|
|
‘Water moet ruimte krijgen’
Eric van Griensven, beleidsmedewerker bij de Provincie Noord-Brabant van de afdeling Water heeft weinig tijd om van het schitterende uitzicht op een retentiegebied te genieten. Hij legt de laatste hand aan het Waterhuishoudingsplan 2003 – 2006 van de provincie en een afsprakenkader op gebied van de watervoorziening. Van Griensven: ‘Waterbeheer is niet uitsluitend een technische zaak. Goed omgaan met water vraagt ook om maatschappelijke keuzen.’
Eric van Griensven: ‘Het watersysteem staat aan de basis van een groot aantal maatschappelijke ontwikkelingen zoals het herstel van natuurwaarden en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Water vormt daarmee een belangrijke sociaal-economische randvoorwaarde voor wonen, werken en recreatie. Tegelijk moeten we vaststellen dat het watersysteem kwetsbaarder is dan lange tijd is aangenomen: de draagkracht van het watersysteem blijkt beperkt.’
De provincie Noord-Brabant telt ongeveer 2,4 miljoen inwoners. Veel activiteiten vragen om water. Het nieuwe plan van de provincie voor het regelen van de waterhuishouding borduurt voort op het beleid zoals dat vanaf 1991 is ingezet. Eric Van Griensven pikt uit het complexe en veelomvattende waterbeleid er één puntje uit. ‘Brabant telt nu naar schatting tussen de tien- en twintigduizend ‘kleine onttrekkingen’, zegt hij. ‘Mensen zijn geneigd nogal gemakkelijk met dit ‘gratis’ water om te gaan waardoor het gebruik onnodig hoog oploopt. De onttrekkingen die gaan tot circa dertig meter diepte kunnen nog het minste kwaad. Maar bij het slaan van diepere putten komt daar een extra punt bij, je doorboort beschermende grondlagen. Beschermend voor het diepe grondwater, waar onze watervoorziening sterk afhankelijk van is'.
De provincie verbood medio 2000 het slaan van nieuwe diepe putten. Bestaande voorzieningen kregen een vergunning, die geldt totdat de put technisch vernieuwd moet worden. De controle op naleving is erg lastig en ook de jurisprudentie is nog volop in ontwikkeling. ‘Is het hebben van een boorgat strafbaar’ is zo’n vraag waar juristen een hele kluif aan hebben. Er wordt nu onderzocht of met de bedrijven die putten slaan afspraken gemaakt kunnen worden om de naleving van beleid en regelgeving te versterken.
‘We proberen door goed te communiceren het draagvlak voor dit beleid te vergroten. Uiteindelijk is het een gemeenschappelijk belang dat we blijven beschikken over goed grondwater dat we kunnen inzetten voor drinkwater. Stel je voor dat er op de een of andere manier olie, of bijvoorbeeld verdelgingsmiddelen via zo’n boorgat in het diepe grondwater terecht komen. Dat geeft een enorme verontreiniging. Een liter olie kan miljoenen kubieke meters water onbruikbaar maken. Alleen de verhoogde risico’s leiden er toe dat er binnen de watervoorziening op vele plaatsen extra zuiveringsstappen als garantie moeten worden ingebouwd. Zo noodzaakt een klein voordeel voor een enkeling ons tot grote investeringen voor het algemeen belang.’
Voor een primaire levensbehoefte is water nog erg goedkoop. Dat werkt verspilling in de hand en die wordt tegengegaan. Maar het probleem is complexer. Van Griensven: ‘In deze provincie zie je alle uitdagingen voor doelmatig waterbeheer samenkomen. Op de ene plaats is het te droog, op de andere te nat. We kennen grote stedelijke kernen, intensieve veehouderij, een uitgebreide industrie, maar ook kwetsbare natuurgebieden. Die hebben ieder voor zich een eigen aanpak nodig. We zullen bij de aanpak moeten leren meer toe te geven aan natuurlijke systemen. Water zal letterlijk de ruimte moeten krijgen. Onze maatschappij is de afgelopen decennia vervreemd geraakt van het water. Bij velen bestaat een beeld van absolute maakbaarheid, van onbegrensde beschikbaarheid en van absolute veiligheid en bescherming. We zullen ons ervan bewust moeten worden dat niet alles maakbaar is. Toch, of juist daarom, zullen we in de toekomst op veel plaatsen afhankelijk blijven van technisch georiënteerd waterbeheer. Daarbij is het wel mogelijk gebruik te maken van beheersvormen die veerkrachtiger en natuurlijker functioneren dan nu het geval is. Veel waterschappen zijn al gestart met de toepassing van die nieuwe beheersvormen. De provincie stimuleert de waterschappen actief om deze lijn voort te zetten.’
Het beheer van een watersysteem vraagt om visie en een langetermijnbeleid. Eric van Griensven: ‘Er zijn boeren met grasland op hoge, droge zandgrond. Die moeten zomers bijna permanent beregenen. Andere activiteiten vinden plaats op kwelgronden, waardoor juist diepe drainage noodzakelijk is. Van die niet-logische activiteiten die alleen met behulp van veel technische voorzieningen houdbaar zijn willen we op den duur af. Het watersysteem moet zijn werk kunnen doen. Teelt volgt peil is het credo dat ook agrariërs inmiddels begrijpen. Rond 1900 zijn naaldbossen geplant om er mijnhout van te maken. Die bossen staan droog. Maar is dat erg?’
