Nietje!

 

  

Omhoog

 

Waar blijft dat nietje?

What’s in a nietje? De tabloid als panacee voor alle uitgeefproblemen is aan een onstuitbare opmars bezig. Maar wat moet de lezer op zaterdag met dat vormloze pak papier waarin allerlei katernen door elkaar rommelen. Is dat een krant? Die vraag werd tijdens Ifra medio oktober te Leipzig met enige regelmaat gesteld.

Klein nieuws op het eerste gezicht, het persbericht van het Algemeen Dagblad. “Het AD dat in september met een aantal regionale kranten fuseerde, gaat de opzet van de krant wijzigen. De drie elementen van het dagblad - binnen- en buitenland, regionaal nieuws en sportwereld - krijgen voortaan alle een eigen nietje, waardoor de krant makkelijker uit elkaar is te trekken.”

Uitgevers worstelen met het compacte formaat, zo bleek ook tijdens Ifra. De zoektocht naar een uitgebalanceerde berichtgeving en vormgeving is volop aan de gang, maar ook aan de kant van de druktechniek zijn verbeteringen noodzakelijk. Specialisten uit 74 landen praatten in de veel te grote tentoonstellingshallen in Leipzig vooral over closed loop systemen bij krantendruk en klassiekers zoals meer automatisering en een grotere flexibiliteit en productiviteit van de pers. Over gereedschap voor een vloeiende redactie- en productiestroom en uiteraard over de krantenformaten die als ei van Columbus aan alle problemen in de krantenwereld een eind zouden moeten maken.

Tijdens Ifra was enige scepsis te bespeuren over de vlucht naar voren van vrijwel alle Nederlandse krantenuitgevers die wat formaat betreft ‘denk klein’ tot leidend motto lijken te verheffen. Er is begrip voor de benarde financiële positie, over de dalende oplages, de stagnatie van nieuwe abonnees, maar waarom allemaal achter dat tabloid-formaat aanhollen?

Pimp my paper is meer dan de switch naar het compacte formaat. Een prachtig alternatief als het Berliner formaat, met veel meer journalistieke mogelijkheden, vormkansen en toch behoorlijk compact is niet in beeld. Logisch voor wie de drukpersfomaten in Nederland kent, maar het ging toch om productvernieuwing, om meer - ook jonge - lezers aan de krant te binden, om innovatie?

De majeure operatie van Wegener en PCM met het AD dwingt bewondering af evengoed als verwondering. Wie op zaterdag het dikke pak papier in de bus krijgt, met daarin zes tot zeven al dan niet van een nietje voorziene katernen moet eerst aan het werk. Kan je een krant die door de lezer eerst uit elkaar moeten worden gehaald en vervolgens vergaard een vorm van vooruitgang noemen?

Is een losse verzameling pagina’s een krant? Bij Trouw bestaat de krant meestal uit twee delen: de dagkrant en het katern De Verdieping. Dit katern is geniet en daardoor gemakkelijk uit de krant te halen. Anders ligt dat bij de AD-uitgaven, waarbij alle katernen (sommige wel, ander niet geniet) in elkaar in de krant liggen. De eerste klus van de krantenabonnee op zaterdagochtend is dan ook het grafisch afwerken van de vellen papier tot een complete krant. Een simpele, maar tijdrovende oplossing is dit door de bezorgers te laten doen voordat ze op pad gaan, of te investeren in nabewerkingmachines die wel uit de voeten kunnen met opgelegde katernen.

Nico van der Veer, directeur van Veer Postpress Solutions te Soest, is tijdens Ifra te vinden op de ruime Ferag-stand. Als specialist nabewerken kent hij alle Nederlandse krantenpersen op zijn duimpje. Van der Veer benadert het probleem van de niet-afgewerkte tabloids behoedzaam.

“Ik vraag me af hoeveel lezers werkelijk problemen hebben met het gegeven dat ze de krant zelf in elkaar moeten zetten. Anders ligt dat bij de indeling en opmaak van sommige tabloids. Je ziet dat uitgevers nog zoeken naar de juiste vorm en het juiste ritme. Daardoor kunnen lezers de informatie die ze zoeken niet snel vinden.”

Van der Veer vindt wel dat de uitgevers zich bij de overstap op tabloid meer rekenschap hadden kunnen geven hoe hun product uiteindelijk bij de lezers in de bus valt. “Ferag bijvoorbeeld leeft van machines die opgelegde katernen produceren. Technisch is het dan ook geen enkel probleem om tabloids met opgelegde in plaats van ingestoken katernen te maken. Je moet daar dan wel voor kiezen.”

De werkelijke vraag is volgens Van der Veer of je achter de huidige persen dergelijke investeringen wilt en ook kunt doen. “De overstap op tabloid is voor een groot deel ingegeven door de noodzaak om kosten te besparen. Het ligt niet voor de hand om in een teruglopende markt te gaan investeren.”

Van der Veer ziet voorbeelden om zich heen hoe het ook kan. Drukkerij Dijkman in Amsterdam bijvoorbeeld drukt op een krantenpers van KBA een magazine voor het Financieele Dagblad en snijdt deze schoon. Een vernieuwing van niets lijkt het, maar het product ziet er veel gelikter uit. “Uitgevers willen hun producten wel vernieuwen, maar de financiële middelen om dat werkelijk te doen ontbreken helaas op dit moment.”

