Survivalgids 2003

 

  

Omhoog

 

 

Beknopte Survivalgids voor Grafici

 

De tekenen des tijds zijn onheilspellend. Alweer zo’n doemdenker aan het begin van een nieuw jaar in een nog jonge eeuw? Of lukt het grafische bedrijven dit jaar om te ontsnappen aan de wurgende prijsdruk, de nieuwe concurrentie en almaar vernieuwende techniek?

 

Op het moment dat eind vorig jaar De Gouden Z in Nijkerk werd uitgereikt, keek ik naar The Sixth Sense. Hoofdrolspeler Bruce Willes helpt als psycholoog Malcolm Crowe in deze speelfilm een jongetje van zijn angsten af. Het mannetje ziet vooral dode mensen om zich heen en kan ook met hen praten. Op het eind van de film blijkt Willes zelf ook al lang gestorven. Knap gemaakt. Je realiseert je pas na afloop dat je de hele film naar een lopende dode hebt zit kijken. De gedachte aan de grafische bedrijfstak drong zich onvermijdelijk op. Je kijkt naar een dode, alleen weten de hoofdrolspelers dat zelf nog niet.

 

Is het echt zo erg? Een paar opmerkelijke zaken uit 2002 op een rij. Vlaggenschip Roto Smeets De Boer biedt zich bij monde van bestuursvoorzitter Hans de Jong te koop aan in Europa. Een belangrijke voorwaarde die De Jong stelt is dat de overname gepaard gaat met serieuze pogingen iets aan de overcapaciteit in Europa te doen. Hoe stelt hij zich dat voor? Het verhaal van de Belgische concurrentie is bekend. Wat te denken van Italiaanse boekdrukkers die offreren voor maximaal vijftig procent van de prijs die hun Nederlandse collega’s calculeren? Papier zou te zwaar en te duur zijn om over grote afstanden vervoerd te worden? Wie varkens naar Parma rijdt en de ham vervolgens in Nederlandse winkels verkoopt, weet allang dat Italië om de hoek ligt. Nog geen etmaal rijden met een oplegger en duizenden spotgoedkoop gedrukte boeken liggen klaar in het Centraal Boekhuis.

 

Instituut Grafivak worstelt met zijn identiteit en zelfs voortbestaan, nadat de grote grafische handelshuizen laten weten af te zien van deelname. Man Roland en Blikman & Sartorius nemen het initiatief, waarna ook Tetterode en Wifac afhaken. De ‘digitale spelers’ op de grafische markt – HP Indigo en Océ – zijn wel van de partij. Xerox aarzelt. Grafivak gaat door, maar met minder nadruk op ‘staal’ en meer op ‘kennis’.

 

Het derde signaal dat er werkelijk iets mis is in de grafische bedrijfstak komt van de Koninklijke KVGO. Onder druk van een zwakke markt en stijgende kosten, lopen de spanningen tussen grotere en kleinere ondernemingen zo hoog op dat na honderd jaar van samengaan, fuseren en samenwerken een echte scheuring dreigt. Op het nippertje wijken de partijen die op ramkoers liggen de steven en helpt een extern onderzoeksbureau een nieuwe route uit te stippelen.

 

Incidenten? Herenleed? Slecht management? Kortzichtig beleid? Was het maar zo makkelijk. Als geen ander weten grafische bedrijven dat ze afhankelijk zijn van de grillen van de conjunctuur. In de ruim vijf eeuwen die verstreken sinds de uitvinding van de losse zetletter in Europa is het nooit anders geweest. Begin jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was er sprake van een economische neergang die minstens zo diep was als de recessie waar nu sprake van is. Wat de crisis voor grafische bedrijven nu manifest maakt is dat deze economische teruggang parallel loopt met een fundamentele verandering die de grafische bedrijfstak sinds een kleine tien jaar ondergaat. Drupa in 1996 markeerde het punt waarop duidelijk werd dat grafici zich niet langer tot het domein van de ambachtelijk nijverheid mochten rekenen, maar zich als industrieel dienstverlener dienden op te stellen.

 

De motor achter deze radicale veranderingen - geen nieuws - is de digitalisering van het drukproces. Toch vormt de komst van digitale technieken op zich geen probleem. De bedrijfstak is er met meer of minder kleerscheuren altijd in geslaagd vernieuwingen in het productieproces te absorberen. Computer-to-plate is niet fundamenteel anders dan computer-to-film en zelfs niet van de aloude analoge plaatkopie. Het aan elkaar knopen van de losse productiemodules drukvormvoorbereiding, drukken en afwerken gaat de een beter af dan de ander, maar ook dat vak is niet compleet nieuw.

 

Een probleem is wel dat deze digitalisering van de analoge productie voor veel verwarring zorgde. Die werd nog vergroot doordat nieuwe spelers zich op het traditionele speelveld meldden. Xerox, Indigo, Xeikon en in mindere mate IBM, lieten zien dat het met hun printers ook goed mogelijk was drukwerk te vervaardigen. Zelfs in kleur. Weliswaar lag de prijs van dat drukwerk altijd hoger en was de kwaliteit minder dan het conventionele werk, maar door met variabele data te gaan werken, vormde het printen van drukwerk een gerechtvaardigde keuze. De ontstane verwarring werd het best verwoord door de vage en verhullende term ‘grafimedia’ waarmee bedrijven zich sindsdien tooien.

