Waldfoghel

 

  

Omhoog

 

Kent u Procopius Waldfoghel?

Kent u Procopius Waldfoghel? Pamfilo Castildi? Walter Riffe uit Avignon? Jean Britto uit Brugge? Lastig wellicht, maar wanneer ik de naam Laurens Janszoon Coster noem, moet er toch een belletje gaan rinkelen. Alle genoemde heren hebben één ding gemeen. Hun nabestaanden in Oostenrijk, Italië, Frankrijk, België en Nederland claimen allen dat dit de uitvinders van de boekdrukkunst zijn.

 

Over het ontstaan van de boekdrukkunst zijn meer woorden gedrukt dan Gutenberg en Coster tijdens hun leven van de eerste houten persen zagen rollen. Douglas C. McMurtrie publiceerde in 1937 in New York Over de Uitvinding van de Boekdrukkunst, waarin hij minutieus alle sporen naloopt van mensen die voor de eretitel ‘uitvinder van de boekdrukkunst’ in aanmerking komen. De eerdergenoemde kandidaten serveert McMurtrie snel af, maar hij moet toegeven dat Coster uit Haarlem, na Gutenberg, de meest waarschijnlijke kandidaat is. De bewijzen zijn vooral opgebouwd uit indirecte aanwijzingen, waarbij Gutenberg tot twee maal toe het geluk ten deel viel door zijn schuldeisers voor het gerecht te worden gesleept. Daardoor zijn er in officiële documenten sporen terug te vinden die wijzen op drukkerijactiviteiten. Johann Gutenberg heeft daarmee ongetwijfeld de beste papieren.

 

Maar tot op de dag van vandaag leeft de gedachte – In Nederland althans - dat Gutenberg niet meer of minder was dan een laaghartige dief. Gutenberg belandde overigens in december 2003 tijdens de verkiezingen van de ‘grootste Duitser aller tijden’ ook in de achterhoede. Eén van de getuigen in de werkplaats van Coster was destijds een leermeester, ‘een man met een stalen geheugen en eerwaardig door zijn lange, witte haren die als jongen dikwijls luisterde naar een boekbinder met de naam Cornelis, toen een man van tachtig die nog onder Coster had gewerkt.’ Deze Cornelis vertelde hem dat ‘de nieuwe uitvinding bloeide wegens de graagte, waarmede het volk het nieuwe product kocht. Leerlingen werden aangenomen, het begin van het ongeluk; want onder hen was een zekere Johann. (…) Nadat deze Johann de kunst van het letter gieten en zetten  - en dus het hele bedrijf – had geleerd, greep hij op Kerstavond, toen allen ter kerke waren, de gunstige gelegenheid aan, en stal den geheelen voorraad lettermateriaal met de gereedschappen en werktuigen van zijn meester. Hij begaf zich eerst naar Amsterdam, toen naar Keulen, en eindelijk naar Mainz, hetgeen ver genoeg weg lag om hem veilig te doen zijn, opende aldaar een drukkerij en oogstte de vruchten van zijn diefstal.’

 

Wrange vruchten, ook dat nog. Want doordat Gutenberg zijn schulden niet kon betalen en zijn financiers met lege handen achterliet was hij de eerste drukker ter wereld die failliet ging. De geboorte van de boekdrukkunst is zo wel getypeerd, dacht ik. Niet alleen een dief en een fraudeur, maar ook nog eens een slecht zakenman. En daar verdienen wij nu ons brood mee.

 

Hoe heeft dat vijf eeuwen goed kunnen gaan? Is deze vraag wel goed gesteld. Is het vijf eeuwen goed gegaan? Natuurlijk wel. Zonder boekdrukkunst geen cultuur. Zonder kranten geen informatie. Zonder het vastleggen van kennis en wetenschap geen vooruitgang. Ook de mannen die drukwerk verzorgden – bijna altijd mannen – is het een aantal eeuwen voor de wind gegaan. Bedrijven bloeiden en gingen over van vader op zoon. Tot op de dag van vandaag is de familie Moretus in België een begrip. De persen van Joh. Enschedé draaien al meer dan driehonderd jaar.

