|
|
Lastige Neerslag
‘Je kunt constateren dat de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd. Toch zijn we er nog lang niet. Er ligt de uitdaging om de integrale verantwoordelijkheid voor het beheer van de totale waterketen verder te verbeteren.’
Ing. Huub Dovermann schetst de complexe organisatiestructuur die er voor zorgt dat afvalwater gezuiverd wordt en er schoon water uit de kraan komt. Dovermann: ‘Waterschappen behoren tot de oudste bestuurscollege’s van ons land. Dienden ze vroeger vooral om het water buiten de dijken te houden, nu is die taak veel breder. Maar ook andere partijen spelen een rol bij het beheer van water. De waterleidingbedrijven zijn verantwoordelijk voor de winning, behandeling en distributie van drinkwater. De gemeenten verzorgen de inzameling en het transport van rioolwater. Een belangrijke taak, wanneer je weet dat de afvoer van hemelwater daar deel van uitmaakt. Provincies beheren het grondwater. De waterschappen zuiveren het rioolwater en zorgen ervoor dat uiteindelijk de waterleidingbedrijven weer water kunnen winnen voor de klant, de gebruiker. Die laatste mogen we zeker niet vergeten.’
De rolverdeling in de waterketen is van oudsher gegroeid, maar kent volgens Dovermann de nodige nadelen. ‘Om een voorbeeld te noemen: waterleidingbedrijven hebben in principe geen of weinig belang bij het zuinig omgaan drinkwater. Bovendien is de prijs van ons water zo laag, dat ook daar voor de consument weinig prikkels van uit gaan om minder water te gaan gebruiken.’
De toekomst is volgens Dovermann aan zogenaamde ‘ketenprojecten'. Waar moet je dan aan denken? Huub Dovermann: ‘Ik denk dat er voordelen zijn te behalen bij een gezamenlijke beleidsontwikkeling met alle partners in de waterketen. Zeer zichtbaar is uiteraard het ontwerp en de aanleg van infrastructuur, net als het beheer en onderhoud daarvan. Ook zou je in ondersteunende functies goed met elkaar kunnen samenwerken.’ Dovermann geeft als voorbeeld de problemen met het regenwater waar we mee kampen. Neerslag – zo hebben we ook afgelopen jaar weer kunnen zien – vormt een belangrijke factor bij het beheer van water.
Dovermann: ‘Hemelwater is op dit moment een belangrijke spelbreker. Je wilt regen liever niet verpompen. Bij grote buien is het door de overstort uit het rioleringsstelsel slecht voor het milieu – en je wilt regenwater ook niet in je zuiveringsinstallatie omdat dit het proces te veel verstoort. We willen het hemelwater dan ook zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering en zo lang mogelijk in het gebied vasthouden. Dit om de verdroging, waar we ook mee te maken hebben, tegen te gaan. Dat betekent de aanleg van infiltratieriolen, gescheiden rioolstelsels en randvoorzieningen. Dat kost geld, veel geld. De vraag is dan wie voor die kosten opdraait. Daar kom je alleen goed uit als je alle spelers in de keten als partner ziet en niet als concurrent. We zullen moeten wennen aan het idee dat wanneer we investeringen doen de voordelen bij een andere partij uit de waterketen terecht kunnen komen. Daar is een cultuuromslag voor nodig, maar ik ben ervan overtuigd dat we die kant opgaan. Het gaat namelijk niet om het eigen voordeel, maar om kwalitatief goed water tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te produceren en distribueren.’
Dovermann constateert dat onder druk van de markt waterleidingbedrijven, die altijd sterk lokaal of regionaal gericht waren, in hoog tempo samenwerken of zelfs fuseren. ‘Voor deze omgeving betekent dit dat er op termijn mogelijk één of twee spelers overblijven. Drinkwater zal – zij het in beperkte mate – ook een commerciële activiteit worden. Voor ons betekent deze ontwikkeling dat we per rioolwaterzuivering met gemeenten in ons stroomgebied convenanten zullen afsluiten. In die convenanten zijn zaken geregeld zoals investeringen, het praktisch beheer, het uitwisselen van kennis en de communicatie met burgers en bedrijven. Gemeenten zullen verantwoordelijk blijven voor het wegbeheer en het rioolstelsel. Dat maakt vernieuwingen gemakkelijker. Samen zullen we moeten proberen investeringen te voorkomen of te verkleinen. Om het voorbeeld van het regenwater verder uit te werken: in het rioolstelsel kun je kleppen bouwen die in ‘real time’ reageren op het aanbod. Hemelwater kun je bij een stevige bui dan in het stelsel zelf vasthouden en zo na verloop van tijd gecontroleerd lozen. Je voorkomt dan een hoop ellende tegen overzichtelijke kosten.’
‘Ook onze eigen organisatie zullen we aan de maatschappelijke veranderingen moeten aanpassen. Er komt binnen Waterschap De Dommel een sector Waterketenbeheer, waar alle kennis gebundeld is. Deze sector zal een sterk profiel voor de buitenwacht en onze partners moeten hebben, willen we onze coördinerende rol bij het beheer van de complete waterketen goed inhoud kunnen geven. Die ambitie hebben we overduidelijk. Er ligt hier een enorme schat aan technische en bestuurlijke deskundigheid op het gebied van integraal waterbeheer. We zijn er nog niet, maar de weg die we inslaan en de richting waarin we werken is duidelijk.’
Leon van Velzen
[Publicatie: Waterschap De Dommel, januari 2003]
Huub Dovermann: Kiezen voor veerkrachtig watersysteem
Ing. Huub Dovermann (1958) is zuiveringsgebiedmanager van de middelgrote rioolwaterzuiveringen bij Waterschap De Dommel. Dovermann studeerde chemie aan de HTS en later aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op jonge leeftijd besloot hij dat zijn werk ‘in het milieuvak’ zou liggen en dan het liefst bij een doelgerichte overheidsorganisatie. Na een loopbaan die hem onder andere bij het Hoogheemraadschap van Rijnland bracht en waar hij tevens kennis opdeed van informatietechnologie geeft hij nu leiding aan circa 25 mensen. Zijn missie: ‘Het beheer van de regionale waterketen met alle partners zo verbeteren dat er sprake is van een duurzaam, veerkrachtig watersysteem. We willen de waterketen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten beheren’.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|