|
|
drupa: hoogmis van de werktuigbouw?
Een blik op de toekomst bood drupa 2004 de bezoekers zeker. Tegelijkertijd bleven de werkelijke vragen waar de grafische bedrijfstak mee worstelt voor een goed deel onbeantwoord. Hoe maak ik minder fouten? Hoe leg ik het digitale lijntje met mijn klanten? JDF als vlucht naar voren.
Is software nu eenmaal onzichtbaar, of ging drupa 2004 toch vooral over staal, machines en snelheden? Midden in het Ruhrgebied, waar eens de schijnbaar onsterfelijke kolen- en staalindustrie hoogtij vierde, keken de circa 380.000 bezoekers van de grootste grafische vakbeurs ter wereld hun ogen uit naar draaiende machines. In de zeventien hallen werd gedurende twee weken opnieuw de hoogmis van de werktuigbouwkunde gevierd - opvallend vaak gestyled in een hedendaags rondlopend jasje met pittige kleuren. De tijd dat stalen machines rechte hoeken hadden is voorbij.
Maar het zou toch de JDF-drupa worden, zo beloofden alle persenbouwers de bezoekers ver voordat op 6 mei de poorten van de Messegelände openden? Het Job Definition Format als vlucht naar voren bij gebrek aan werkelijk nieuws? Het ging tijdens deze drupa niet om JDF, niet om de klant, maar wel om de workflow en ook om het staal.
Nog sterker dan Nederland worstelt Duitsland met zijn economische toekomst. De werkloosheid ligt hoog. Politiek, werkgevers en vakbonden houden elkaar in een verlammende greep. Tegen die achtergrond was er veel - en waarom ook niet? - wishful thinking aan de vooravond van drupa. De ‘Olympische Spelen van de grafische industrie’ zouden op voorhand niet de boeken ingaan met nieuwe records, maar wie snakte er na ruim drie jaar malaise niet naar een hart onder de riem? Naar goede resultaten, naar optimisme en blauwe cijfers? Na afloop bleken de standhouders meer dan tevreden over het rendement dat ze op hun peperdure beursinvestering behaalden. Hoe modern drupa zich ook etaleert, wanneer het aan de leveranciers ligt gaat het op de markt nog altijd om de verkopen. Zelfs bij kapitaalgoederen zoals drukpersen, printers en afwerkapparatuur.
Heidelberg rapporteerde verkoopcijfers die opliepen tot achthonderd miljoen euro. Agfa heeft twee pagina’s nodig om alle verkochte machines en softwarepakketten te melden. Debutant Esko Graphics meldde dat vijftien procent van de begrote jaarverkopen al op drupa is gerealiseerd. En ook de ander standhouders lieten keer op keer ‘beter dan verwacht’ noteren.
De aandacht voor workflow is terecht. Tegelijkertijd lijkt het daardoor alsof er voor drupa 2004 geen sprake was van werkstroom in een grafisch bedrijf of documentenintensieve organisatie. Onzin natuurlijk, hoewel de ene ondernemer zijn werkstroom al zoveel mogelijk digitaliseerde en de ander genoegen neemt met houtje-touwtje oplossingen. Aandacht voor de workflow kan helpen de opdrachtgever van het grafisch bedrijf beter in beeld te krijgen. Printbedrijven hebben het hierbij gemakkelijker dan klassieke grafische ondernemingen omdat zij per definitie al beschikken over een digitale productie.
De klant, de opdrachtgever of de partner kwam tijdens drupa minder uit de verf. Het bedrijfsloket bij uitstek - het web - bleef voor een groot deel buiten beeld. Dat kan betekenen dat alle techniek rond Internet bij grafici al gemeengoed is, of het duidt erop dat de focus van de ondernemer niet naar buiten is gericht, maar naar binnen op de eigen organisatie. Maar zelfs dat is de vraag.
