Metastandaard

 

  

Omhoog


    “Eén standaard in de uitgeverij is een illusie”

 Uitgevers moeten doelmatiger gaan werken om concurrerend te blijven. Standaarden zijn bij het automatiseren onontbeerlijk. Maar welke standaarden dan? En hoeveel? De ingewikkelde relaties tussen alle partijen die elk op hun eigen eiland vertoeven, zorgen voor een automatiseringsparadox. “Het creatieve proces is niet eenvoudig in het gareel te krijgen”, zegt Peter Camps, oprichter van Enfocus en Gradual Software.

De weg van creatief idee naar drukwerk of webpagina is lang en omvat nog veel handmatig werk. Orders gaan zonder veel informatie ‘over de muur’ die de verschillende partijen in de workflow scheidt. Administratieve gegevens worden ingevoerd en heringevoerd; binnenkomende digitale bestanden worden met de hand gesorteerd alsof het om de dagelijkse postbestelling gaat.

Peter Camps: “We hebben leren leven met deze situatie, maar dat is niet langer aanvaardbaar. Het creatieve proces in de uitgeverij dreigt het voornaamste knelpunt te worden in de workflow.” Hoe verhogen we de productiviteit van de creatieve pre-media workflows? Automatisering van routinetaken is het logische antwoord, vindt Camps. Bij nogal wat uitgeverijen gaat een order door vele handen en zijn er veel verschillende bedrijven of afdelingen bij betrokken. Een geautomatiseerde workflow maakt afspraken voor informatie-uitwisseling noodzakelijk tussen de samenwerkende partijen.

  “Hier raken we een fundamentele paradox”, zegt Camps. “Neem een typisch ecosysteem in de uitgeverijwereld. We gebruiken de term ‘eiland’ voor de verschillende onderdelen van dit ecosysteem, zoals auteurs, copywriters, creatieve bureaus, freelance ontwerpers, uitgevers, brand owners en drukkerijen. Logischerwijze zijn de grotere eilanden in het ecosysteem al bezig met hun eigen automatisering. Drukkerijen bijvoorbeeld werken met systemen voor de productieworkflow en uitgevers gebruiken systemen voor asset management en redactionele samenwerking. De meeste van dergelijke systemen kunnen worden gekarakteriseerd als monolithisch en centrisch, dat wil zeggen dat ze gekocht worden bij één leverancier, functies omvatten die beantwoorden aan de specifieke automatiseringsbehoeften van het eiland en een overzicht bieden gecentraliseerd rond die behoeften. Met andere woorden: deze systemen zijn helemaal gericht op de automatisering binnen één enkel eiland. Een webinterface - die gebruikers in andere eilanden interactie met het systeem biedt - lijkt de centrische en monolithische aard van het systeem eerder te bevestigen dan tegen te spreken.”

 Automatisering over de eilanden heen is fantastisch, omdat het een enorme stimulans is voor de productiviteit van elk eiland afzonderlijk? “Maar dan moeten we ervoor zorgen dat in de vele en complexe relaties tussen al die verschillende eilanden onderling informatie is uit te wisselen zodat we de workflow tussen de eilanden kunnen optimaliseren. Dit leidt tot de automatiseringsparadox. Totale automatisering van de pre-media pijplijn vereist ondubbelzinnige conventies voor data-uitwisseling bij elke interactie onderweg. Maar dat lijkt onmogelijk gezien de complexiteit van het relatienetwerk. Want de onderlinge relaties zijn zo verschillend vanuit elk standpunt en elk automatiseringseiland heeft zijn eigen, leveranciersspecifieke systeem geïmplementeerd.”

 Is één allesomvattende standaard voor alle informatie-uitwisseling binnen het ecosysteem dan niet de oplossing? “Dat klinkt mij niet best in de oren. Het realiseren van een geautomatiseerde workflow eist een gestructureerde data-uitwisseling tussen de verschillende samenwerkende partijen. De industrie heeft een redelijke mate van overeenstemming bereikt wat betreft de mechanismen voor het transporteren van de daadwerkelijke content. Tussen PDF voor paginageoriënteerde documenten en XML voor webgerichte content lijken we alles onder controle te hebben - nu althans.

 Naast de inhoudelijke informatie hebben we ook mechanismen nodig voor het transporteren van beschrijvende informatie van een job. Zulke beschrijvende informatie wordt gewoonlijk metadata genoemd. Ze wordt gebruikt om geautomatiseerde processen verderop in de keten te informeren over bepaalde kenmerken van de order en over de vroegere en toekomstige omgeving ervan. Om zinvol te kunnen functioneren in een automatiseringscontext moet metadata elektronisch, in een gestructureerd formaat en met een hoog kwaliteitsniveau worden aangeleverd. Overigens: als het gaat om het nemen van geautomatiseerde beslissingen op basis van metadatavelden, is geen informatie beter dan foutieve informatie.”