 

Nieuwe technieken zorgen niet alleen in ons leven voor aardverschuivingen. De grafische bedrijfstak kende als geen ander zijn momenten van vreugde en verdriet. De eerste grafici die als gevolg van technische ontwikkelingen de werkloosheid wachtten, waren kalligraferende monniken. Ook vóór Gutenberg werden boeken geproduceerd. Zij het dat deze alleen toegankelijk waren voor kloosterlingen, hovelingen, de keizer en de paus. Gutenberg’s losse letterzetsel startte rond 1450 de eerste grote omwenteling in de grafische industrie. Met zijn vinding werd drukwerk goedkoper en ging de vermenigvuldiging van vellen bedrukt papier vele malen sneller. De monniken die al eeuwenlang bijbels kopieerden en incunabelen tekenden, moesten dankzij Gutenberg omkijken naar een ander vak. Voor de meesten liep dat goed af. De trappisten zetten zich aan het brouwen van bier, anderen zochten naar manieren om de oogsten te verbeteren en weer anderen specialiseerden zich in een lucratieve nichemarkt die tot op de dag van vandaag bestaat: de kalligrafie.

 

Veranderingen in de techniek hebben altijd geleid tot een verschuiving in de manier waarop mensen informatie vermenigvuldigen. Soms gaat dat erg krachtdadig. Soms soepel. Maar altijd zijn er achterblijvers. En die achterblijvers worden vaak slachtoffer. De grote maaier komt met zijn zeis langs in de tijden van laagconjunctuur. Het vlees is dan al van de botten. Ademhalen gaat rochelend. Een klein zetje volstaat om het krakkemikkige bouwwerk omver te duwen.

 

Hooggeleerden trachten al jaren de wetmatigheden van de op- en neergaande conjunctuur vast te leggen in natuurwetten. Zo herinneren we ons van de middelbare school de illustere Nikolai Kondratieff. Hij kwam erachter dat de golven en dalen in de wereldeconomie ruim veertig tot zestig jaar in beslag namen. Maar dat was toen. Dat was voor de tijd van de telefoon en radio, om maar te zwijgen van televisie en web.

 

Er is geen wetenschapper voor nodig om uit te leggen dat onze bedrijfstak betere tijden heeft gekend. Net zo min trouwens als we ver terug hoeven te gaan in de geschiedenis, om ons nog beroerdere tijden te heugen. Het begin van de jaren tachtig verliep moeizaam. Begin jaren negentig ging menig ondernemer diep door het stof en nu aan het begin van het eerste decennium van deze eeuw. Precies! Veel grafische ondernemingen zeilen door zwaar weer. Economen vinden dat noodzakelijk, omdat een regelmatige sanering zorgt voor een gezondere organisatie op termijn. Ze worden daarin overigens gesteund door menig kunstenaar. Niemand minder dan Pablo Picasso sprak al van creatieve destructie. Het moet kapot, voordat je iets nieuws kunt scheppen.

 

Het zit hem in onze genen. In de grafische genen. Wie heeft wel eens het woord grafisch opgezocht in het woordenboek? Niemand natuurlijk, want we weten wat ‘grafisch’ betekent. Dat zorgt er ook voor dat u waarschijnlijk niet gezien hebt in wat voor een ongure omgeving het woord ‘grafisch’ zijn leven in de woordenboekkolommen moet slijten.  Grafisch vond een plaatsje temidden van ‘grafdicht’, ‘grafdelver’ en ‘grafsteen’. Maar is dat wel zo onguur? Is dat erg? Is dat de goden verzoeken? Aan alles komt een eind. Dat is de natuur. Er moet plaats komen voor nieuwe zaken: voor innovaties. De houten pers is alleen nog in het museum te bewonderen. De boekdruk is in Europa zo goed als uitgestorven. Laten we – als grafici onder elkaar - vooral realist zijn en de klassieke grafische bedrijfstak een paar minuten de eer bewijzen die na ruim vijf eeuwen dik verdiend is. Een keurig requiem dus, met daarbij voor ieder een persoonlijke mijmering over hoe mooi het allemaal geweest is.

 

 Deze ruwe bolster, blanke pit komt uit Australië en luistert naar de onwaarschijnlijk naam Rex Hunt. U begrijpt dat dit een andere Rex is dan die tijdens het Requiem van Mozart werd bezongen. Onze Rex slaat in hoog tempo met zijn hengel vissen uit de oceaan. Om dat goed te maken geeft hij voordat hij het gevangen beest teruggooit een dikke zoen boven op zijn dikke vissenkop. Laatst viste Rex niet zonder succes op barracuda’s. De gevangen exemplaren zonden echter zoveel stresssignalen uit dat de collega barracuda’s ze al lang hadden opgevreten voordat Rex ze binnenhengelde. Hij trok slechts afgekloven vissenkoppen met een grote haak door hun lippen boven water. Geen prettig gezicht en zeker niet iets om te zoenen.

