|
|
Cijfers en trends: going down
‘Het aandeel eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal, ofwel de solvabiliteit, is de laatste jaren sterk verslechterd. Gecombineerd met het feit dat de post 'overig kort vreemd vermogen fors' is toegenomen, is duidelijk sprake van een meer risicovolle balans.’ Het zal duidelijk zijn: hier spreekt een bankier over de grafische branche. Wie
wil dat zijn zoon of dochter drukker,
afwerker of prepresser wordt? In tijden van hoogconjunctuur is er geen mooier
vak denkbaar. Maar zodra het recessiespook door de wereld dwaalt, krijgen
grafici als eerste de klappen. Nederland
stevent met een nulgroei
in twee opeenvolgende kwartalen af op een echte recessie. De voortekenen logen
er eerder dit jaar al niet om. Een derde van alle grafische bedrijven in
Nederland noteerde rode cijfers.
Het slechtst scoorden volgens KVGO-onderzoek de afwerkers. Van hen sloot de
helft het vorig jaar in de min af. Drukkerijen deden het iets minder slecht.
Dertig procent wist geen winst te maken. De prepressbedrijven deden het op hun
beurt een tikkeltje minder dan de drukkerijen: 31 procent boekte een negatief
bedrijfsresultaat. Nu
zegt het verleden weinig tot niets over
de toekomst. Toch bestaat de onbedwingbare neiging ook datgene wat ons wacht in
cijfers te vangen. Banken doen niet anders bij hun permanente zoektocht naar het
verminderen van onzekerheden. Dit
jaar verscheen bij de ING Bank
een nieuwe Sectorstudie Grafimedia. Met de nodige mitsen en maren schetst de
Sectorstudie drie scenario’s voor een iets langere periode. ‘De
belangrijkste tendens de komende jaren is dat de nominale omzetgroei in alle
drie de grafimedia segmenten een dalende trend vertoont. Dit wekt nauwelijks
verbazing gezien de voor de komende jaren, zowel door ING als andere instituten,
neerwaarts bijgestelde economische groeiverwachtingen. De prepress zal daarbij,
zoals ook in het recente verleden, de laagste groei laten zien. (…) Voor de
segmenten drukkerijen en afwerkingsbedrijven geldt dat zelfs in het lage
groeiscenario sprake is van positieve nominale omzetgroei, terwijl voor de
prepress geldt dat de omzetgroei in het lage groeiscenario negatief is.’ Met
andere woorden: ook bij een recessie
redden drukkers en afwerkers het wel, maar komen prepressbedrijven nog meer
onder vuur te liggen dan nu al het geval is. Voor de korte termijn gebruikt de
bank de woorden ‘gematigd positief’. ‘Het meest gunstig lijkt de toekomst
te zijn voor het kwaliteitsdrukwerk (brochures, jaarverslagen, luxe boeken,
gespecialiseerde tijdschriften) reclamedrukwerk (met name direct mailings) en
verpakkingsdrukwerk (meer variatie en kortere levensduur van verpakkingen).
Zelfs in een minder hard groeiende economie bieden deze marktsegmenten kansen om
toegevoegde waarde te creëren. Formulierendrukkerijen krijgen het moeilijk.’ De
Sectorstudie merkt terecht op
dat prepressbedrijven, drukkerijen en binderijen uitermate gevoelig zijn voor
conjuncturele schommelingen. ‘Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de
grafimedia als toeleverancier van industriële of handelsondernemingen
fungeert.’ Peter
Wiltink, lid van het brancheteam
Grafimedia van de ING Bank, wijst daarbij op het belang van het sentiment in de
markt: ‘Feiten zijn feiten, maar we moeten elkaar ook geen recessie
aanpraten.’ Toch is er wel degelijk sprake van een zorgelijke economische
situatie. Over de oorzaken zijn de onderzoekers het snel eens. De technische
ontwikkeling zorgt ervoor dat elke investering in nieuwe apparatuur meer
capaciteit op de markt brengt. Tot
voor kort was er sprake van een gestage
groei op de markt van drukwerk. Ook de sectorstudie spreekt van een groeicijfer
dat ligt tussen de twee en drie procent. Maar wie met bijvoorbeeld de
papierleveranciers praat, hoort dat er afgelopen jaar niet of nauwelijks sprake
is geweest van een stijgende markt. Meer capaciteit, een stagnerende markt: dan
kan het prijswapen niet uitblijven, waardoor de markt nog verder wordt verziekt. Jos
Langens, branchecoördinator
Handel, Industrie & Zakelijke Dienstverlening en als branchecoördinator
verantwoordelijk voor de Sectorstudie Grafimedia: ‘Ik heb het idee dat in de
grafimedia-branche het prijswapen erg snel wordt ingezet in vergelijking met
andere bedrijfstakken.’ Langens pleit dan ook voor een strategische
benadering, waarbij de ondernemer zijn plaats in de productiekolom zelf
definieert en daar ook consequent naar handelt. ‘Wie zijn je klanten? In welke
nieuwe technieken investeer je? De antwoorden op die vragen moet een ondernemer
haarscherp kunnen geven.’ Tegelijkertijd
wijst Langens op
het gegeven dat de grafimedia-branche zich onderscheidt van andere
bedrijfstakken doordat naast de harde interne concurrentie ook nog eens sprake
is van veranderingen binnen de bedrijfstak zelf door toetreding van nieuwe
