|
|
Extra spotkleuren: zin of onzin?
Vier kleuren moeten genoeg zijn om al het printwerk exact die kleur en uitstraling te geven die gewenst is. Dat is ook zo, vindt een gedeelte van de printerbouwers. Anderen denken er weer anders over en bouwen extra voorzieningen in. Wat zijn hun beweegredenen?
Een monitor of beeldscherm doet niet moeilijk. Met drie RGB-kleuren lijken de fijnste kleurnuanceringen mogelijk. Anders ligt dat bij drukwerk. Daar hebben we vier kleuren – sommigen zeggen drie kleuren en zwart – nodig om de suggestie van natuurgetrouwheid te wekken. Er zijn drukkers die in hun inkthok de laatste restjes inkt mengen tot ze precies die kleur creëren die de klant op zijn drukwerk wil hebben. Het lijkt een beeld uit een ver verleden, maar nog altijd werken veel offsetdrukkers met eigen recepten om de kleur voor de klant zo precies mogelijk volgens zijn wensen en ook telkens identiek samen te stellen.
Speciale wensen vragen om spotkleur, aangebracht in een extra drukgang. Het voordeel van spotkleur is de nauwkeurigheid van de kleur en daarmee de voorspelbaarheid van het resultaat. Door de extra drukgang is het gebruik van spotkleuren wel een stuk duurder dan het ‘opbouwen’ van speciale kleuren met behulp van de vier basisinkten.
De kleurruimte op een CMYK-drukpers is kleiner dan die op een kleurenprinter. Voorbeelden van klanten die als proef een inkjetafdruk onder ogen kregen, om daarna teleurgesteld te zijn bij het zien van de finale gedrukte oplage, zijn er legio. Toch vinden sommige gebruikers en leveranciers de veel grotere kleurruimte van printers nog altijd onvoldoende. Dat speelt vooral een rol wanneer huisstijlkleuren zo exact mogelijk moeten worden gereproduceerd. Huisstijlkleuren zijn vaak lastige kleuren. Bedrijven en organisaties willen zich onderscheiden van andere op de markt en ontwerpers kiezen dan ook graag een speciale Pantonekleur uit.
Een tweede motief voor het gebruik van spotkleuren kan de geëiste kleurconsistentie zijn. Consistentie bij de reproductie van kleuren speelt vooral een rol bij grote oplages. De pakken appelsap die naast elkaar in het schap staan, moeten - ook indien ze door verschillende verpakkingsdrukkers zijn geproduceerd - er immers identiek uitzien. Een kratje bier met uiteenlopende kleuretiketten werkt de kooplust niet in hand. Nu zijn dit niet de meest voor de hand liggende markten om kleurenprinters in te zetten.
Op kantoor is het minder goed voor te stellen wat de mogelijkheden voor spotkleuren of extra kleurruimte toevoegen. Extra kleuren in de vorm van al dan niet speciaal aangemaakte toner in bussen heeft extra ruimte nodig in machines die daardoor groter en duurder worden. Ook de aansturing van de printer en het overbrengen van het beeld op het papier wordt gecompliceerder en daardoor duurder. Bij de lichtere kantoorprinters zijn die voorzieningen dan ook nooit aanwezig.
Een uitzondering op deze regel vormen de inkjetprinters die ingezet worden voor het op kantoor en thuis afdrukken van foto’s. Deze inkjetprinters van bijvoorbeeld Canon, Hewlett-Packard of Epson kennen soms tot wel acht inktreservoirs om kleuren zo natuurgetrouw mogelijk af te kunnen drukken. De software die deze grotere kleurruimte gebruikt doet bijna altijd op de achtergrond, zonder dat de gebruiker het merkt of veel instellingen kan aanpassen, zijn werk.
Ook leveranciers van hoogvolume, high end printsystemen in de grafische markt bieden extra mogelijkheden voor spotkleuren. HP Indigo reserveert sinds jaar en dag extra plaatsen voor bussen met E-Ink, de eigen vloeibare toner van Indigo. De NexPress van Kodak kent zijn vrije plaatsen, zonder dat de fabrikant duidelijk maakt wat exact de bedoeling van die ruimte is. Ook enkele Xeikon-systemen beschikken, net als de kleurenprinters van Océ, naast de vier standaardkleuren over extra mogelijkheden.
