India

 

  

Omhoog


  Geld verdienen in India


     HDC Media experimenteert met outsourcing.
‘Een bedrijf in India’ doet een deel van de technische bewerking van de advertenties. Hoe kijken Indiase softwarebouwers aan tegen die Westerse uitgevers? “Outsourcing is fantastisch, maar niet goedkoop.”

Outsouring als panacee voor stijgende kosten? Volgens Hars Kaul, verantwoordelijk voor business development bij de Indiase softwarebouwer RMSI is die beweegreden onvoldoende. “Outsourcing is fantastisch, maar niet goedkoop. Beide partijen moeten bereid zijn te investeren in geld, mensen, geduld en vertrouwen. Als je dat doet, kun je als uitgever niet alleen geld besparen, maar ook verdienen.” Kaul is bezig met een korte tournee door Europa en doet ook Amsterdam aan. Hij werkt voor RMSI, een naar Indiase maatstaven gemeten klein softwarebedrijf met elfhonderd medewerkers. Het bedrijf is gevestigd in Noida, een stad waar drie miljoen mensen wonen. Bij RMSI werken net afgestudeerde ingenieurs en softwarespecialisten die rechtstreeks van de dichtbij gelegen technische universiteiten van New Delhi komen.

Eén van de eerste uitgeverijen die activiteiten naar India overbracht was Macmillan. Deze Engelse uitgever was er in 1977 vroeg bij. Volgens het onderzoeksrapport Offshoring in the Publishing Vertical van september 2005 zijn de belangrijkste redactionele terreinen waarop uitgevers werk naar India overhevelen te vinden in de wetenschappelijke, technische en medische hoek. Volgens het rapport nemen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het grootste deel voor hun rekening. Alle toonaangevende uitgeverijen die op deze terreinen in de Engelse taal publiceren hebben redacties in India, zoals Elsevier, VNU, Tayler and Francis, Wolters Kluwer en Springer. Naar schatting bedraagt de totale omzet van de Indiase activiteiten voor niet-Indiase uitgeverijen circa tweehonderd miljoen dollar. Wereldwijd schat het rapport de markt voor outsourcing van publishing activiteiten op ruwweg 8,1 miljard dollar.

 Volgens een ander onderzoek, het EPS Report on outsourcing and offshoring for publishers is negentig porcent van de uitgevers die ervaring hebben met outsourcing tevreden over de resultaten, een derde is zelfs zeer tevreden. Dat meldt de Confederation of British Industry die eraan toevoegt dat de belangrijkste redenen voor uitgevers om tot outsourcing over te gaan het terugbrengen van kosten zijn, het vergroten van de eigen doelmatigheid, het ontwikkelen van nieuwe activiteiten in de buurt van nieuwe lezersgroepen, de concentratie op de kernactiviteiten en het vergroten van de inkomstenstroom.

Christopher Cartwright van Wolters Kluwer haalt in Business Week (30 januari 2006) herinneringen op aan de eerste projecten die deze uitgever in India op stapel zette. Om niets uit de hand te laten lopen, schreven Cartwright en zijn mensen alle projectdetails tot op de komma uit. Het gevolg was dat de Indiase ingenieurs ook exact het gevraagde gingen bouwen, zelfs al ze inzagen dat ze niet op het goede pad zaten. De les voor Cartwright was dat bij het ontwikkelen van nieuwe software de mensen in India voldoende ruimte moeten hebben om met hun eigen ontwerpideeën te komen.

 Wolters Kluwer vindt het lastig uit te rekenen hoeveel kosten er bespaard zijn door activiteiten naar India over te brengen, omdat een groot deel van de nieuwe output geen papieren, maar webpagina’s zijn. Wel hebben ze meer producten op de markt kunnen brengen die zonder de Indiase inbreng te duur waren geweest, zegt Daniel Focazio, verantwoordelijk voor de outsourcing van IT bij Wolters Kluwer in de Verenigde Staten. Vier jaar geleden startte Wolters Kluwer met delen van de IT-activiteiten naar India over te brengen. Nu werken er voor het bedrijf alleen voor softwareontwikkeling volgens Focazio tussen vierhonderd en zeshonderd Indiase ingenieurs. Hoewel de uitgever nog nooit zoveel aan IT deed als afgelopen jaar, zijn de kosten per medewerker met vijftien procent gedaald.