Water staat volop in de belangstelling als er overlast dreigt. Dat is logisch, maar vroeger wisten de mensen die in de uiterwaarden woonden, dat ze tot anderhalve meter hoogte tegels moesten zetten, omdat van tijd tot tijd het water zo hoog kwam. Intelligent omgaan met het wateroverschot kan niet alleen zorgen voor redelijk droge voeten, maar ook voor dynamisch natuurbeheer – en daar bestaat erg veel behoefte aan.
‘Kijk eens naar de grote steden. Het hemelwater krijgen we bij een forse bui niet meer weggepompt. Dijken nog hoger en rivieren nog breder maken is hiervoor geen oplossing. We zoeken bij het waterbeheer dan ook naar oplossingen op maat. In Nederland kennen we maar één norm voor water: en dat is schoon drinkwater zoals dat uit de kraan komt. De vraag die vaker wordt gesteld is of dat wel nodig is. We kennen grondwater, oppervlaktewater, afvalwater en hemelwater.
In Brabant gebruiken we nagenoeg alleen grondwater als bron. Overigens is dat prachtig, zuiver water. Het heeft er duizenden jaren over gedaan om ons uit de Ardennen te bereiken. Niet voor alle doeleinden is zulk zuiver water noodzakelijk. Industriewater dat iets minder gezuiverd is, zou je ook voor andere doelen in kunnen zetten. Ook hemelwater is goed bruikbaar voor een aantal toepassingen, al was het maar om de wc door te spoelen of je auto te wassen. Een probleem is dat onze hele infrastructuur is ingericht op het oppompen, zuiveren en transport van schoon water, dat bovendien spotgoedkoop is. Wil je daar alternatieve systemen naast zetten, dan liggen de investeringen voor de infrastructuur hoog. Bovendien zijn er veel partijen bij betrokken. Het waterschap, het waterleidingbedrijf, de provincie, de rijksoverheid en ook kijkt Brussel tegenwoordig mee.’
De provincie heeft een duidelijke visie op de toekomst. Eric van Griensven: ‘In ons beleid kiezen we voor aanpak langs verschillende sporen. Wat we op de eerste plaats willen is met behulp van besparingen het watergebruik niet sneller laten groeien en de vraag naar water zelfs laten afnemen. Het tweede spoor is vergroting van de inzet van oppervlaktewater en andere bronnen zoals gezuiverd afvalwater, als alternatief voor grondwater. Als dit goed loopt, kan de inzet van grondwater worden afgestemd op de draagkracht van de watersystemen. Met andere woorden: je sluit de cirkel. Je onttrekt niet meer water dan er langs natuurlijke weg bijkomt.’
Wil die strategie, die overigens meer punten behelst, slagen dan is een goede samenwerking tussen alle spelers op de markt voor water essentieel. Maar ondanks alle goede bedoelingen leiden samenwerkingsprojecten tussen de verschillende spelers in de waterketen niet altijd tot het gewenste resultaat. ‘Dat komt doordat de belangen en doelen van de verschillende organisaties niet altijd in elkaars verlengde liggen,’ zegt Van Griensven. ‘Het waterleidingbedrijf wil schoon water tegen lage kosten bij de consument en industrie brengen. Het waterschap wil dat iedereen droge voeten houdt en het afvalwater zo effectief mogelijk wordt gezuiverd. Gemeentes willen voor hun inwoners een goed, maar ook goedkoop rioleringsstelsel. Bovendien zijn niet alle aspecten van het waterbeheer wettelijk geregeld. Wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het hemelwater in de stad?'
Water krijgt steeds meer aandacht. De activiteiten van prins Willem-Alexander en ongerustheid over veranderingen in het klimaat dragen ertoe bij dat water hoger op de politieke en maatschappelijke agenda is komen te staan. Met die groeiende aandacht zijn alle spelers, waaronder de provincie en de waterschappen, blij. Bestuurlijk en organisatorisch worden stappen vooruit gezet, zonder dat alles al op rolletjes loopt. Eric van Griensven: ‘Water is een bijzonder element, waar we steeds meer belangstelling voor krijgen. Dat is een prima zaak. Iedereen doet zijn best, maar zowel op milieu- en natuurgebied als ook bij de organisatorische en financiële samenwerking is er nog veel te winnen.’
Leon van Velzen
[Publicatie: Waterschap De Dommel, januari 2003]
Eric van Griensven: gefascineerd door water
Eric van Griensven (1964) zag als kleine jongen hoe stoere mannen boorputten sloegen, waaruit kristalhelder water opborrelde. De fascinatie voor water heeft hem sindsdien niet meer losgelaten. Na zijn studie cultuurtechniek, met als specialisatie hydrologie, aan de Agrarische Hogeschool Larenstein in Velp werkte hij als adviseur bij Heidemij, het tegenwoordige Arcadis, in ‘s-Hertogenbosch. In 1998 stapte hij over naar de Provincie Noord-Brabant. Van Griensven heeft in zijn werk vooral te maken met duurzame watervoorzieningen en stedelijk grondwaterbeheer.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|