Klassieke grafische bedrijven investeerden vooral in de laatste jaren van de vorige eeuw kapitalen in sneller lopende geautomatiseerde persen. De prepress werd onder handen genomen, computer-to-plate was op drupa gemeengoed. Bij de drang naar sneller en goedkoper, bleef het optimaliseren van de interne werkstroom te vaak een ondergeschoven kindje. Het aantal orders dat overgemaakt moet worden bij drukkerijen is nog altijd zeer aanzienlijk. Opvallend is dat er voldoende onderzoeken bestaan over het slordig aanleveren van digitaal materiaal door klanten (‘de fonts ontbreken, lage resolutie beeld etc. etc) maar er geen cijfers bekend zijn van het aantal ‘overmakers’ in de bedrijfstak. Naar schatting kan die schade gemakkelijk oplopen tot enige tientallen percentages van de omzet. De flinterdunne marges van veel ondernemingen zouden iets minder fragiel worden bij een kritische kijk naar binnen. Volgens Heidelberg topman Klaus Spiegel in het vakblad Compres zou er op dit front nog 25 procent productiviteitswinst te boeken zijn.
Digitaal contact met de klant en de disciplinerende werking van de werkstroom vormen twee op drupa onderbelichte elementen. Anders ligt dat bij een trend die sinds de eeuwwisseling aan kracht wint. Tot die tijd was het gebruikelijk printactiviteiten naast de offset-activiteteiten te plaatsen. Vaak in een andere bv, soms zelfs in een ander gebouw. De redenen daarvoor waren plausibel. De orderomvang lag bij het printen lager en de doorvoersnelheid van de orders hoger. Een groter aantal orders moest in recordtempo door het bedrijf worden geloosd. De eisen die aan de medewerkers gesteld werden, lagen anders.
Toch gaan steeds meer drukkerijen printen en - opmerkelijk genoeg - ook steeds meer printers drukken. Deze ondernemers willen niet werken met twee gescheiden productiesystemen. Zij willen een eenduidige manier van produceren, waarbij orderintake, het monitoren van de order door de organisatie tot en met het afleveren bij de klant, het liefst zo geautomatiseerd mogelijk, gevolgd kan worden. Dat betekent ook dat de Rip’s van de printers, de DI-drukpers, filmbelichter of CTP-unit op een identieke manier moet kunnen worden aangestuurd. Een bijkomend voordeel is dat de klant pas op het laatste moment hoeft te kiezen of hij wil drukken of printen. Daar komen we al verdacht dicht in de buurt van JDF.
De grotere printerleveranciers anticipeerden op deze ontwikkeling en zorgden ervoor dat hun workflow geschikt kan zijn voor drukker en printer. Xerox bijvoorbeeld koos met zijn modulaire opgebouwde FreeFlow-concept voor een printmanager waarbij de vraag ‘drukken’ of ‘printen’ niet relevant is. Als een van de weinige leveranciers lukte het Xerox tijdens drupa een samenhangend beeld te schetsen van onderling goed samenwerkende software die vanzelfsprekend ook ‘open’ is. Net als andere leveranciers haast Xerox zich om erbij te vermelden dat de workflow ‘geschikt’ is voor JDF. Feit is dat complete JDF-achtige oplossingen vaak niet noodzakelijk zijn. In een recent verleden dacht Xerox nog offsetpersen in het productenportfolio nodig te hebben om de werkvloer van de drukkerij te kunnen betreden. Met goede workflowsoftware gaat dat minstens even goed, zo niet beter.
Tegen deze achtergrond is het spijtig dat Heidelberg opvallend met zijn rug naar de digitale toekomst ging staan. Aan de vooravond van drupa verkocht eigenaar RWE ruim vijftig procent van de aandelen Heidelberg aan institutionele investeerders. Een paar maanden eerder koos Heidelberg ervoor zich te beperken tot de kernactiviteiten. Die keus komt neer op het bouwen van machines voor de vellenoffsetdruk. De kleuren NexPress en monochrome Digimaster zijn weer terug bij ontwikkelaar Kodak. Ook de rotatiepersen gingen de deur uit. Deze pas op de plaats betekent niet dat Heidelberg voorgoed afscheid neemt van de digitale printtoekomst. Het bedrijf wacht de snelle ontwikkelingen op het gebied van vooral inkjetprinten af om op een goed moment en naar goed Heidelberg-gebruik veelbelovende ondernemingen met hun technologie op te kopen. Pikant detail is dat Heidelberg het onderhoud van zijn software - en vooral dat gedeelte dat de aansluiting verzorgt met de SAP-databases van veeleisende opdrachtgevers heeft uitbesteed aan - jawel - Hewlett Packard Services. HP Indigo op zijn beurt concentreert zich van alle printerbouwers het meest op de machines en bekommert zich het minst om de workflow.