De ervaringen stroken met de opvatting van Hars Kaul. “Wij bouwen horizontale softwareoplossingen. Dat zijn geen standaardoplossingen uit de doos, maar complexe software, waar relatief grote projectteams aan werken. Als je wilt outsourcen ben je er niet met een nauwkeurige omschrijving van je project. De doelen en specificaties moeten bekend zijn, maar belangrijker is dat je elkaar vertrouwt en elkaars taal spreekt. Daarom werken we bij de grotere projecten volgens het ‘hybride model’. We detacheren altijd een paar van onze medewerkers bij de opdrachtgever. Dat versnelt en verbetert de communicatie drastisch.”

Kaul wil geen details geven over opdrachten die hij voor uitgeverijen uitvoerde. Wel wil hij kwijt dat zijn bedrijf voor een Zweedse krant een webbased contentmanagementsysteem bouwde, waardoor alle 22 edities via hetzelfde platform geproduceerd konden worden. Voor een tijdschriftuitgever scande RMSI alle oude hard copy uitgaven, haalde ze door OCR-software en zorgde voor indexering van de artikelen. “Een groot deel van deze opdracht konden we automatiseren, maar uiteindelijk hebben lezers en lezeressen uit India alle artikelen doorgevlooid en met de hand de fouten eruit gehaald. Daardoor zijn we in staat geweest de bestanden voor 99,95 procent foutloos aan te leveren. Er gaat niets boven het menselijk oog.”

Hoewel zijn bedrijf als softwarebouwer geen redactionele diensten verricht, kent Kaul voldoende bedrijven die geïnteresseerd zijn om de opmaak en prepress van tijdschriften over te nemen. “De gereedschappen daarvoor zijn bekend en afstand is geen issue. Ik vermoed dat ook dit deel van de redactionele activiteiten voor een deel naar India zal worden overgeheveld.” Kaul denkt niet dat zijn Chinese collega’s op het vinkentouw zitten om deze vorm van outsourcing naar zich toe te trekken. “We hebben het over projecten, waarbij de taal erg belangrijk is. Wat dat betreft heeft India nu veel aan zijn koloniale verleden te danken. Niet alleen bij ziekenhuizen, verzekeringsmaatschappijen en banken speelt dat een rol, bij uitgeverijen is taal doorslaggevend. Bedrijven die activiteiten naar China brengen, houden zich dan ook meestal bezig met de productie van fysieke goederen, zoals mobiele telefoons of televisietoestellen.” Zo er concurrentie zou ontstaan ziet Kaul die eerder komen van de landen uit Oost-Europa, waar de mensen redelijk tot goed zijn opgeleid, de Europese cultuur begrijpen en het niveau van de salarissen onder dat van West-Europa ligt.

Voor uitgevers die van plan zijn delen van hun automatisering, opmaak of prepress naar India over te hevelen heeft Kaul een welgemeend advies in petto. “Doe je huiswerk en neem de tijd om op zoek te gaan naar de partner die bij je past. Nederlanders hebben de neiging lang na te denken voor ze een besluit nemen en als het dan zover is, gaan ze direct los. Dat is bij het outsourcen van je activiteiten geen slechte aanpak.”

Leon van Velzen

(Publicatie: Media Facts, april 2006)
 

“Een natuurlijke uitbreiding”
 

Aditya Agrawal is general manager van RMSI. Tijdens Ifra in november 2005 te Leipzig hengelde hij naar mogelijke belangstelling van Europese uitgevers om een deel van hun IT-activiteiten bij zijn Indiase onderneming uit te besteden. Dat klinkt niet logisch voor een bedrijf dat een uitstekende naam heeft op te houden op het gebied van remote sensing en geodetische diensten.
“Wellicht is dat zo. De afgelopen drie jaar actualiseerden we in onze databases voor klanten twee miljoen straten. We simuleren de gevaren van landverschuivingen bij hevige regenval met computermodellen. Ook simuleerden we zeer gedetailleerd de impact van de bomaanslag in Oklahoma op gebouwen en de infrastructuur van deze stad. Tegelijkertijd zijn we sterk in het omzetten van data voor verschillende toepassingen en bouwen we software waarmee ziekenhuizen, banken en verzekeringsmaatschappijen risico’s analyseren en hun werkprocessen stroomlijnen. Daar mag niets mis mee gaan. Activiteiten voor uitgeverijen zijn voor ons dan ook een natuurlijk uitbreiding van de dingen die we al doen.”

 

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.