|
|
Speelt Nero viool terwijl Rome brandt?
Grafisch Goud. Dat klinkt goed. Goud blinkt en trekt de aandacht. Nummer één in de bedrijfstak, dan doe je iets erg goed. Maar is het wel zo leuk een Gouden Z te winnen? Moet je in beroerde tijden wel een feestje geven? En wat te denken van Grafivak en het KVGO die worstelen met identiteit en voortbestaan?
Eensluidend zijn de antwoorden niet van de winnaars van de Gouden Z 2001, maar ze zijn het wel opvallend vaak met elkaar eens. De branche is ziek noch dood. Integendeel. Winnaars hebben een voorbeeldfunctie. Winnaars zijn de ambassadeurs van de bedrijfstak. Of niet? Is het de winnaars van de Gouden Z 2001 gelukt de grafische bedrijfstak op een goede manier over het voetlicht te brengen? En wat betekent dat eigenlijk: het winnen van een prijs?
Rick Volkers, Grafimedia ondernemer van 2001, was blij verrast toen zijn naam als winnaar tevoorschijn kwam. Volkers: ‘Je stopt samen met anderen veel tijd in de voorbereiding. Ik heb de indruk dat de jury zeer serieus bezig is geweest. Dat is prima, want er staat wel wat op het spel. Er zitten toch vijftienhonderd mensen in de zaal. Tijdens zo’n feestelijke uitreiking raak ik geïnspireerd door de vernieuwingen in de bedrijfstak.’ Danny van Bronkhorst vulde op advies van een consulent netjes de formulieren in en zag wel waar het schip strandde. Van Bronkhorst: ‘De uitreiking van de Gouden Z is omgeven met nogal wat glamour. Als Fries vraag je je af dan wanneer je op dat podium staat: klopt dit wel? Ik beschouw het winnen dan ook vooral als een schouderklopje voor onze mensen op de werkvloer.’ Hans Rijnja ziet het winnen van een prijs als een bevestiging dat zijn bedrijf op de goede weg is. Hij vindt het belangrijk dat wat er binnen Rijnja Repro gebeurt kennelijk niet onopgemerkt voorbij gaat. Rijnja: ‘Het winnen is een stempel van goedkeuring. Het hielp ons ook bij de nominatie voor de Broos van Erp Prijs; een onderscheiding voor vernieuwende ondernemingen in de ICT en er verscheen een artikel over ons bedrijf in het tijdschrift Quote. Wat me verbaasde was dat er naderhand weinig collega-ondernemers reageerden. Wanneer iemand iets goed doet, wil ik altijd graag weten wat het geheim van de smid is. Daar kun je wat van leren.’
Eén van de doelen die bij de start van de Gouden Z hoog in het vaandel stond was het verbeteren van het imago van de bedrijfstak. Trok de ondernemer van het jaar volle zalen? Volkers: ‘Inderdaad heb ik een aantal spreekbeurten gehouden, maar over het algemeen waren die gericht op mensen binnen de bedrijfstak of mensen die er tegen aan zitten zoals ontwerpers.’ Ook de twee andere winnaars zijn niet als ambassadeur van de bedrijfstak op stap geweest. Danny Bronkhorst: ‘Daar moet je ook het type voor zijn. De een vindt het leuker dan de ander om op een podium te klimmen en een zaal toe te spreken.' De vraag is of de organisatoren van de Gouden Z niet een veel actievere rol zouden moeten spelen. Lobbyen om winnaars te laten spreken op congressen en tijdens symposia – en ze bij deze activiteiten ook te ondersteunen? Volkers denkt dat op dit terrein nog veel winst valt te boeken. Beeldvorming kan altijd beter. Maar elkaar permanent de put inpraten met een stoffig en behoudend imago zet evenmin zoden aan dijk.
