|
|
Fiscus vlucht vooruit
Na jarenlang digitaal sukkelen, vluchtte de Belastingdienst vooruit in een van de gewaagdste ICT-operaties van de Nederlandse overheid. Papier is vanaf 2005 taboe bij de fiscus. Onheilsprofeten voorzagen rampen en inderdaad bleef de telefoon te vaak rinkelen bij de dienst. Maar toch.
De Spaanse Koning Philips de Tweede introduceerde in de zestiende eeuw de tiende penning waarna de ijzeren vuist van de Hertog van Alva tien procent op alle roererende en onroerende goederen legde in de lage landen aan de zee. Pijnlijk. Niet alleen sneuvelde deze btw avant la lettre pas in 1572, het luidde ook min of meer het begin in van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Alva was niet de enige overheidsdienaar die zich door het opleggen van belastingen weinig populair maakte. Zo vond Titus, zoon van de Romeinse keizer Vespasianus, het een goed idee om belasting op urine te heffen.
Het creatief zoeken naar inkomsten door de overheid is van alledag. Ooit werd het aantal dienstboden belast, terwijl ook de hoeveelheid rookkanalen een goede indicatie leek voor verworven welvaart. Paardenbelasting, wijnaccijns, het dragen van een pruik of het fietsplaatje gemonteerd op het spatbord - op allerlei manieren lukte het de overheid belastingpenningen te innen. Mazen in het net, slimme constructies en juridische foefjes houden betaler en ontvanger van de penningen scherp, maar over het algemeen betaalt vrijwel iedereen even keurig als knarsetandend de opgelegde aanslagen.
Saai is het bij de grootincasseerder van de overheid niet meer. Creatieve ideeën, ingrijpende reorganisaties en afrekenen op prestaties zijn bij de Belastingdienst heel normaal. Is de Nederlandse fiscus soms ietsje te dynamisch? Verandert er te veel in te korte tijd? Neem de majeure digitaliseringoperatie waarbij de fiscus het initiatief nam tot grootschalige inzet van ICT. Het doel is uiteraard vermindering van de administratieve lasten, één van de stokpaardjes van zowel kabinet als bedrijfsleven. Voor de consument geldt als argument vooral gebruiksgemak bij een klus die niet iedereen even leuk vindt.
Twan Schoenmakers is directeur van de Besgroep in Malden en Groesbeek. Ook was hij bestuurslid van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs met kennis van zaken op het snijvlak van fiscus en automatisering. “In de afgelopen vijftien jaar liep de fiscus steevast achter de ontwikkelingen aan. De diskette kwam toen er snellere modems waren, aangiften konden via ISDN toen we al over kabel en ADSL beschikten, maar nu heeft onder politieke druk de Belastingdienst een grote stap vooruit gezet.”
De golfen gingen hoog nadat de Belastingtelefoon het aantal gesprekken in februari en maart dit jaar niet meer aankon. Staatssecretaris Joop Wijn ging diep door het stof en beloofde beterschap. Nu is het ook ergerlijk wanneer je programmaatje niet draait op een Mac of zo’n Linux-machine, maar hebben bedrijven daar nu echt last van? Het College Belastingadviseurs opende om de verwachte tsunami aan klachten op te vangen een website onder het kinderachtige webadres: kikadewado.nl. Dit omdat Wijn in 2004 de uitspraak deed een ‘kind kan de was doen’. Tsja.
Medio maart is te lezen dat van het aantal klachten zeventig procent afkomstig is van ondernemers die hun aangifte zelf doen. “Het ziet er echter naar uit dat het aantal aangevers dat met onoverkomelijke fouten kampt niet groot is. Twintig procent van de meldingen is terug te voeren op onwennigheid, daaronder begrepen het niet lezen van de beschikbare informatie”, schrijft het meldpunt.
Wie bedenkt dat van de acht miljoen aangiften begin maart de helft binnen was en 69 procent (2,6 miljoen) via Internet binnenkwam, 0,7 miljoen op diskette en slechts een half miljoen op papier, kan niet anders dan concluderen dat de digitaliseringslag die de fiscus maakte een doorslaand succes is. Dat er bij zulke aantallen mensen gaan bellen is all in the game. Op piekdagen gaat bij de Belastingdienst de telefoon zo’n zestigduizend tot zeventigduizend keer over.
Het zijn dus vooral de fiscale zelfdoeners onder de ondernemers die problemen ondervinden en particulieren. De software met het aangifteprogramma 2004 van de Belastingdienst is sober, maar werkt naar behoren. Wie als particulier of bedrijf meer wil, kan onder andere terecht bij Elsevier en Kluwer en een handvol specialisten die zorgen voor een naadloze integratie tussen boekhouding en fiscaal papierwerk.
In de praktijk valt dat bar tegen. Schoenmakers: “Doordat boekhoudsystemen niet aansluiten op de eisen van de fiscus, ontstaat er voor consultants en intermediairs veel dubbel werk. Het grootste probleem is dat de aangiften niet in de administratieve workflow van de bedrijven passen, terwijl die gegevens wel moeten passen binnen het stramien dat de fiscus oplegt. Bijlagen in de vorm van pdf, zoals bij onze zuiderburen wel mogelijk is, zijn hier verboden.”
Het was Staatssecretaris Willem Vermeend die in 1998 de basis legde voor een verdere digitaliseringslag met de notitie ‘Belastingen in een wereld zonder afstand’. Vanaf begin jaren negentig draaide bij de fiscus het geautomatiseerde Inkomsten Belasting Systeem. In 2003 naderde dit systeem het eind van zijn levensduur en stapten de rijkskassiers over op het Aanslag Belastingen Systemen dat naast de inkomstenbelasting ook de vennootschapsbelasting ondersteunt. Waar de automatiseerders vooral vanaf wilden was de wildgroei aan applicaties. In 2003 werden er 55 bij het grofvuil gezet, van 57 andere moesten nut en noodzaak opnieuw worden aangetoond. Ook de website van de fiscus werd gevonden. In 2004 steeg het aantal bezoeken ten opzichte van 2003 van jaarlijks vijf miljoen naar acht miljoen. Het aantal downloads van het biljet inkomstenbelasting nam toe van 700.000 in 2003 tot 2,3 miljoen vorig jaar.
Twan Schoenmakers vindt dat de Belastingdienst de eerste horde weliswaar te snel, maar ook stijlvol genomen heeft. “De echte praktijktest komt de komende maanden nu de eerste miljoenen aangiften binnen zijn. Raken de systemen niet verstopt? Hoe zit het met uitzonderingen op de regels? Hoe reageren individuele inspecteurs als ze in hun document niet direct de cijfers vinden die ze zoeken? De Belastingdienst heeft altijd geroepen dat hun systemen volop getest zijn. Een onmogelijkheid uiteraard. Het enge is dat de enige werkelijke praktijktest nu aan de gang is.”
Of het nu gaat om urinebelasting, vettaks, of de negentiende penning; niemand betaalt graag. Meer mensen aan de belastingtelefoon was geen slecht idee geweest, maar zolang niemand grote gaten in de beveiliging schiet, de directie geen buitensporige bonussen incasseert en de belastingingenieurs hun servers in de lucht houden, valt er veel te mopperen en weinig te klagen. Sterker nog: voorlopig kan de vlag in top.
Leon van Velzen
[Publicatie: C Sharp, juni 2005]
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|