branchevreemde spelers en -technieken. Gezien de omvang van die markt is dat
niet onlogisch. De Sectorstudie houdt het voor het jaar 2000 op een omvang van
naar schatting 6,7 miljard euro. Dat is serieus geld. De
druk op de prijzen
is verklaarbaar, maar de vraag blijft waarom het ene grafische bedrijf met
ogenschijnlijk dezelfde machines, een identieke omvang en zelfde soort klanten
veel beter presteert dan een collega een paar kilometer verderop. Barend
van den Eijkel,
directeur van Graphic Lease en eveneens lid van het brancheteam Grafimedia,
wijst op ‘goed ondernemerschap’. ‘Een goede grafisch ondernemer stuurt
zijn bedrijf niet op volume, maar op toegevoegde waarde. Hij houdt de
nacalculaties scherp in de gaten en kijkt naar het betalingsgedrag van zijn
opdrachtgevers. Een grafisch bedrijf speelt te vaak de rol van bank. Als het
niet anders kan moet je kiezen en afscheid durven nemen van klanten die niet bij
je passen. Dat lijkt arrogant, maar is het niet. Het is het behoud van je
onderneming.’ Wie
het water nu tot aan de lippen staat,
kan wellicht schrale troost putten uit de gedachte dat het ooit nog erger was.
Volgens ING Bank realiseerde op het hoogtepunt van de crisis in 1993 minder dan
zestig procent van de prepressbedrijven een positief bedrijfsresultaat. Hoewel
het daarna beter ging is er vooral in de prepress sprake van sterke prijsdruk.
In cijfers uitgedrukt: ‘Waar drukkerijen en afwerkingsbedrijven in 2000 een
prijsgroei van 2,6 procent respectievelijk 1,9 procent lieten zien, daalden de
prijzen in de prepress met 1,1 procent.’ En dat terwijl ook in 1999 al sprake
was van een prijsdaling.’ De
Sectorstudie geeft geen nieuwe,
maar wel plausibele redenen voor deze permanente druk op de prijzen in de
prepress. ‘Dit komt waarschijnlijk door de sterk toegenomen concurrentie in
prepressactiviteiten. De toetredingsbarričre tot deze markt is laag met als
gevolg dat reclamebureaus en ontwerpstudio’s zich op deze markt begeven.
Daarnaast zijn door de DTP-revolutie opdrachtgevers (waaronder drukkers) zelf
een gedeelte van de traditionele prepressactiviteiten gaan doen.’ De
Sectorstudie maakt geen duidelijk onderscheid
tussen het vernieuwen van de grafische productieketen en het vernieuwen van
producten. Bij de eerste gaat het primair om een betere integratie van
gescheiden productiefasen in de drukvormvoorbereiding, het drukken en afwerken,
vooral gericht op het verkorten van de doorlooptijden en verlagen van de
kostprijs. Bij het vernieuwen van de producten gaat het om nieuwe diensten zoals
databasepublishing en printen-op-afroep. Vooral
productvernieuwing opent
voor prepressbedrijven een baaierd aan mogelijkheden. Die mogelijkheden zijn wel
beperkt doordat de markt van prepressbedrijven streng gedefinieerd is. Volgens
de Sectorstudie geldt dat er drie grote groepen opdrachtgevers zijn voor
prepressbedrijven. De grootste klant is de grafimedia branche zelf - lees: de
drukkers – goed voor dertig
procent van de omzet. ‘De overige branches, met name industriële bedrijven en
groot- en detailhandel, zijn verantwoordelijk voor 29 procent van de omzet en
reclamebureaus tenslotte voor 28 procent.’ De
onderzoekers lijken het rapport
dan ook in mineurstemming af te sluiten. ‘Nu lijkt het proces van
digitalisering in de grafimedia branche, wat in de prepress zonder enige twijfel
het verst is doorgevoerd, opnieuw problemen in te luiden voor zelfstandige
prepressbedrijven.’ Drukkers nemen immers zelf de prepress in handen en
opdrachtgevers kunnen dankzij de goedkope apparatuur ook zelf de
drukvormvoorbereiding verzorgen. Maar dat is te kort door de bocht. Het
rapport ziet kansen
‘bij uitstek’ voor prepressbedrijven om zich te ontpoppen tot hoofdaannemer
in de grafische keten. ‘Zodoende zullen prepressbedrijven directe toegang
krijgen tot de primaire markt van opdrachtgevers.’ Dat ze daarmee de relatie
met hun ‘natuurlijke’ opdrachtgever – de drukker - op het spel zetten
hindert niet, want die drukkers hebben de drukvormvoorbereiding al in eigen huis
gehaald, al was het maar om de overstap naar CTP te kunnen maken. De
onderzoekers van ING Bank
zien voor prepressbedrijven dan ook vooral een rol weggelegd als leverancier en
beheerder van digitale informatie, geschikt voor meerdere media. Kool: ‘Het
beheer van de data en de assets zal sterk aan belang winnen. Daar liggen de
kansen voor prepressbedrijven. Van de voortschrijdende digitalisering van de
totale grafische ‘workflow’ zullen de prepressbedrijven als eerste kunnen
profiteren.’ De
tijd waarin de drukpers
een vanzelfsprekende spilfunctie innam, is volgens de onderzoekers voorbij. De
drukker is niet langer de vanzelfsprekende hoofdaannemer in de keten. Snelle
doorlooptijden en flexibiliteit worden voor opdrachtgevers steeds belangrijker.