De noodgedwongen focus op de vellenoffsetpers kan gevolgen hebben voor de workflowsoftware. Naast een hybride print- en drukomgeving draaien bedrijven ook kleur en monochrome prints steeds vaker door elkaar heen. Ook dat probleem kan voor een groot gedeelte met software worden opgelost. Nu Heidelberg – voorlopig – het directe contact met de printerwereld kwijt is, zal het bedrijf zich moeten inspannen om beide markten met zijn workflowoplossingen te blijven bedienen.
Hoe moeilijk digitale workflow in de praktijk zichtbaar is te maken, bleek opnieuw bij PrintCity. Een aantal toonaangevende leveranciers, zoals Afga, Océ en Man Roland erkennen de noodzaak van een geïntegreerde workflow al veel langer en wilden hun visie op beurzen ook uitdragen. De idee is prima en het lukt ook steeds beter om de bezoekers te tonen wat er mogelijk is. Toch overtuigen de pogingen niet. De ‘beurs binnen de beurs’, ooit gestart als antwoord op de megalomane groeineigingen van Heidelberg, knoopt letterlijk alles aan elkaar waar het woord ‘grafisch’ of ‘document’ valt op te plakken. Van groot tot klein, van offset tot flexo, van losblad tot rotatie – de technologie is er, maar wat moet je er als bezoeker mee?
Agfa toonde in PrintCity onder andere de overtuigende :Delano en ApogeeX 2.0 software. Océ bouwt verder aan de vloeiende werkstroom met Doc Works en Prisma-softwareoplossingen. Buiten PrintCity toonde Heidelberg Prinect. Fuji introduceerde de nieuwste editie van de Celebra Extreme workflowsystemen. Screen leverde alweer versie 3.0 van Trueflow. Creo hield hardnekkig vast aan zijn Networked Graphic Production (NGP) initiatief. Zowel de Brisque als de Prinergy workflowoplossingen kunnen uit de voeten met deze eigen Creo-standaard. Kern van het idee is dat bedrijven onderling afspraken maken welke machines met wie kunnen praten. Creo noemt NGP nadrukkelijk geen concurrent voor JDF.
Zoveel mensen, zoveel zinnen. Na de komst van Cip3, midden jaren negentig heeft de grafische bedrijfstak bij het aan elkaar knopen van prepress, drukken en afwerken ontegenzeggelijk grote stappen vooruit gezet. Een administratieve schaal om de productiedata, waar ook managementinformatie uit gedestilleerd kan worden zoals JDF beoogt, is een prima idee. Maar anders dan bij documentintensieve organisaties is veel grafische productie er een van hollen en stilstaan. De aard van de werkzaamheden, of het nu prepress, drukken of afwerken is, verschilt zo van elkaar dat de stappen nooit vloeiend op elkaar zijn aan te sluiten. Het grote voordeel van JDF is er in gelegen dat de stappen juist helder en duidelijk van elkaar onderscheiden worden. Een vloeiende werkstroom bestaat uit eilanden waar optimaal gewerkt wordt en de brug naar het volgende eiland voldoende breed is om snel (en belangrijker nog) foutloos een grafisch product te maken.
Printers hebben het relatief gemakkelijker dan drukkers omdat deze per definitie al over een digitale aansturing van de printer beschikken. Maar ook hier dringen zich vragen op over in-line dan wel off-line afwerking. Bij alle aandacht op drupa 2004 voor workflow lag de focus volledig op de techniek en eventuele mogelijkheden in de toekomst. De kritische bezoeker is meer gebaat bij een heldere analyse van de organisatie in zijn eigen bedrijf en antwoorden op de vraag hoe die organisatie verder te verbeteren is.
De JDF-vlucht naar voren verduisterde de vragen die er op dit moment werkelijk toe doen. Hoe krijg ik – digitaal, via het web – een steviger band met mijn opdrachtgever? Hoe verbeter ik mijn organisatie? Niet om meer te doen, maar om de dingen beter te doen. Dat zijn geen technologische stappen vooruit, laat staan dat je er Olympische records mee breekt. Het zijn wel de vragen die het hedendaagse, grafische bedrijf onder bijzonder lastige marktomstandigheden, adequaat zal moeten beantwoorden.
Leon van Velzen
[Publicatie: Document Manager, juni 2004]
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|