Man Roland en KBA zetten als Duitse persenbouwers in hun eigen achtertuin de toon. Man Roland claimt mondiaal marktleiderschap en zegt dat via hun drukpersen vierhonderd miljoen lezers in 75 landen elke dag de krant op de deurmat krijgen. De nieuwe Colorman 4-1 met negen satellieten is het antwoord van deze producent op de stijgende vraag naar full colour kranten in kleinere formaten.

Klant van het eerste uur is de Verlagsgruppe Passau, vooral actief in het oosten van Europa, die de eerste pers installeert in het Poolse Katowice. De tweede launching customer is Fabripress, de drukker van dagblad El Mundo in Spanje die in de buurt van Madrid een nieuwe drukfabriek neerzet.

Closed loop en no marks moeten de drukkwaliteit van de kranten verhogen. De terugkoppeling van kleurdensiteit is via densitometers of camera’s op een pers met vier torens nog wel te doen, maar wordt gecompliceerder als het om honderden drukplaten met een veelvoud aan inktzones gaat. Volgens Man Roland vindt zeventig procent van alle ingrepen tijdens het drukken plaats via de inktsleutels. Dat percentage moet absoluut omlaag. Bovendien willen uitgevers wel eens af van die ontsierende merk- en vouwtekens die drukkers nodig hebben. No marks heeft dan ook de toekomst.

Marketingdirecteur van KBA Klaus Schmidt vindt dat de discussies over ‘closed loop’ zo langzamerhand de vorm van een hype aannemen. “De krantenwereld zet langzaam stappen vooruit. Dat kan ook niet anders gezien de kapitaalsinvesteringen die ermee gemoeid zijn. Vanzelfsprekend wil een drukker alle parameters van het drukproces beheersen, maar dat gaat niet van vandaag op morgen.”

Waterloos drukken is dan een stap in de goede richting, vindt Schmidt die na de introductie vijf jaar geleden van de eerste waterloze Cortina-drukpers tot zijn leedwezen constateerde dat er nog geen enkele andere persenbouwer dit technisch avontuur aandurfde, waardoor de markt evenmin beweegt. Tot op heden zijn Dijkman en Rodi Rotatiedruk de enige drukkers in Nederland met een waterloze KBA Cortina.

KBA kondigde naast de succesvolle Commander 6/2 een Commander 4/1 aan. Deze krantendrukpers telt ook al negen satellieten en kan acht broadsheet pagina’s per druktoren verwerken. Een typisch werktuigbouwkundige verbetering is het NipTronic-systeem van KBA. Ruw samengevat: een nieuw lager, individueel aangedreven met servomotoren die snelle cilinderwisselingen mogelijk maakt.

Los van alle technische rimram blijft de vraag in hoeverre uitgevers daadwerkelijk willen investeren in heavy metal, noodzakelijk voor de vernieuwing van hun kranten. De keuze voor een drukpers en afwerkmogelijkheden bepalen in hoge mate de eigenschappen van een product. Met alle aandacht voor redactionele verandering en vormtechnische verbeteringen lijkt druk- en afwerktechniek niet die aandacht te krijgen die zou moeten. Tijdens Ifra 2006 in Amsterdam nieuwe kansen?

Leon van Velzen

 [Media Facts, december 2005]

In de digitale tweewelijkse Media ICT Facts Nieuwsbrief verscheen meer softwarenieuws van Ifra over onder andere Q.I. Press Controls uit Oosterhout, de marktpositie van CTP-leverancier Agfa, de restyling van Quark, de webeditors van Woodwing en Softcare voor Adobe’s InCopy en het contentmanagement-systeem van Escenic waarmee zowel NDC Holding als Koninklijke Wegener alle soorten digitale informatie voor het web geschikt gemaakt maken. Ook de website van Trouw van PCM wordt inmiddels door Escenic-software aangedreven.

 

Kranten printen blijft behelpen

Krantenuitgevers lopen voor het alternatief om kranten te printen nog niet warm. Na Océ, Xerox en Xeikon meldde Kodak zich tijdens Ifra aan dit tot op heden weinig succesvolle front. In kleur nog wel, met de Kodak Versamark, de hogesnelheidsprinter met inkjettechniek aan boord. Naast Kodak timmerde tijdens Ifra ook Océ aan de weg met actuele, monochrome kranten die wel op de beurs zelf werden geprint. De full colour kranten werden op de Versamark geproduceerd door Digitaldruck Bayerlein, gevestigd in Neusäss, Duitsland. Kodak Versamark claimt dat de kranten rendabel in full colour gedrukt kunnen worden op standaard krantenpapier met baansnelheden tot 150 meter per minuut. Het systeem kan per uur meer dan duizend veertig-pagina kranten in kleur produceren tegen kosten die vergelijkbaar zouden zijn met die van zwart/wit laserprinten, zegt Kodak. Daarnaast is een in-line afwerkingsysteem in ontwikkeling waarmee een gevouwen broadsheet of tabloid met meerdere katerns gemaakt kan worden. Dat systeem mag er dan wel snel komen, want in tegenstelling tot de geprinte kranten van Océ ziet de Kodak-krant er niet uit. Fletse kleuren, een extreem grote bladspiegel en – net als het euvel waar de Nederlandse tabloids aan lijden – ingestoken vellen papier, terwijl er op een printer toch zoveel meer mogelijk is.

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.