Sterker nog. De gouden ondernemers vinden dat imago helemaal niet zo slecht. Volgens Hans Rijnja valt het met die beroerde beeldvorming van de grafische bedrijfstak erg mee. ‘Iedereen die ik ken en die dicht tegen het productieproces aan zit heeft bewondering voor het vakmanschap van grafici. Het beeld is helemaal niet zo slecht. Volgens Hans Rijnja valt het met die beroerde beeldvorming van de grafische bedrijfstak erg mee. ‘En kijk eens naar onze arbeidsvoorwaarden en CAO.’ Volkers is het met Rijnja eens. ‘Bij Neroc Packaging zijn de collectieve arbeidsvoorwaarden een prima manier om goed personeel binnen te krijgen. Het imago buiten de branche is dus helemaal niet slecht’, zegt Volkers. ‘We hebben goede afspraken tussen werknemers en werkgevers. Ik heb hier regelmatig mee te maken omdat ik jonge, hoog opgeleide mensen aantrek van buiten de branche. Als gevolg van de goede arbeidsvoorwaarden kan ik makkelijker deze mensen naar mij toetrekken. Wat ik wel constateer is dat creatieve mensen van ontwerpbureau’s de medewerkers van de productie weinig ‘oplossend’ vinden vinden. Wij kijken vaak te technisch en zeggen dan te snel: wat je wilt kan niet uitgevoerd worden. Er worden dan ook geen alternatieven aangedragen. Daar is nog veel te winnen! We zijn innovatief, we kunnen veel realiseren met onze technische kennis, alleen er wordt knullig gecommuniceerd. Ontwerpers hebben met die techniek niets te maken en willen hun liefst grensverleggende ideeën zo goed mogelijk uitgevoerd zien. Daardoor ontstaat het beeld dat mensen die in de productie werken altijd maar weer als remmer op de trein fungeren.’ Danny van Bronkhorst merkt er niets van dat de bedrijfstak kampt met een imagoprobleem. ‘Mijn klanten beginnen altijd over drie zaken: een goede prijs, een snelle levertijd en een uitstekende kwaliteit. Wanneer je dat voor elkaar hebt is een klant tevreden.’
Zo makkelijk komen de heren er niet van af. Want wat is er dan wel waar van dat stoffige beeld en waarom willen jongeren die drukkerij niet in? Hans Rijnja: ‘Grafici zitten nu eenmaal per definitie aan het eind van de rit. Dat is niet sexy. Je kan het eigenlijk alleen maar fout doen. Grafici hebben de neiging naar binnen te kijken en dan zie je daarbuiten een boze wereld. Toch bespeur ik veel respect om me heen. Opdrachtgevers hebben wel degelijk een realistisch beeld van de branche.’ Van Bronkhorst: ‘Wij vinden opleiden erg belangrijk. Een van onze mensen is dan ook ambassadeur van G-Kracht. Maar na die spotjes op de radio is het stil geworden. Er komt geen informatie, niets. Dan zijn alle inspanningen om jongeren te interesseren en enthousiast te maken voor niets.’
Speelt Nero op zijn viool terwijl Rome brandt? Ofwel: is het wel gepast in gala gekleed te gaan wanneer een groot aantal bedrijven het moeilijk heeft? Zowel Volkers, Rijnja als Van Bronkhorst zijn het er over eens. Een keer per jaar mag je een keer uit je dak gaan. Het is toch ook niet zo dat bij alle bedrijven alle dagen een begrafenisstemming heerst. Hans Rijnja: ‘Een feest op zijn tijd, wat is daar nou mis mee? Natuurlijk hebben bedrijven het moeilijk, want we zitten ook in een slechte tijd. Wel is de Gouden Z vooral preken voor eigen parochie. Dat kan zeker beter. Maar de bedrijfstak is groot en sterk. Juist in slechte tijden is een goed feest op zijn plaats. Die houding, die zelfverzekerdheid, zouden bedrijven ook veel meer moeten uitstralen.’ Ook Rick Volkers heeft er geen bezwaar tegen zijn smoking uit de kast te halen. ‘We moeten niet zo navelstaren. In andere branches gaat het toch ook niet zo goed. Maar een feest waar je heel veel bekenden tegenkomt, relativeert de pijn die hier en daar zeker gevoeld wordt. Het motiveert, je ziet nieuwe innovatieve ontwikkelingen en dat stimuleert om door te gaan.’