 

Voor mij leek het verdacht veel op de jacht die grafische bedrijven op klanten maken. Een dikke zoen wanneer een klant binnen is. Maar zodra een collega aan het hengelen is, werpt iedereen zich met het prijswapen als aas op de vette buit. Wat uiteindelijk rest is een gerafelde kop. Het is grimmig in onze bedrijfstak. Soms zou je willen dat er wat meer overlegd werd in plaats van elkaar de tent uit te vechten voor een bodemprijs. Vroeger, ja vroeger… Toen had je nog een centraal geleide prijspolitiek met Het Tarief als leidend beginsel en Het Grafisch Bureau als alwetende pleitbeslechter. En nu? Nu hebben we de NMA die meekijkt of er geen onoorbare zaken gebeuren. Nu vechten grafici elkaar de tent uit wanneer er een klant in aantocht is. Dat moet anders en dat moet beter.

 

Zijn er alternatieven voor het prijswapen? Zeker zijn die er. Het medicijn is door allerhande adviseurs aangereikt. Je kunt je specialiseren zodat je kostleider wordt. En weg die naar ik vermoed alleen voor de groten is weggelegd en dan – zo vrees ik – een medicijn blijkt met een beperkte houdbaarheid. Wie als drukker kostleider wil zijn met boeken, brochures en tijdschriften kan beter wat verder kijken dan Europa. De concurrentie van de toekomst komt uit België noch Italië, maar uit het Verre Oosten. Te ver? Twintig jaar geleden werden in zeecontainers al bindstraten ingericht om het drukwerk tijdens de overtocht op zee netjes afgewerkt in de Rotterdamse haven te krijgen.

 

Dichter bij huis kan trouwens ook: Hongaarse en Poolse drukkers staan te popelen om aan de slag te gaan zodra de slagboom van fort Europa open gaat. Diversificeren dan? Mogelijk. Kijk naar de monniken die gingen brouwen. Enkele grafische bedrijven gingen inderdaad websites bouwen, maar of dat financieel veel zoden aan de dijk zet? Er zit voor bedrijven die zich grafisch noemen niet veel anders op dan aan de activiteit te beginnen die het dichtst bij hun huidige werk staat: printen.

 

Er zijn ondernemers – het chiquer klinkende woord entrepreneur is sterk op zijn retour – die met wat geld van zichzelf of van de bank in hun achterzak begonnen met een DocuTech en daar zeer succesvol mee zijn. Daar wil ik het hier niet over hebben. Het gaat nu om bedrijven die stevig geworteld zijn in de grafische bedrijfstak en nieuwe wegen willen – of wellicht ook moeten – inslaan. Het zijn bedrijven die overgegaan zijn van vader op zoon. Er werken mensen die een gedegen opleiding achter de rug hebben en terecht trots zijn op het vak dat ze geleerd hebben. Ze moesten leren omgaan met offset, ze zagen de zetmachines verdwijnen en de PostScript printers komen. Ze zagen dat de drukvormvoorbereider vervangen werd door de prepresser. En even zo vaak lukte het een groot deel van die ondernemers om de draai te maken. Om aan te pikken bij de nieuwe technieken. De komst van digitale technieken vormde op zich geen probleem. De bedrijfstak is er met meer of minder kleerscheuren altijd in geslaagd vernieuwingen in het productieproces te absorberen. Computer-to-plate is niet fundamenteel anders dan computer-to-film en zelfs niet van de aloude analoge plaatkopie. Het aan elkaar knopen van de losse productiemodules drukvormvoorbereiding, drukken en afwerken gaat de een beter af dan de ander, maar ook dat vak is niet compleet nieuw.

 

Een tweede, minstens zo nijpend probleem, was dat klanten bijzonder weinig interesse toonden in die nieuwe productietechnieken. Natuurlijk is het interessant als je drukker meegaat met zijn tijd, maar dan toch vooral om te weten of dat uiteindelijk tot een lagere prijs leidt. Het vernieuwen van de productie lukt de Nederlandse grafische bedrijfstak als geen ander, maar zoals uit sombere cijfers blijkt biedt dat velen helaas onvoldoende soelaas.

