|
|
Het geluid van papier
Aan de buitenmuren is te zien dat de Reisholz papierfabriek in Düsseldorf al heel wat jaren meegaat, honderd om precies te zijn. Krantenpapier zoals direct na de Tweede Wereldoorlog om de geallieerde boodschap onder de Duitse bevolking te verspreiden, komt al lang niet meer van een van de twee papiermachines, papier voor tijdschriften des te meer.
Stora Enso, qua productiecapaciteit de grootste papierfabrikant ter wereld, maakt serieus werk van zijn ambitie om uitgevers en drukkers een breed assortiment papier te bieden dat zij nodig hebben voor de productie van kranten, tijdschriften en reclamedrukwerk. In 2004 werd het startsein gegeven voor een ingrijpende herstructurering van het assortiment én van het machinepark waar de verschillende papiersoorten op worden geproduceerd. Bij de operatie zijn vijftien fabrieken in vijf landen met in totaal 43 papiermachines betrokken. Wanneer het project is afgerond, is er één compleet nieuwe papiermachine gebouwd, zijn er zeven gesloten en twintig gemoderniseerd.
Stora Enso presenteert het aanbod voor rotatiedruk onder de naam Press Selection. Deze Press Selection wordt nu vernieuwd. Een voorbeeld daarvan is InnoPress, een nieuwe papiersoort die zich volgens sales & marketing manager van Reisholz Andrew Kelly prima leent voor toepassing in de uitgeverij. “Het is ‘light weight uncoated’ (ongestreken) papier, maar heeft praktisch gezien de eigenschappen van ‘light weight coated’ (gestreken) papier.” (Zie kader) Vorig jaar werd onder meer ook NovaPress, bekend als het gaat om hoogglanzend tijdschriftenpapier voor glossy vrouwenbladen en woon- en reismagazines, vernieuwd. Begin dit jaar werd SilvaPress, een geheel nieuwe kwaliteit tijdschriftenpapier geproduceerd. Aan het begin van de zomer werd MagniPress Bulky, een hoogwaardige kwaliteit SC-A+ tijdschriftenpapier uitgebracht.
Reisholz is met een omzet van 135 miljoen euro, 450 medewerkers en een jaarlijkse productie van 222.000 ton papier een relatief kleine papierfabriek. De eerste rollen InnoPress, speciaal geschikt voor diepdruk en rotatieoffset, werden in oktober 2004 experimenteel geproduceerd. Het bedrijf heeft een naam op te houden als laboratorium bij het verbeteren van papiersoorten. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de witheid, de opaciteit (mate van doorschijnbaarheid), de mechanische sterkte van het papier en naar de receptuur. “Zoals elke kok moet ik daar geheimzinnig over doen”, zegt Tobias Ziegenbein, verantwoordelijk voor R&D.
Papier is een oeroud product en er is dan ook heel veel over bekend. Toch zijn verbeteringen nog altijd mogelijk door aanpassingen aan de machines, de samenstelling van de pulp, het gebruik van water en de manier waarop het papier uiteindelijk zijn structuur, witheid en glans krijgt. Ziegenbein is vooral bezig om systematisch al die parameters te testen en zo stapje voor stapje vooruit te komen. Omdat het alleen zin heeft de verbeteringen te testen in werkelijke productieomstandigheden, werd een van de twee papiermachines die produceert met een snelheid van zo’n duizend meter per minuut hier deels voor vrijgemaakt. Een dure grap die samen met technische aanpassingen zo´n dertien miljoen euro kostte. Klanten zien volgens Kelly geen verschil tussen de verschillende papiersoorten die in één tijdschrift werden gebruikt. “Je kunt het verschil vooral horen. InnoPress is SC-papier en dat heeft een metalige klank. Lezers van tijdschriften zijn dat geluid niet gewend wanneer ze een pagina omslaan.”
Kelly ziet voor InnoPress vooral een markt voor televisiegidsen en soortgelijke uitgeefproducten en verwacht dit jaar zo´n 40.000 ton van deze papiersoort af te zetten. “Onze belangrijkste klanten zitten in Europa. Hier verkopen we 85 procent van onze productie aan uitgevers en retailers. De rest gaat vooral naar uitgevers in de Verenigde Staten. Een van de belangrijkste voordelen om over te stappen is het lichtere gewicht van het papier. Bij grote oplagen is hier een pittig voordeel op de portikosten te behalen.” Kelly benadrukt dat er meer papierproducenten met deze nieuwe categorie ‘light weight uncoated’ op de markt gaan komen. Dat is nodig ook want geen enkele grote uitgever wil zich beperken tot één leverancier. “Dan ben je veel te kwetsbaar.”