Volgens Danny van Bronkhorst gaat het niet alle bedrijven slecht. ‘Je moet een duidelijk onderscheid maken. Het ene bedrijf doet het prima, terwijl het bij anderen veel minder gaat. Je kunt niet alle bedrijven in de grafische bedrijfstak over één kam scheren. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen veel te groot. Er is sprake van overcapaciteit, dat is geen nieuws. Als je terugdenkt aan wat er gedurende een aantal jaren aan perscapaciteit is bijgekomen, dan weet je dat het niet goed kan gaan. Acht, tien, twaalf druktorens, hoe groter, hoe beter. Ik heb het idee dat het in Friesland wat minder hectisch is dan in het westen. Bij ons is het in het 50/70-segment goed werken.’
Dat er veel bedrijven overleven omdat de eigenaar geen salaris opneemt en hoopt het pand ooit als pensioenvoorziening te gebruiken, is een beeld dat alledrie herkennen en onderschrijven. Hans Rijnja: ‘Maar je bent wel ondernemer. Dat betekent dat je op tijd de bakens moet verzetten. Het is makkelijk gezegd: maar van productiedenken, moet je naar procesdenken. Je moet zicht hebben op de totale keten van waardecreatie. Dat betekent niet dat je alles zelf moet doen. Sterker nog: vaak lukt dat je niet. Dat betekent dat je op zoek gaat naar sterke en solide partners. Maar samenwerken is vooral en kwestie van vertrouwen – en dat mis ik wel eens.’ Alle beurzen zuchten onder de haperende economie.
Zelfs een instituut als Grafivak staat te wankelen. Kan dat wel? Zeker, waarom niet, zegt Hans Rijnja. ‘Er is zoveel informatie. Ik bespeur bij mezelf een zekere beursmoeheid. Drupa, Cebit, Ipex, Grafivak. Veel informatie haal ik uit de vakbladen en nog meer uit gesprekken met collega’s. Daar hoef ik niet voor naar een beurs.’ Rick Volkers is net als Rijnja een regelmatige beursbezoeker. ‘Ik kan mij voorstellen dat je gerichter investeert in je klant. Minder aanmeldingen voor Grafivak wil nog niet zeggen dat dit komt doordat het slechter gaat met de economie. Communicatie vindt veel meer één op één plaats. Daar geloof ik in!’ Bij drukkerij Telenga van Danny van Bronkhorst namen de medewerkers een halve dag vrij om Grafivak te bezoeken. Van Bronkhorst: ‘Het is erg druk, dus het idee dat we een dag dichtgaan en met een bus naar Amsterdam rijden kun je vergeten. Op de beurs zie je veel oude bekenden. Dat is prima. En als je dan een leuke deal kan maken met een beursaanbieding is dat nog beter. Draaiende persen met zoveel torens op zo’n oppervlakte lijkt mij echter nauwelijks meer te betalen. En uiteindelijk dragen we als bedrijfstak toch met zijn allen die lasten.’