HP-Indigo heeft printers waar twee extra spotkleuren in kunnen en digitale persen waar er drie in kunnen. Wim Koning van HP Indigo: “De spotkleuren die wij bieden zijn in staat om 98 procent van de Pantonekleuren te leveren. Deze Pantonekleuren zijn niet opgebouwd, dus zeer betrouwbaar. Klanten kunnen beschikken over een mengsysteem met elf basiskleuren. Klanten kunnen zelf iedere gewenste kleur mengen. HP Indigo is de enige leverancier die de mogelijkheid van dit systeem biedt."
Ook Xeikon biedt de mogelijkheid van spotkleuren door systemen te voorzien van vijf stations. Zo kreeg de recent gelanceerde DCP 500D rotatieprinter de mogelijkheid tot het in één drukgang dubbelzijdig bedrukken in maximaal vijf kleuren, waarbij het vijfde tonerstation een spotkleur of speciaaltoner kan bevatten. De inkt – toner is in dit geval beter op zijn plaats - is verkrijgbaar via Xeikon International. Het zelf mengen van inkt is op de Xeikon-systemen niet mogelijk. Océ heeft met zijn kleurenprinter CPS700 en in februari gelanceerde CPS900 ruimte voor niet minder dan zeven kleuren. De speciale toner is via Océ verkrijgbaar.
Niet alle leveranciers zijn overtuigd van het nut en de noodzaak van het gebruik van extra voorzieningen om spotkleuren in te zetten. Zo maakt Xerox geen gebruik van spotkleuren, ook niet bij het vlaggenschip de iGen3. Patrick van Dommelen, business manager Benelux van Xerox: "Het gebruik van spotkleuren is simpelweg niet nodig. De klant kan met CMYK alle mogelijke kleuren maken."
Xerox ontwikkelde in samenwerking met derden kleurmanagementsoftware die het mogelijk maakt kleuren nog exacter te benaderen. Van Dommelen: "Wij hebben al systemen die ‘mooiere’ afdrukken maken dan offset. Dit is mogelijk door de zeer dunne toners die kleuren kunnen afdrukken die in offset niet eens mogelijk zijn. Deze toners laten we als het ware groeien rond een kern van moleculen. In tegenstelling tot de gebruikelijk manier van tonerproductie – het steeds fijner stampen van de tonerdeeltjes – ontstaat op die manier een zeer gelijkmatig en voorspelbaar resultaat."
Is het niet beter om het beste van twee werelden te verenigen? Voordrukken in offset, waarbij de huisstijlkleur exact kan worden benaderd, om daarna de telkens veranderende informatie te printen? Niet alleen de kwaliteit van de toner of inkt speelt bij een dergelijke keuze een belangrijke rol. Het papier dat de informatie moet dragen, is de kritische factor.
Ondanks de geautomatiseerde aanmaak van papier blijft het een natuurproduct met alle charmes en nadelen van dien. Drukkers zijn ervaren grafici die zich door dit natuurproduct nauwelijks meer laten verrassen. Voor hen zijn begrippen als relatieve vochtigheid, randverkorting, opaciteit, elektrostatische lading en looprichting begrippen waar ze mee hebben leren werken. Toch zien drukkers elke dag weer dat het de moeite loont zorgvuldig met papier om te gaan omdat hun productie daardoor met minder storingen verloopt.
Anders is dat in een kantoor. Vaak liggen daar de pakken papier op een plaats waar het uitkomt en niet waar de voorraad het beste kan acclimatiseren. Bij kleinere kantoren ligt de voorraad papier soms in het gootsteenkastje onder het aanrecht. Een lekkende kraan zorgt er dan voor dat er geen vel meer probleemloos door de printer gaat. Wanneer papier golvend uit de verpakking komt is de vochtigheid te hoog. De relatieve vochtigheid is één van de boosdoeners die op kantoor voor veel ellende kan zorgen. Wie papier dat zo uit de vrachtwagen komt rechtstreeks in de kopieermachine of printer stopt, vraagt om moeilijkheden. Hoe is dat mogelijk? Veel bedrijven laten hun huisstijl met briefhoofd en logo in full colour op het papier voordrukken. De brief, factuur of nota wordt er dan later met behulp van de laserprinter in zwart ingeprint. Deze twee verschillende druktechnieken – offset en laserprinten - geven het papier elk op hun eigen manier op zijn donder.
