Druk & Print

 

  

Omhoog

 

Over drukken & printen

 De Engelsen hebben het gemakkelijk. Wanneer het gaat om het vermenigvuldigen van informatie op papier spreken ze van printing. In de Nederlandse taal ligt dat genuanceerder. Ruim 5,5 eeuw ging het alleen over drukken, maar sinds vijftien jaar ook over printen, of afdrukken. Ondanks de jonge leeftijd van grafisch printen, heeft deze techniek gigantische stappen vooruit gezet.

 Kan een drukker aan de vraag naar kleine oplagen, meer kleur of gepersonaliseerd drukwerk voldoen met drukinkt, zoals hij al bijna zes eeuwen gewend is, of maakt hij de overstap naar toner? Dus naar afdrukken in plaats van drukken. Drukkers kunnen veel, zo niet alles met inkt. Nog steeds bewaakt een aantal drukkerijen de eigen inktrecepten als een heilige graal. De vraag: ‘drukken of printen’ is net als de vraag ‘inkt of toner’ gemakkelijk te beantwoorden. Beide technieken hebben hun sterke kanten. En beide zijn ze zo verschillend dat ze – in tegenstelling tot de offsettechniek die de boekdruk in korte tijd wegvaagde – nog lang naast elkaar zullen bestaan.

 Het belangrijkste verschil tussen een printer en een drukpers is dat de eerste informatie kan personaliseren tot één afdruk, terwijl dat in klassieke offset - al was het maar om bedrijfseconomische redenen - onmogelijk is. Het gaat bij de vraag ‘inkt of toner’ niet om drukkwaliteit. Met offsetinkten zijn verbazingwekkend goede resultaten te boeken. Tonerdruk - ook in kleur - is bijna net zover en met het oog van de leek zijn beide technieken nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Bovendien hebben marketeers al enige tijd geleden bedacht dat drukwerk dat voor de klant goed genoeg is, voor de drukker zeker voldoende moet zijn.

 Bij printen vormt de snelheid van leveren de kern van de zaak. Afdrukken kunnen binnen twee uur klaar zijn. Dalende oplagen en een groter aantal orders trekken daarbij wel een zware wissel op de grafische organisatie.

 Digitale drukpersen belichten en ‘processen’ de drukplaat op de drukpers zelf. Dat kan een probleem vormen omdat de pers daardoor geruime tijd stil staat. Printers - het woord ‘digitaal’ is bij een printer overbodig - werken met lasers of met inkjet, waarbij deze technieken verder zijn onder te verdelen. Het onderscheid tussen printen van de rol of van een vel is in dit geval belangrijk, net als de vraag naar de snelheid van de printers.

 Voor de grafische markt heeft het Israëlische bedrijf Indigo veel pionierswerk verricht. Nadat Indigo in 1994 zijn E-Print 1000 digitale drukpers met ElectroInk lanceerde, bouwde de onderneming verder aan een breed productenpakket. Indigo maakt nu deel uit van Hewlett Packard. Een andere pionier die de markt voor het printen van kleur voor grafici openbrak, is de Belgische onderneming Xeikon. Xeikon toonde ook op Ipex in 1994 het eerste model van zijn rotatieprinter: de DCP/32D. Canon ontwikkelde een eigen full color printtechniek en wist zijn voor de kantorenmarkt bedoelde printers geschikt te maken voor de veeleisende grafische markt. Canon levert de CLC 1000 full color printer en introduceerde in mei 2000 de CLC 5000. Deze Color Laser Copier print vijftig enkelzijdige A4-pagina’s – aflopend – per minuut.

 Xerox laat zich op de kleurenmarkt ook niet onbetuigd. In februari 2000 kwam het bedrijf met een eigen lijn full color printers die op aflopend A3-papierformaat dubbelzijdig printen in een snelheid van één dubbelzijdige A4-print per seconde en uiteraard in kleur. De codenaam Sfida bleek vervangen te zijn door DocuColor 2060 en DocuColor 2045. Xerox werkte ook hard aan de kleurenversie van de succesvolle zwart/wit DocuTech. Deze draait nu onder de naam iGen3. Ook het Nederlandse bedrijf Océ neemt met zijn hogesnelheidsprinters in zwart/wit en kleur een vooraanstaande positie in.