Hans Rijnja denkt dat alle bedrijfstakken op elkaar lijken. Bij elke brancheorganisatie is het niet goed of het deugt niet. ‘Het is overal een hobby om op de brancheorganisatie te schelden. Maar het KVGO heeft veel bereikt waar je als grafici trots op kunt zijn.’ Rick Volkers vindt het onafwendbaar dat er bij het KVGO zaken moeten gaan veranderen. ‘Dat is logisch want elk organisatie moet op tijd de tering naar de nering zetten. Dat moeten wij en dus ook de brancheorganisatie. Hoe langer je daar mee wacht, hoe pijnlijker de ingrepen. Uiteindelijk wordt elke club afgerekend op de toegevoegde waarde. Wanneer er teveel mensen zijn, of je betaalt ze te veel kom je op zekere dag onvermijdelijk in de problemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt. Ik ben blij met het KVGO.’ Danny van Bronkhorst maakte zelden tot nooit gebruik van diensten van het KVGO. Toch beschouwt ook hij zaken als het centraal regelen van de arbeidsvoorwaarden als een groot goed. ‘Er zijn mensen die zich inzetten voor een goed resultaat bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Dat is prima. Natuurlijk kun je altijd steggelen over een kwart procent meer of minder, maar de resultaten zijn in mijn ogen altijd realistisch.’
De ambassadeurs van de grafische bedrijfstak zijn het over heel veel punten met elkaar eens. Oké. De economie staat er beroerd voor en grafische ondernemers voelen dat als geen ander aan den lijve. Maar de een meer dan de ander. Heb je je onderneming toegesneden op je eigen sterke punten en op hetgeen de markt eist dan red je het wel. Een feestje hoort er ook in slechte tijden bij en we slapen er geen nachtje minder om wanneer Grafivak niet doorgaat.
Anders ligt dat bij het KVGO. Een sterke brancheorganisatie is van doorslaggevend belang. Niet alleen in de onderhandelingen met de bonden, maar ook als bewijs van betrouwbaarheid van de bedrijfstak. Dat is belangrijk, hoewel het met het vermaledijde imago veel minder slecht gesteld is dan velen zichzelf aanpraten. Toch zullen de volgende winnaars van de Gouden Z actief op pad moeten: lezingen geven buiten de branche, artikelen publiceren in kranten in de buurt. De grafische bedrijfstak is na 550 jaar niet dood, zelfs niet ziek, maar springlevend. En de winnaars van de Gouden Z – Grafisch Goud – willen graag dat heel Nederland dat weet.
Leon van Velzen
[Publicatie: Graficus Magazine, december 2002]
Grafisch Goud analyseert grafische bedrijfstak
Op 14 november bediscussieerden een aantal winnaars van de Gouden Z en deelnemers aan Grafisch Goud de stand van zaken in de grafische bedrijfstak. Rick Volkers, algemeen directeur van Neroc Packaging in Nijkerk en grafisch ondernemer van het jaar 2001 deed mee. Ook van de partij waren Danny van Bronkhorst en Hans Rijnja. Van Bronkhorst is directeur van drukkerij Telenga in Franeker. Hij ontving in 2001 de Gouden Z voor het beste leerbedrijf. Hans Rijnja is directeur van Rijnja Repro te Amsterdam. Zijn bedrijf pakte vorig jaar goud in de categorie Nieuwe Media. Annemarie Dekker, directeur van Remmert Dekker en winnaar van de Gouden Z 2001 voor Marketingcommunicatie en Daniël Kuijk, winnaar van de Gouden Z voor Innovatie, waren beiden verhinderd. Het gesprek vond plaats in het Emma Kinderziekenhuis, een onderdeel van het AMC te Amsterdam, onder leiding van de hoofdredacteur van Graficus Ed Boogaard.
Estafette van winnaars
Gouden Z-winnaars worden opgenomen in het ‘Grafisch Goud’-gezelschap. Initiatiefnemer Paul Holland - in 2000 namens Kolibri winnaar van de Gouden Z voor Zelfpromotie - was enthousiast over het project dat Grafisch Goud voor de Stichting Tegen Zinloos Geweld uitvoerde. Eind vorig jaar zei hij in Graficus Magazine: ‘Onze actie is pas echt succesvol als de volgende Gouden Z-winnaars het stokje van ons overnemen. Zo ontstaat langzaam een netwerk van bedrijven die bewezen hebben dat ze de Gouden Z niet voor niets hebben gewonnen’. Afgelopen jaar zette Grafisch Goud zich actief in voor de Stichting Sterrekind.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|