

 

Leon van Velzen

 

CeBIT 2002 weer groter

 

Economische tegenwind of niet, CeBIT 2002 is weer groter. Wel is het aantal Duitse exposanten iets teruggelopen, een ontwikkeling die volgens de organisatoren direct te maken heeft met de economische situatie op dit moment.

 

CeBIT 2002 vindt van 13 tot 20 maart plaats in Hannover. De totale beurs beslaat 27 hallen. Om enige orde in de chaos te scheppen, deelden de organisatoren de beurs op in drie kerntechnieken en zes subcategorieën. De noordsectie van het beursterrein is geheel gewijd aan informatietechnologie, aan de westelijke kant vinden we vooral software en het zuidwestelijke gedeelte is ingeruimd voor telecommunicatie.

 

Op de website www.cebit.de is veel meer informatie te vinden. Bijvoorbeeld met informatie hoe de files te ontlopen (bijna onmogelijk, alleen de trein biedt soulaas) en informatie over hotels voor degenen die langer dan een dag willen blijven. Voor wie nu nog wil boeken is logies beperkt beschikbaar, maar de praktijk wijst uit dat ter plaatse altijd kamers vrijkomen. Reken wel op gepeperde prijzen.

Hoe dan ook: een goede voorbereiding is voor CeBIT absoluut noodzakelijk om niet een dag lang moedeloos over het beursterrein te hoeven dolen.

 

Publicatie: Graficus, nummer 10, 7 maart 2002

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.