InnoPress sluit aan bij de trend van ‘downgrading’ op de papiermarkt, waarbij goedkopere papiersoorten de uitstraling van duurdere soorten minimaal moet evenaren. Dat er op de portikosten voordelen te behalen zijn, is dan mooi meegenomen. Er is de papierleveranciers tegelijkertijd veel aan gelegen om niet alleen de ‘look’, maar vooral ook de ‘feel’ van het papier te verbeteren. Het lezen van tijdschriften die je per slot van rekening niet alleen met je ogen.
Leon van Velzen
[Publicatie: Media Facts, september 2005]
Hoezo, ongestreken?
De West-Europese markt voor SC-papiersoorten meet rond de 3,3 miljoen ton op jaarbasis. ‘SC’ staat voor ‘supercalandered’, ofwel ongestreken tijdschriftpapier. Naar eigen zeggen is Stora Enso de tweede grootste SC-producent in de wereld. Het bedrijf beschikt over een totale productiecapaciteit in Europa en de Verenigde Staten van 1,6 miljoen ton per jaar. Er zijn drie verschillende SC-soorten: SC-B, SC-A en SC-A+. Het verschil tussen SC-B en SC-A zit hem in de glans en gladheid van het papier. SC-A+ is witter dan SC-A. SC-papier wordt vooral gebruikt voor tijdschriften met hogere oplagen, zoals Libelle, Veronica Gids, Televizier en de Kampioen. Andere grootverbruikers zijn de makers van kruideniersbrochures en bijvoorbeeld catalogi. InnoPress, het nieuwe product van Stora Enso, lanceert een nieuwe papiercategorie: ‘LWU – light weight uncoated’. Het gaat hier technisch gezien om een superwitte SC-kwaliteit met de uitstraling en eigenschappen van LWC. InnoPress is een voordeliger alternatief voor LWC en witter dan standaard LWC. Andere leveranciers zoals UPM komen met soortgelijke verbeteringen. Dat moet ook wel want geen enkele grote uitgever wil afhankelijk zijn van één papierboer.
Oorlog in het bos
Papier is geen impulsaankoop. Integendeel, het is een zaak van lange adem. Lastig wordt het voor uitgevers wanneer er langere tijd productie uitvalt. In Finland leidden arbeidsconflicten over verschuiving van werktijden en het uitbesteden van activiteiten tot langdurige stakingen. Ook in Canada was het onrustig. De prijzen voor papier zijn in de Verenigde Staten en het Verre Oosten stevig aan het stijgen. Dat zorgt voor extra zuigkracht, waardoor de papiermarkt in Europa nog krapper wordt. Begin dit jaar richtte Greenpeace zijn pijlen op de houtkap, nodig voor de productie van pulp, in het hoge noorden van Finland. De organisatie vroeg auteurs zoals J.K. Rowling, Günter Grass en Isabel Allende alleen boeken te laten drukken op ‘bosvriendelijk papier’ - een nogal dubieuze term. De hout- en papierfabrieken zouden in oerbossen kappen. Er ontspon zich een gevecht (bijna letterlijk) tussen het staatsbosbedrijf Mesähallitus, de lokale Sami - vroeger aangeduid als Lappen - en Greenpeace. “De discussie in ‘Upper Lapland’ gaat niet om oerbossen, maar om het vinden van de juiste balans tussen het hoeden van rendieren en bosbouw. Het is een sociaal-economische kwestie en heeft niets met oerbossen of biodiversiteit te maken”, zegt papierdeskundige Dick Gaasbeek. Eind juni werd de vrede voorlopig getekend met een verklaring van Mesähallitus dat er 100.000 hectare bos niet langer gebruikt zal worden. Dit weer tot woede van vooral kleinere boseigenaren en anderen die claimen dat er bijzonder zorgvuldig aan duurzame bosbouw wordt gedaan.
|
Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 | Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
|