Drukkerijen groeien geleidelijk naar volledige automatisering. Carl Kool: ‘CTP
begint nu echt aan te slaan. Die trend zet door. De integratie van de
verschillende stappen in de productieketen is in volle gang.’
Ontwikkeling
in nieuwe diensten
is eveneens noodzakelijk, ‘anders dreigt de drukker gereduceerd te worden van
een full service bedrijf tot een ‘kale’ drukkerij. Dit kan voorkomen worden
door achterwaartse integratie met de prepress. Daarnaast zal de drukker zich
meer moeten ontwikkelen tot een crossmedia dienstverlener.’ Volgens
de Sectorstudie
werden de afwerkers tot niet zo lang geleden gezien als de ‘loopjongens’ van
de drukkers. ‘De afwerker had in de keten weinig te vertellen en fungeerde als
sluitstuk voor het grafisch proces.’ Maar afwerkers professionaliseren en
automatiseren. Er is dus hoop. Afwerkers bepalen uiteindelijk hoe het drukwerk
eruit komt te zien en daarmee het succes van een product. Als eindpunt van de
grafische keten zijn ze bij uitstek gepositioneerd om de logistiek voor hun
rekening te nemen.’ Een
rapport dat de balans opmaakt
van de grafische bedrijfstak loopt het risico zich te beperken tot het
openzetten van bekende deuren en het doen van voorspellingen waaraan niemand
zich kan branden. Ook de Sectorstudie Grafimedia ontkomt niet helemaal aan die
val. De grafisch ondernemer die zoekt naar de bevestiging van datgene wat hij of
zij al lang vermoedde zal veel van informatie in de studie herkennen. De kansen
en bedreigingen, de strategische opties die er liggen, de analyse van wat er bij
prepressers, drukkers en afwerkers aan de hand is, klopt en is correct. Ondernemen
– en zeker grafisch ondernemen – is
in tijden van tegenspoed niet makkelijk. Eenvoudige antwoorden en simpele
oplossingen bestaan er niet voor de moeilijke periode waar de branche doorheen
moet. Bij de gepresenteerde cijfers gaan de onderzoekers bij het ‘lage
groeiscenario’ - ofwel de meest pessimistische variant
- voor dit jaar uit van een economische groei van 0,1 procent bij een
inflatie van 1,6 procent. Wanneer de studie nu zou verschijnen zou de
economische groei zonder twijfel op nul zijn gesteld en het cijfer voor inflatie
hoger zijn. Dat zou weer betekenen – zonder exact te willen voorspellen –
dat de nominale omzetgroei in de prepress voor dit jaar zeker onder de min twee
procent zakt. De omzet van drukkerijen en afwerkingsbedrijven zakt bij die
veronderstellingen ook door de nulgroei grens en wordt negatief. Dat betekent
voor de breedte van de grafische bedrijfstak ten opzichte van het afgelopen jaar
een dalende omzet en – naar alle waarschijnlijkheid – een nog grotere druk
op de prijzen. Helaas is dat is geen vrolijk beeld, maar tegelijkertijd voor
grafici geen nieuwe situatie. De kinderen die tegen de stroom in toch
prepresser, drukker of afwerker willen worden maken in een conjunctuurgevoelige
bedrijfstak zeker ook de betere tijden weer mee. Leon
van Velzen De Sectorstudie Grafimedia is te bestellen bij Secretariaat KRN, HA 03.05 Postbus 1800, 1000 BV Amsterdam, telefoon: 020 – 652 28 85.
Snapshot van de branche
Hoe
ziet de grafische wereld in Nederland er uit? Exacte cijfers zijn nooit actueel
en de ING Bank
grijpt dan ook terug naar het jaar 2000. In dat jaar bedroeg de netto-omzet naar
schatting € 6,7 miljard. Een plus van 6,7 procent vergeleken met het jaar
daarvoor. Daarvan kwam 89 procent voor rekening van drukkerijen. Prepressers en
afwerkers deden met een aandeel van vijf, respectievelijk zes procent een
bescheiden duit in het zakje. Datzelfde
jaar telde Nederland 3.525 grafische ondernemingen. Dat is bijna hetzelfde
aantal als in 1993. De groei van 0,6 procent kwam volledig van kleine
starters met minder dan vijf mensen personeel. De werkgelegenheid steeg. In 2000
verdienden 51.836 personen een boterham in de branche, een toename van 2,4
procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Publicatie: Graficus Magazine, nummer 1, juni 2002
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|