 

Ik heb me altijd verbaasd over mensen die menen dat grafici zo behoudend zijn. Zo stoffig. In Nederland is dat geenszins het geval. Hier draait het modernste machinepark van Europa. De drukpersen draaiden hard en de investeringen in nieuwe machines verliepen nog sneller. Oké, een heilloze weg, zoals we inmiddels weten, die leidde tot overcapaciteit en nadat de conjunctuur bijna tot stilstand kwam voor een kaalslag in de bedrijfstak zorgde van ongekende omvang. Vijf jaar geleden werkten er in deze industrie nog zo’n vijftigduizend mensen. Het KVGO verwacht dat volgend jaar voor de bij hen aangesloten ondernemingen dat aantal gedaald zal zijn tot circa 35.000. Duizelingwekkende aantallen.

 

Maar er is een uitweg. Een toekomst voor de klassieke grafische ondernemingen. We begraven ze niet allemaal. Er zijn er die zullen overleven en sterker dan ooit tevoren zullen komen uit de huidige crises. Natuurlijk zijn er bedrijven die overleven. Bepaalde delen van de markt kalven af, andere doen het bijzonder goed. Betaalde kranten zien hun oplage teruglopen, maar het nieuwste boek van Harry Potter is met een oplage van een miljoen in een mum van tijd uitverkocht.

 

De huidige grafische bedrijfstak bestaat 549 jaar. Grafisch printen bijna tien jaar. En hoewel alles tegenwoordig sneller heet te gaan dan vroeger, moeten we die tijdlijn in de gaten houden om de betekenis van printen op dit moment op zijn juiste waarde te kunnen schatten. Als printen een voetballer is die mag invallen in een wedstrijd die negentig minuten duurt, dan speelt hij op zijn best de allerlaatste seconde mee. Probeer dan maar eens te scoren.

 

Grafisch printen staat nog in de kinderschoenen. En toch zijn er al reuzenstappen vooruit gezet. De ontwikkelingen bij het grafisch afdrukken van hoge volumes in kleur gaan hard. Vergeleken met tien jaar geleden hebben we snellere rips en beter verzorgde databases. Problemen met papier zijn opgelost. De tienduizendste afdruk ziet er hetzelfde uit als de eerste die uit de printer rolt. Er zijn elegantere technische standaarden dan tien jaar geleden. De discussie over de kwaliteit van de afdrukken lijkt een gepasseerd station. De wensen verschuiven van technische naar bedrijfseconomische vragen. Kan die toner echt niet goedkoper? Kan de tikprijs niet omlaag? Is er geen betere afschrijvingstermijn met de fiscus overeen te komen? Maar belangrijker nog dan de voortijlende techniek en de tikprijs is de vraag naar nieuwe toepassingen. Een gepersonaliseerd boek in je schoen voor Sinterklaas, waarin jij en je vrienden en vriendinnen de hoofdrol spelen. Dat is toch minstens net zo spannend als Harry Potter? Dichtbundels worden al vijf eeuwen gedrukt, maar tijdens de voorlaatste boekenweek kon iedereen zijn eigen dichtbundel via het web samenstellen met zijn favoriete gedichten. Een bekend product, de dichtbundel, nu alleen te maken met hedendaagse technieken in zeer korte tijd te produceren in een oplage boven de zevenduizend van een onberispelijke kwaliteit.

 

Het is vaker betoogd: het gaat niet om de drukpers of de printer. Wie zijn pers nog als het centrum van het universum beschouwt kan de zaak beter sluiten. Of de opdrachtgevers nu groot of klein zijn, in de industrie of handel zitten, zonder ideeën en concrete voorstellen hoe het complete communicatieproces met klanten en toeleveranciers te verbeteren, blijft het rommelen in de marge.

 

Printen is niet gemakkelijk en vergt een lange adem. De beweegredenen van opdrachtgevers om met de nieuwe mogelijkheden aan de slag te gaan zijn zeer divers. Kostenbesparing is er één, maar wat te denken van de waarde van een goed imago, de waarde van altijd actuele informatie, de waarde die je creëert door geen voorraden aan te houden en dus niets weg te gooien.