 Een heel eigen marktsegment vormen de full color breedformaat printers. Deze machines, oorspronkelijk alleen geschikt voor werk in zwart/wit en ontworpen om op tekenkamers technische tekeningen te kopiëren of te printen, drukken digitale beelden in een verbluffende kwaliteit af. Zeefdrukkers zien deze machines een deel van het echte zeefdrukken overnemen. Bij prepressondernemingen en drukkerijen worden ze wel ingezet als proefpers, zodat klanten het resultaat kunnen zien voordat de drukpers gaat lopen.

 Printen met behulp van inkjet techniek wint sterk aan populariteit. Fantastische afbeeldingen op gebouwen en spectaculaire prints op auto’s en vrachtwagens tonen elke dag de groei van deze techniek. Inkjet printen is een verzamelnaam voor een aantal uiteenlopende printtechnieken. Grofweg zijn er vier verschillende technieken te onderscheiden.

 Drop-on-demand is een techniek waarbij de inkt wordt vrijgemaakt door druk uit te oefenen, zodat een druppel inkt in de juiste hoeveelheid op het papier terechtkomt. Bij contintinous ink staat de inkt permanent onder druk en spuit deze een ononderbroken straal inkt. Minimale stroomstootjes onderbreken deze inktstraal waardoor zich beeldpunten vormen. De derde techniek is thermal waarbij een gasbel in de spuitmond wordt gevormd, die weer druk uitoefent, waardoor er inkt op papier terechtkomt. Tot slot is er de solid ink techniek, waarbij blokjes inkt in vaste vorm worden gesmolten en daarna op het papier worden gespoten. Inkt spuit uit de printkop met behulp van twee verschillende technieken. Of de inkt wordt verhit, waardoor deze uit het reservoir spuit, of het spuiten wordt in gang gezet met behulp van een piëzo-keramisch proces, waarbij de inkt naar het papier wordt gedreven.

 Al die persen en printers hebben maar één doel dat sinds de tijd van Gutenberg niet wezenlijk veranderd is: draaien, draaien, draaien. De grafische wereldmarkt groeit nog elk jaar met gemiddeld zo’n drie procent. Niet alle producten lenen zich voor printen. Het productieproces van kranten bijvoorbeeld is zo geoptimaliseerd, dat nieuwkomers over erg goede papieren moeten beschikken, wil deze techniek binnen afzienbare tijd veranderen. Maar toch. Océ drukt in Zwitserland op één van zijn printers een dagelijkse krant. Transport over de weg naar het afgelegen dal zou te veel tijd kosten. Door de krantenpagina’s digitaal te versturen en vervolgens in een oplage van tweehonderd te printen, beschikken de dalbewoners over een dagverse krant.

 Verpakkingsdrukwerk en tijdschriften zullen eveneens nog lang in offset, diepdruk of flexo verschijnen. Familiedrukwerk leent zich bij uitstek voor het personaliseren. Geboortekaartjes en rouwdrukwerk, komen – al dan niet met behulp van voordrukken in offset – uit een printer. Bij de productie van boeken treedt langzaam maar zeker een verschuiving op ten koste van offset. De bulk van boeken zal in offset blijven verschijnen, maar aan de rand van deze markt rommelt het. Grafische bedrijven die traditioneel veel voor boekuitgevers werken – vaak in het 70/100 persensegment – kunnen met book-on-demand nieuwe markten aanboren. Bij book-on-demand gaat het niet om het vervangen van bestaand offsetwerk door printwerk van inferieure kwaliteit, maar om een geheel nieuwe markt. Uitgevers kunnen, wanneer het boek eenmaal in digitale vorm beschikbaar is, op een relatief eenvoudige manier aan testmarketing doen. Boeken hoeven nooit meer uitverkocht te raken. De operator legt een exemplaar op de scanner en een titel kan weer jaren mee.

 Printen gaat verder dan alleen boeken, handleidingen en één-op-één marketingfolders. In de Verenigde Staten heeft het gepersonaliseerd printen van rekeningen en overzichten van banksaldi een hoge vlucht genomen. De gedachte erachter is dat rekeningen die kleureninformatie bevatten sneller betaald zullen worden dan rekeningen in voddig zwart/wit. Printen of drukken, inkt of toner dan wel inkjet? Het zijn alle technieken die binnen een bloeiende grafische industrie tot wasdom konden komen en ons elke dag opnieuw van prachtige producten voorzien.

 Leon van Velzen

 [Grafisch Nieuws / Nouvelles Graphiques, april 2007]

  

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.