E-readers

 

  

Omhoog

 

Acceptatie e-readers nog ver weg

 

“Ik bereid me voor op de toekomst, maar voorspel deze niet.” Wie hoopte op bevlogen vergezichten over de toekomst van e-paper, kwam tijdens het nationaal uitgeverscongres in Rotterdam bedrogen uit. Dr. Stig Nordqvist, directeur technologie en digitale media van de Noordse dagbladorganisatie, toonde zich meer een koele, onderzoekende kikker dan een bevlogen visionair.

 

“De introductie van e-ink, e-readers, de tablet pc, on line e-paper, digitale kiosken en alles wat nu op de markt komt, biedt uitgevers nieuwe kansen. Wat wij willen is uitgevers gereedschap in handen geven zodat zij de mobiele generatie 24 uur per etmaal van nieuws kunnen voorzien.” Wetenschapper Nordqvist praatte zijn publiek bij over lopend onderzoek dat veertien Zweedse kranten en Philips in 2002 startten. De Universiteit van Helsinki ondervroeg lezers naar de acceptatie van de elektronische evenknie van de krant. Apparaten – in welke vorm dan ook – zijn vooral onderweg handig, zo luidde de algemene conclusie. Daarvoor is het nodig dat ze weinig energie gebruiken en gemakkelijk (lees: draadloos en overal) te voorzien zijn van actuele informatie. Een aanraakscherm is noodzakelijk en de kosten zullen spectaculair moeten dalen.

 

De acceptatie van nieuwe vormen om informatie te consumeren is zeker geen technisch verhaal, vindt Nordqvist. Vanzelfsprekend moeten er machines komen, met platte, flexibele beeldschermen, maar zodra de vraag voldoende is, zal de industrie die ook gaan produceren. Microsoft is actief, net zoals Palm, Matsushita en Philips. Hij verwees daarbij naar de readers die al op de markt zijn en bestempelde de e-reader van E-Ink als veelbelovendste machine.

 

Dat kranten en tijdschriften niet van een beeldscherm gelezen zouden worden is door de praktijk allang achterhaald. Het blijft behelpen met een mobieltje waarop een deel van een pagina is afgebeeld, maar mensen gebruiken steeds meer mobiele machines. Denk aan het succes van de iPod, zei Nordqvist. Duizenden nummers in een klein draagbaar apparaat dat bovendien in staat is nieuwe nummers op te slaan en oude weg te gooien.

 

Informatie is meer en meer beschikbaar in digitale vorm en uitgevers zullen zich nog meer moeite moeten getroosten om de inhoud te verder te verrijken. Geen gemakkelijke opgave , zoals blijkt uit de worsteling met content op het web die nu al tien jaar duurt. Als een van de grote voordelen voor uitgevers ziet Nordqvist het beheersen of omlaag brengen van distributiekosten. “Ook is het mogelijk meerdere winstgevende producten op basis van identieke redactionele inhoud samen te stellen”, menen de onderzoekers. Het viel Nordqvist overigens op dat het formaat van kranten wereldwijd aan het krimpen is. De kleinere kranten waar lezers nu aan wennen, kunnen de watervrees voor e-readers verder omlaag brengen.

 

Nordqvist ziet de komt van e-paper en e-readers niet als een vervanging van het gedrukte product, maar als een nieuw medium met zijn eigen business model en redactionele eigenaardigheden. Om een beter zicht te krijgen op de mogelijkheden lopen er vier concrete projecten. Zo is er het Ifra-framework initiatief onder de noemer ‘eNews’. Philips in Zweden test op dit moment de mogelijkheden van e-ink en e-paper met honderd consumenten. Ook al in Zweden loopt onderzoek naar de organisatie van de workflow en de mogelijkheden van software om op allerlei platforms digitale kranten en tijdschriften aan te bieden. Tot slot gaat dit jaar een nieuwe project van de Europese Gemeenschap van start onder de titel ‘DigiNews’.

 

De prijs van papier kwam niet aan bod bij Nordqvist, toch een belangrijke motor achter de ontwikkeling van e-paper. Niet de reader, de software of de vraag of we al dan niet van een beeldscherm willen lezen vormt de belangrijkste drive, maar een omhoog knallende prijs van de grondstof die voor uitgevers en de grafische bedrijfstak essentieel is: pulp en papier.

 

De Verenigde Staten is de grootste consument van alle papier ter wereld. Liefst 31 procent van de totale productie gebruiken de Amerikanen om te schrijven, te printen, te drukken en – zoals de Engelsen zeggen – hun handen mee af te wassen. Goede tweede is West-Europa (ruim 24 procent) gevolgd door China. Ondanks het lage gebruik per hoofd van de bevolking consumeren de Chinezen nu al bijna twaalf procent van de wereldwijde papierproductie. De bijna dertig kilo per jaar die elke Chinees in 2000 gebruikte zal naar verwachting in 2015 bijna verdubbeld zijn tot 51 kilo. Op Oost-Europa na is China daarmee de snelst groeiende papierconsument ter wereld. Wanneer de Chinezen op Europees niveau zitten, dus op bijna het zevenvoudige van nu, is niet te voorspellen. En dan hebben we het nog niet gehad over India.

 

Het kost de leveranciers van pulp de grootste moeite om aan de vraag naar pulp te voldoen. Schaarste betekent uiteraard niet het einde van de papierproductie. Wel is duidelijk dat een explosief stijgende vraag op lange termijn zal zorgen voor een fikse prijsverhoging van de pulp- en dus de papierprijs en daarmee de komst van e-paper een flinke zet in de rug zal geven.

 

Leon van Velzen

 

[Publicatie: Media Facts, augustus 2004]

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.