 

Succesvolle toepassingen benutten de technische mogelijkheden van de printtechniek tot op het bot. Dat betekent dus vrijwel altijd oplage één, maar dan ook altijd met de eerste wet van printen-op-afroep in het achterhoofd: ‘Kleine oplagen gedijen alleen in grote aantallen’. Te lang is gedacht dat oplage geen issue was. Maar dat is het natuurlijk wel. Een succesvolle direct mail-actie vergt veel voorbereiding, de vormgeving dient tot in de puntjes te zijn verzorgd, net als de back office activiteiten die de respons snel en adequaat moet verwerken. Die investering betaalt zich bij een oplage van tweehonderd nooit terug. Dat was zo in offset en geldt ook voor printen. Succesvol zakelijk printen is alleen mogelijk bij grote aantallen. Een goede relatie met je opdrachtgever is niets nieuws – wel nieuw is dat die band ook digitaal moet worden onderstreept wil er succesvol zaken worden gedaan met behulp van de database van de opdrachtgever. Een voorwaarde voor succesvol zakendoen is een directe afstemming over de mogelijkheden en de onmogelijkheden van die database. Er zijn drukkers en zeker printproductiebedrijven die hun automatisering redelijk tot zeer goed op orde. En dat is in dit geval niet het aansturen van een drukpers met Cip 4, maar kritisch kijken naar het hele productieproces. Dat begint ver vóór de orderinname, namelijk bij de vraag naar het probleem van de opdrachtgever en eindigt pas als de factuur is betaald. Er is software op de markt om dat proces te volgen, want tien orders per dag factureren lukt nog wel, maar wat doe je met tweehonderd relatief kleine orders per dag? Alleen automatisering van de complete werkstroom zorgt ervoor dat deze workload hanteerbaar blijft.

 

Grafisch printen is moeilijk, maar ook interessant en uiteindelijk profijtelijk. U zou er nu minimaal ook mee bezig moeten zijn, ook of juist, als u alleen nog in offset werkt. Vraag adviezen aan het Kenniscentrum GOC. Lees de vakliteratuur. Volg cursussen. Neem een ingenieur in dienst en zet daar een stagiair van de IT-afdeling van een van de grafische lycea naast. Grafisch printen gaat hard vooruit, maar minder snel dan we geneigd zijn te denken met onze tijdshorizon van een week of twee. Xerox meldde dat er dit jaar honderd iGen3 printers zijn verkocht. Het bedrijf hoopt er komend jaar wereldwijd zeshonderd te slijten.

 

De markt voor printen-op-maat zal volgens de Graphic Arts Marketing Information Services groeien van 2,5 miljard dollar in 2001 tot zes miljard dollar in 2004. Indrukwekkende aantallen en indrukwekkende cijfers, maar vergeleken met het aantal geïnstalleerde drukwerken en de hoeveelheid drukwerk die dagelijks van de persen rolt peanuts. Maar vergeet niet dat de drukpers die nu zo soepel en zo goedkoop draait er 22 generaties over heeft gedaan om zo ver te komen. De kinderen die geboren werden toen de eerste grafische hoogvolume kleurenprinters werden gelanceerd zijn nu tien jaar. Zij kunnen al lezen en rekenen, maar moeten nog beginnen met aardrijkskunde en geschiedenis.

 

Grafisch printen heeft de potentie om uit te groeien tot een andere en betere manier van omgaan met klanten, tot een andere manier van digitaal produceren van drukwerk. Tot een manier van werken die past bij deze eeuw. Om dat te kunnen hebben bedrijven slagkracht nodig. Ze moeten de trom kunnen roeren. Elke klap moet raak zijn. Op het gebied van techniek, van het opleiden van personeel, van het creëren van een goede mix tussen grafische deskundigheid en kennis van IT en automatisering.

 

Hybride bedrijven – ondernemingen die zowel drukken als printen – hebben de toekomst in handen. Grafici zijn stoffig noch dom. Ze zijn niet behoudend, behalve uit welbegrepen eigenbelang. Ze moeten hun licht niet onder de korenmaat steken, maar samen met hun klanten op zoek gaan naar de antwoorden op de vragen die opdrachtgevers stellen. Grafici lijken nu in de hoek te zitten waar de klappen vallen, maar wie de geschiedenis bestudeert weet dat ook slechte tijden voorbij gaan. Grafici moeten niet stilletjes in de hoek kruipen, maar de trom roeren en trots zijn op de vijf eeuwen grafische traditie waarin ze hun wortels hebben. Zeker omdat ze weten dat ze de sleutel tot een succesvolle toekomst in handen hebben. Nu alleen die sleutel nog omdraaien.

 

Rede uitgesproken ter gelegenheid van de verschijning van de Kenniscentrum GOC Business Roadmap Digital Printing

 

© Leon van Velzen, Uitgeverij Het Nederlands Magazijn, Den Haag, Kenniscentrum GOC, Veenendaal, 5 december 2003

 

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.