Drukkers in offset werken het liefst met papier dat een relatieve vochtigheid heeft van 55% bij 20 graden Celsius. Bij de offsettechniek wordt met water en inkt gewerkt. Deze voorbedrukte vellen gaan later door een laserprinter heen waar de temperatuur zo’n 200 graden Celsius bedraagt. Die hoge temperatuur is nodig om de toner op het papier te fixeren. Wat er nog aan vocht in de papiervezels zit verdampt in één klap. De vezels krimpen in één richting en het papier gaat krom staan. Drukkers proberen dan ook dit type handelsdrukwerk met zo weinig mogelijk vocht te drukken. Met te weinig vocht gaat het ook weer niet omdat dan het papier statisch geladen wordt. Daardoor plakken de vellen aan elkaar en ontstaan er storingen of zelfs statische ontladingen.
Bij het printen met inkjet is er geen sprake van overmatige hitte. Over dat probleem hoeven de papiermakers zich dus het hoofd niet te breken. Daar staat tegenover dat de inkjettechniek gebruik moet maken van vocht en oplosmiddelen om de inkt op het papier te spuiten. Als het oplosmiddel niet snel genoeg weg kan gaat ook hier het papier vervormen. Wanneer de inkt niet snel genoeg droogt en op de oppervlakte van het papier blijft liggen zijn vegen en vlekken onvermijdelijk. Papier voor inkjetprinters moet dan ook aan een speciale eigenschap voldoen. De inkt moet op het oppervlak blijven liggen, terwijl het vocht juist in en door het papier zijn weg moet kunnen vinden. Dat is lastig bij zeer gladde en glimmende oppervlakten. Het duurt een tijdje voordat zonder dat het risico bestaat voor vegen en vlekken de inkt goed droog is.
Het gebruik van spotkleuren is afhankelijk van vele factoren. Een onderbelicht element vormen daarbij de kosten. Bij drukkerijen en printbedrijven bestaat de natuurlijke neiging de klant te praten naar het geïnstalleerde machinepark. Beschik je als productiebedrijf over de potentie om met spotkleuren te werken, dan zal je die mogelijkheid ook graag inzetten. Moet je het met de vier kleuren op je printer doen, dan ligt een degelijk advies niet voor de hand.
De kosten hangen vooral samen met het doel van het drukwerk. Daarbij moeten in ieder geval de volgende vragen worden beantwoord. Wat is de hoogte van de oplage? Komt er binnen afzienbare tijd een herdruk? Is er sprake van variabele informatie? Kan de huisstijlkleur worden opgebouwd met behulp van CMYK of is een juiste kleur alleen mogelijk met behulp van een spotkleur? Als ik laat voordrukken, heb ik dan de mensen in huis die weten hoe ze met voordrukken om moeten gaan?
In de praktijk blijkt dat er niet één kostprijsmodel is dat een goede vergelijking mogelijk maakt. Printerleveranciers bouwen vanuit hun eigen filosofie printers met vier of meer kleuren. Wie naar het klassieke, grafische bedrijf kijkt, weet dat drukken met spotkleuren aan de orde van de dag is. Drukkers vallen dan ook eerder voor de mogelijkheid van extra kleuren dan ondernemers die van huis uit altijd geprint hebben. Zij hebben kennelijk voldoende aan de grotere kleurruimte die printers al bieden. De mogelijkheid om spotkleuren te printen is zeker meer dan een verkooppraatje van de marketingafdeling van de printerbouwer. Maar hoe vaak van die mogelijkheden daadwerkelijk gebruik gemaakt wordt is vooralsnog een goed bewaard geheim.
Leon van Velzen
[Publicatie: M&C Publishing, België, mei 2004]
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|