 

Een tweede, minstens zo nijpend probleem, was dat klanten bijzonder weinig interesse toonden in die nieuwe productietechnieken. Natuurlijk is het interessant als je drukker meegaat met zijn tijd, maar dan toch vooral om te weten of dat uiteindelijk tot een lagere prijs leidt. Het vernieuwen van de productie lukt de Nederlandse grafische bedrijfstak als geen ander, maar zoals uit sombere cijfers blijkt biedt dat velen onvoldoende soelaas. Anders ligt dat bij het vernieuwen van producten of diensten - een vele malen lastiger opgave. De karikatuur dat grafische ondernemers nooit naar klanten luisteren is achterhaald. Wat wel klopt is dat grafici er tot op heden niet of nauwelijks in zijn geslaagd aan te tonen waarom zij de natuurlijke gesprekspartners zouden zijn voor ondernemingen die niet alleen een brochure, maar ook een website, facturen, direct-mail en andere vormen van communicatie voor hun klanten wensen.

 

Volgens econoom en voormalig bondskanselier van Duitsland Helmuth Schmidt wordt binnen twintig jaar tachtig procent van alle goederen die nu in Europa worden geproduceerd vervaardigd in China. Hoezo sanering op Europees niveau? Wie kostleider wil zijn met boeken, brochures en tijdschriften kan beter wat verder kijken dan fort Europa. De concurrentie van de toekomst komt uit België noch Italië, maar uit het Verre Oosten. Te ver? Twintig jaar geleden werden in zeecontainers al bindstraten ingericht om het drukwerk tijdens de overtocht op zee netjes afgewerkt in de Rotterdamse haven te krijgen. Dichter bij huis kan trouwens ook: Hongaarse en Poolse drukkers staan te popelen.

 

Wat zijn er voor alternatieven voor het kostleiderschap? Voor het eeuwige gevecht om de laagste prijs die behalve tot frustratie uiteindelijk leidt tot verlies? Specialisatie? Die weg wordt door menig grafische ondernemer met redelijk succes bewandeld. Specialisatie op industriële schaal eist echter een grote markt, anders blijft het bij ambachtelijk ploeteren. Dat betekent dat er een ruime blik nodig is die verder reikt dan de grenzen van Nederland. De euro geeft deze optie een zetje in de goede richting. Maar nu nog vloeiend Duits, Engels en Frans leren spreken en ter plaatse lokale verkoopkantoren opzetten. Niet onmogelijk, maar wel lastig en gedurfd.

 

Is er een derde weg? Is er een manier waarop grafische ondernemers een goede boterham kunnen verdienen zonder alleen maar te praten over de prijs? Duidelijk is dat aan minstens één voorwaarde voldaan zal moeten zijn. De drukker zal zijn opdrachtgever werk uit handen moeten nemen. Veel werk. Hij zal direct en permanent in contact moeten staan met het primaire werkproces van zijn klant. Wat dat werkproces ook moge inhouden. Het is vaker betoogd: het gaat niet om de drukpers of de printer. Wie zijn pers nog als het centrum van het universum beschouwt kan de zaak beter sluiten. Of de opdrachtgevers nu groot of klein zijn, in de industrie of handel zitten, zonder ideeën en concrete voorstellen hoe het complete communicatieproces met klanten en toeleveranciers te verbeteren, blijft het rommelen in de marge.

 

De grafische bedrijfstak is ziek noch dood vonden de winnaars van de Gouden Z 2001 tijdens een door Graficus Magazine georganiseerde discussie. Zoals sommige filmmakers overtuigend aantonen is het goed mogelijk naar een levende dode te kijken zonder dat je dat zelf in de gaten hebt. Dat is film en dit is de echte mensenwereld. Toch zijn de voortekenen niet goed. Maar wie tegelijkertijd de conclusie trekt dat alles verloren is, verdient het niet ondernemer te zijn. Grafische bedrijven hebben te kampen met economisch zwaar weer, met een tergende overcapaciteit en met nieuwe concurrentie uit onverwachte hoek. Tegen die ontberingen is slechts een remedie bestand: creatief ondernemerschap.

 

Leon van Velzen

 

[publicatie: Graficus, 9 januari 2003]

 

 

 

De stellingen voor 2003

 

bullet

Ook voor grote grafische ondernemingen is ter bestendiging van de continuïteit kostleiderschap op de lange termijn niet houdbaar;

 

bullet

Het vernieuwen en digitaliseren van de productielijn is slechts een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen blijven produceren, niet om rendement te draaien;

 

bullet

Zonder langdurige relatie met opdrachtgevers en directe – ook technische - koppelingen met hun primaire werkproces rest een grafisch bedrijf op termijn geen andere rol dan die van ambachtelijke nichespeler;

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.