|
|
Wie haalt Assepoester uit de kelder?
Zit de huisdrukkerij in de knel? Niet meer of minder dan de huisdrukkerij altijd in de knel heeft gezeten. Huisdrukkerijen zijn altijd wat stiefmoederlijk bedeeld. Assepoester in de kelder die wacht op de droomprins die haar daar weghaalt. Zoiets. Zit Assepoester nog steeds in de kelder en is de koets nog altijd een pompoen of zijn we iets opgeschoten?
Om die vraag te beantwoorden zet ik een paar stappen terug om op beslist onverantwoorde wijze langs de techniek te gaan en langs een paar economische wetmatigheden en wat trends te scheren. In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren de toenmalige huisdrukkerijen steevast in de kelder van grotere en kleinere ondernemingen gehuisvest. Ze werkten veel met Adressograph Multigraph machientjes. Wij - echte grafici - keken wat neerbuigend op die ploeteraars neer. In het beste geval kon je ze rekenen tot de kleinoffsetbedrijven, maar dan moesten ze wel drukken en niet afdrukken. Toch waren er ook opmerkelijk positieve zaken te zien.
Wat opviel was dat er van een scheiding tussen drukvormvoorbereiding, drukken en afwerken – zoals die in onze bedrijfstak niet alleen regel was, maar ook werd gekoesterd – geen sprake was. In de hoek stond een typemachine. In de moedervellen van de stencilmachines sloegen nijvere dames met veel kracht van de typehamertjes gaten, die wanneer er een fout werd gemaakt, met wat lak werden opgevuld, waarna je verder kon. Je had daarna direct de ‘drukplaat’ in handen en kon gaan vermenigvuldigen. He? Da’s dus ver vóór de tijd dat we gingen nadenken over tekst/beeldintegratie en desk top publishing. Ver voor computer-to-plate en computer-to-press. Na het drukken werd het rommelen op wat vage afwerkmachines, maar uit de kelder kwamen wel kant-en-klare producten de trap op. Rapporten met hier en daar zelfs illustraties, verslagen, notulen. Alles kon, mits het maar niet veel groter was dan A4, in betrekkelijke kleine oplage en altijd in zwart.
Wat ook opmerkelijk was aan die huisdrukkerijen was dat ze vaak de beschikking hadden over wat we nu een hybride machinepark noemen. Ze hadden spullen van AM plus een of twee kleine offsetpersen. Er konden drukplaatjes worden gemaakt en het offsetpersje kon vier kleuren aan. Ze konden, met andere woorden, zeer veel uiteenlopende grafische producten maken – en dat deden ze ook. Met de komst van desktop publishing en min of meer geautomatiseerde zetsystemen werd het allemaal een stuk lastiger. De Apples waren verschrikkelijk duur, vergeleken met het tikken op een moedervel om over de eerste PostScriptprinters maar te zwijgen. Die werden dus ook maar niet aangeschaft.
Op dat moment begon een diepgaand conflict dat tot op heden niet is opgelost en nog altijd voor veel narigheid zorgt. Bij de grotere ondernemingen - corporate bedrijven zeg je nu - zoals er ook vandaag veel in de zaal zitten, kwam er een nieuwe afdeling bij: de automatiseringsafdeling. En hoewel die veel geld kostte, waren computers nieuw, sexy en iets voor jonge mensen. Vooral in het begin van de jaren negentig dijden deze IT-afdelingen uit tot krachtige bastions. Zij van de IT regelden ook de computers voor de medewerkers en bemanden de helpdesk als je niet meer wist hoe je een bestand in WordPerfect moest bewaren of een pc moest resetten. De mannen (altijd alleen mannen overigens) in de kelder zagen deze ontwikkelingen aan, maar maakten er geen deel van uit. Omgekeerd interesseerde het de automatiseringsjongens en -meisjes (daar wel!) ook niet veel wat er op de repro – want zo werd de huisdrukkerij inmiddels wel genoemd – gebeurde. Die behoorden tot het domein van de postkamer, tot het domein van de ‘losers’. Wel namen de huisdrukkerijen de zorg op zich voor de copiers. Daar moest immers toner en papier in en tussen het bezorgen van de post was daar nog wel tijd voor.
Midden jaren negentig gebeurden er twee dingen. De grafische bedrijfstak beleefde de introductie van kleurenprinters. Bovendien kwam automatisering van de productiestroom steeds hoger op de grafische agenda. Wat bij de huisdrukkerij allang gebeurd was: het aan elkaar knopen van prepress (de nieuwe naam voor drukvormvoorbereiding), afdrukken en afwerken, drong ook tot de ‘bovenwereld’ van de grafische familie door. Tot de ‘echte’ drukkerijen. In die tijd kwamen ook ‘de netwerken’ tot grote bloei. Computers konden met elkaar praten via een netwerk. Dat was handig, want je had ook servers nodig, kabels, hubs en allerlei andere technische spullen. De IT-ers stortten zich er vol overgave op.
Onderhuids woedde er nog een kleine Jihad. De automatiseerders kozen voor Unix, voor Windows en voor pc’s. De grafici – ook die in de kelder – konden veel beter uit de voeten met de Mac’s. Die kantoorbestanden konden wel over het netwerk. Ook een WordPerfect-bestand was niet groter dan een paar K. Maar dan die grafische bestanden. Zodra er een pagina met een plaatje op het netwerk terecht kwam, zat de hele boel verstopt. Een nieuwe heilige oorlog was geboren.