En metadatastandaarden daar zijn er nogal wat van. Er is sprake van een overdaad aan standaarden, waaronder XMP (www.adobe.com/products/xmp), EXIF (www.exif.org) en veel XML-gebaseerde metadatastandaarden zoals NewsML, AdsML, PRISM, ebXML, en JDF. JDF (www.job-definition-format.org) is het modewoord geworden en raakt feitelijk ingeburgerd in de drukwerkproductie - dankzij de geautomatiseerde interactie tussen systemen, soms zelfs van verschillende leveranciers. JDF wordt meestal in het laatste stadium van de prepress gebruikt - bijvoorbeeld voor de aansturing van impositie en trapping - en in de drukkerij en afwerking.

   Camps: “Het is interessant te constateren dat JDF is voorgesteld als de
allesomvattende job ticket standaard die al onze problemen zal oplossen. Het idee is de creatie van een gedetailleerde beschrijving van een order - en van de creatieve en productieprocessen ervan, tot aan de uiteindelijke levering - zelfs voordat aan de order wordt begonnen. Zodoende kan de creatieve inhoud van de order in elke stap in het productieproces worden gematcht met de specificaties, te beginnen met de blanco pagina. Dit is een sterk concept en in sommige zeer gestructureerde omgevingen kan het heel goed de doorbraak zijn waar we naar op zoek zijn. Adobe heeft de eerste stap gezet op dit gebied met de JDF-mogelijkheden in Acrobat 7 en meer recent heeft ook Quark de poort geopend met zijn JDF-support in QuarkXPress 7. Hoewel dit veelbelovend is, betwijfel ik of deze initiatieven op korte termijn al voor wezenlijke veranderingen zullen zorgen.” 

Want? “Een belangrijk probleem waarmee JDF te kampen heeft is de brede scope en complexiteit ervan. Het volledig ondersteunen van de specificatie is zelfs voor grotere leveranciers nagenoeg onmogelijk, wat resulteert in gesegmenteerde en soms niet-compatibele implementaties. Het uitwerken van welke velden of subsets moeten worden gebruikt is werk voor experts, maar dan nog is het creatieve proces niet eenvoudig in het gareel te krijgen.

    Minstens zo belangrijk is dat JDF geenszins allesomvattend is.
Assetmanagement-systemen berusten meestal op EXIF en XMP voor de verwerking van copyrightinformatie en andere zakelijke gegevens. IPTC-metadata bijvoorbeeld voor persfoto’s (www.iptc.org/IPTC4XMP) worden opgeslagen in het beeldbestand als binaire tags of als XMP – niet als JDF. De standaarden voor het vastleggen van business logica met betrekking tot nieuwsartikelen (www.newsml.org) en advertenties (www.adsml.org) zijn gebaseerd op gewone XML – niet op JDF.

 Een goed voorbeeld dat beide punten prima illustreert is het recente ad-ticket initiatief in België. Medibel+ (www.medibelplus.be) is de branchevereniging van reclamebedrijven, waaronder bureaus, mediacentra en uitgevers. Gefrustreerd door de complexiteit van de bestaande standaarden legde de vereniging een mechanisme vast dat een basisset van advertentie-metadata (25 velden) vastlegt in een PDF-bestand, gebaseerd op XMP. Deze specificatie is ook overgenomen door de subcommissie job ticketing van de Ghent PDF Workgroup (www.gwg.org), zodat ook het aanbieden ervan aan brancheverenigingen in andere landen mogelijk is.

 Deze pragmatische ad-ticket specificatie wordt nu in heel België verspreid, met behulp van eenvoudig gereedschap voor het bewerken van de metadatavelden, (waaronder ook het File Info venster in Adobe’s Creative Suite). Dankzij het implementatiegemak verwacht Medibel+ een hoge acceptatiegraad. En hoewel het wellicht niet elke situatie in de branche dekt, zal het zeker honderden faxen per dag schelen, menselijke fouten elimineren en tegelijkertijd de kosten en frustratie verminderen.”

Dit is slechts een voorbeeld dat aangeeft dat de wereld niet geregeerd gaat worden door één metadatastandaard, zegt Camps. “Monopolies en keizerrijken zijn hoe dan ook slecht – meestal verstikken ze concurrentie en innovatie. We zullen moeten erkennen dat procesautomatisering mogelijk zal worden door een mengeling van veelomvattende metadatastandaarden zoals JDF, meer bescheiden specificaties zoals Medibel’s XMP-gebaseerde ad-ticket en eenvoudige afspraken tussen een paar individuen of organisaties. Er is hoop. We zullen leren hoe we met deze complexiteit moeten omgaan. De conflicterende partijen voor metadatastandaarden zullen manieren vinden om in vrede naast elkaar te bestaan en samen te werken. De Ghent PDF Workgroup bijvoorbeeld heeft contact gelegd met de organisatie voor AdsML-standaarden om compatibiliteit te garanderen.”

 Leon van Velzen

[Media Facts, april 2007]


   Wie is Peter Camps?

Peter Camps is oprichter en CEO van Gradual Software (www.gradual.com). De Switch software van het bedrijf is ontworpen om de automatiseringsproblemen te helpen oplossen die hier beschreven zijn. Eerder stond Camps in 1993 aan de wieg van Enfocus, een nu wereldwijd opererend bedrijf met zijn wortels in het Belgische Gent. Enfocus levert digitaal automatiseringsgereedschap op basis van PDF.
 

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.