De kansen en mogelijkheden voor de echte grafische bedrijven en de IT-ers kwamen na het netwerken niet stil te liggen. Internet diende zich aan en zo komen we al meer in de buurt van vandaag. Helaas gingen veel van die ontwikkelingen aan de huisdrukkerij voorbij. Investeringen worden bepaald door de directie en van oudsher heeft automatisering daar een beter entree dan de repro of postkamer. Facilitaire services werd toch meer geassocieerd met het indraaien van lampen, dan met een supergeavanceerde repro vol met snelle rips, printers en ander duur spul.
Achterstallig onderhoud was het gevolg. Niet alleen bij de machines, maar ook bij de mensen. Het waren niet ‘the Bright & the Beautiful’ die de repro bemanden. En zo er ambities waren, werden die gesmoord in een gebrek aan financiële middelen. Zelden gingen er mensen van de repro naar een cursus. Ook in die tijd kwamen er velen nauwelijks de kelder uit. Het antwoord van het management op de stagnatie: buiten de deur ermee. Outsourcen! Grote clubs, u kent ze ook, die wel het belang van een geoliede repro zagen, wilden de gok wel wagen om van de kostenpost een profit center te maken. De een lukte dat beter dan de ander. Nu de economische wind zo guur is geworden, vooral in de grafische bedrijfstak, heb ik het idee, dat er van outsourcing helemaal geen sprake meer is.
Ondertussen zaten de mensen van de postkamer, van de repro of van het huidige DPC niet stil. Het tij keerde. Er kwamen machines die zeer snel in zwart/wit en ook in hoge volumes in kleur documenten konden printen en afwerken. Bij de repro kenden ze dat trucje altijd al, alleen was iedereen dat vergeten. Ze kunnen dat ook nog eens verbazend snel en tegen kosten waarbij je het niet buiten de deur kunt laten doen. Eindelijk was de pompoen een Gouden Koets. Eindelijk kwam Assepoester uit de kelder. Of toch niet helemaal?
Zit de huisdrukkerij in de knel? De afgelopen jaren zijn niet de gemakkelijkste geweest. Ze stonden in het teken van rationalisering van de productie, van kostenbeheersing. Veel repro’s hebben die slag weten te maken. Andere niet. Daarbij is het opvallend dat juist bij die bedrijven waar een goede mix is tussen oudere en jongere werknemers de beste resultaten worden geboekt. Duidelijk is dat de stoffige huisdrukkerij voltooid verleden tijd is.
Is daarmee alles gezegd? Nee. Want alleen solide produceren is onvoldoende voor succes. De huisdrukkerij zal naar mijn idee veel meer grip moeten krijgen op al het printwerk in een organisatie. Niet alleen het hoogvolume werk, maar ook het printwerk op de gang, of zelfs het bureau. Dat vereist dat er gewerkt zal moeten gaan worden zoals IT-afdelingen dat gedaan hebben: met een helpdesk (en liefst een goede), met snelle actie als er iets mis gaat en vooral met een uitstekend imago binnen de organisatie. En dat is iets wat je van veel IT-afdelingen niet kan zeggen. Samenwerken, het liefst intensief samenwerken, met de IT-afdelingen is dan ook absoluut noodzakelijk. Voordeel is dat IT-ers nul belangstelling hebben voor printers. Kijk maar eens een maand lang de IT-vakbladen er op na.
Repro’s of DPC’s zullen niet hun papieren print centraal moeten stellen, maar het – ik geef het toe – veel vagere ‘document’ van de klant. De repro zit samen met de postkamer aan het begin en aan het eind van de levensloop van vele documenten in een organisatie. De postkamer als deze binnenkomt, de repro die vermenigvuldigt en tegenwoordig vaak zeer dicht bij de afdeling logistiek en uiteindelijk expeditie zit. Het aanmaken, verspreiden, beheersen en archiveren van de documenten binnen een organisatie is geen taak voor de IT-ers, maar voor de repro. Ondertussen moeten de rapporten in kleur en zwart wit probleemloos uit de printer rollen en moeten grote oplages op rationele basis worden uitbesteedt bij een servicebureau of drukker.
Wanneer dat eenmaal loopt kan er aan meer gedacht worden. Waarom print de afdeling met die boekhouders zijn eigen facturen op voorgedrukte nota’s? Waarom zetten zij de printer aan het werk als er een betalingsherinnering uitmoet? Wie beheert het digitale beeldmateriaal? Wie bewaakt de huisstijl? Waarom gaat marketing met een direct mail actie naar een duur advertentiebureau? Wie scant de antwoordbonnen als deze na een actie binnenkomen Wie print de salarisstroken? Oke, dat laatste gaat misschien wat ver.
Als ik eigenwijs zou zijn dan zou ik niet willen praten over een DPC, een Document Production Center, maar over een DFC, een Document Facility Center, of misschien een DIC, een Document Information Center. Samenvattend: Huisdrukkerijen zijn met de komst van de automatisering in de versukkeling geraakt; Het compleet outsourcen van printwerk en zeker van de documentenstroom van een organisatie is op dit moment niet aan de orde, mits het DPC zijn werk goed doet en zijn logische plaats in de organisatie opeist. Delen van het werk outsourcen is wel weer slim; De komst van printers en netwerken heeft voor repro’s een nieuwe horizon geopend.
© Leon van Velzen Uitgeverij Het Nederlands Magazijn
Uitgesproken tijdens het dagvoorzitterschap op 9 & 30 oktober 2003 bij Xerox Innovate 2003, symposium voor het Document Production Centre in het Kenniscentrum GOC te Veenendaal.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|