Stamtafel

 

  

Omhoog


   Stamtafel van de druktechniek

Voor de eerste keer trok Ifra naar Wenen. Aan de mondiale stamtafel van de uitgeef- en druktechniek voor kranten en tijdschriften spettert het niet van het nieuws. Dat kan ook niet wanneer je elk jaar bij elkaar komt.

Het gaat goed met kranten. Heel goed zelfs. Wanneer ze tenminste gratis of bijna gratis zijn. Neem de jongste uitgave in Spanje. Público verschijnt vanaf de start eind september met een oplage van een kwart miljoen in full colour en is voor vijftig cent overal in Spanje verkrijgbaar. Een frisse krant volgens NRC Handelsblad, met een jonge redactie en - zeer ongewoon - nauwelijks nieuws over stierenvechten. Niet alleen in Spanje en Nederland stijgt de oplage van gratis dagbladen explosief. Dat is niet alleen te merken aan de licht oplopende prijzen voor het schaarse krantenpapier, maar ook aan de bemoedigende geluiden uit de wereld van persenbouwers en softwareleveranciers. De gehele productieketen profiteert mee.

Op Ifra, van 8 tot 11 oktober voor de eerste maal onder dak in Wenen, heerst dan ook een positieve stemming. De oude media mogen in de verdrukking zitten, een record aantal exposanten verdringt zich op de beursvloer. Zij tonen in Wenen drukpersen met mogelijkheden tot afwijkende formaten en afwerktrucs, werkstromen voor redacties die zo laat mogelijk willen kiezen voor welk medium hun verhaal het beste geschikt is, slimme software waardoor kopij via de webbrowser op maat kan worden aangeleverd.

Ifra-president Horst Pirker vat de belangrijkste trends samen. “Lezers wensen een hogere drukkwaliteit en speciaal voor hen gemaakte producten. Vandaar de ‘hybride’ drukpersen die kunnen drukken in cold- en heatset. Een groeiend aantal uitgeverijen omarmt de strategie om op meer dan één platform te werken. Het is de papieren uitgave plus het web. Contentmanagementsystemen groeien mee met die vraag en zijn in staat tekst, beeld, geluid en video op te slaan en te ontsluiten via verschillende kanalen. Tegelijkertijd maakt RSS-techniek het mogelijk om lezers altijd het laatste nieuws te presenteren.”

 Wie denkt: heb ik dat al niet eens eerder gehoord heeft gelijk. Ifra 2007 is dan ook niet het evenement van de grote doorbraken. De mediamarkt mag volop in beweging zijn, elk jaar om spectaculaire vernieuwingen vragen is duidelijk te veel van het goede. Ifra is voor alles een ontmoetingsplaats waar de gasten elkaar jaarlijks aan de stamtafel treffen. De even jaren in Amsterdam, de oneven jaren ergens in Europa. Met de focus op techniek en zakendoen met vernieuwende businessmodellen weet Ifra wel een snaar te raken. Dit jaar groeide de organisatie al met veertig leden, onder wie 24 uitgevers en 12 leveranciers. De groei zit vooral in het voormalige Oostblok en het Verre Oosten. Niet voor niets organiseert Ifra in die regio’s vaker evenementen.

Het prettige geluid van draaiende persen is al lang niet meer hoorbaar tijdens de beurs. Zelfs het opengewerkte drukwerk dat die hards uit de werktuigbouw nog wel eens mee wilden sjouwen is nu met een kaarsje te zoeken. Drukpersen moeten om aan de vragen van die grillige lezers te voldoen over vele - soms tegenstrijdige - eigenschappen beschikken. Eén van de belangrijkste eisen is de mogelijkheid om het formaat in de breedte te kunnen variabiliseren. Als de pers ook over de mogelijkheid beschikt om zowel in cold- als in heatset te kunnen drukken, wordt niet alleen de dagkrant probleemloos geproduceerd, maar ook de meer glossy weekendbijlagen. Een trein aan afwerkmogelijkheden moet dan aan de pers gekoppeld zijn, zodat deze op maat kan snijden, vouwen en vaak ook nieten. Andere eisen liggen op het vlak van snelle plaatwissels, noodzakelijk bij kleinere oplagen en meerdere edities. Ook van ontsierende snij- en vouwtekens wil de lezer af. Om de investeringen op te kunnen brengen kiezen steeds meer uitgevers ervoor te laten drukken bij gespecialiseerde krantendrukkerijen en niet langer te vertrouwen op hun eigen persenpark. Dijkman Offset in Diemen bijvoorbeeld is zo’n ‘loondrukker’ die de ene na de andere drukorder binnenhaalt.

 Die persen moeten gevuld. Maar hoe je dat als redactie op de handigste, doelmatigste en beste manier? In Europa wordt volop geëxperimenteerd, Hoe organiseer je een redactie het best? Ifra zette daartoe het Newsplex-project op, waar in Nederland onder andere De Volkskrant aan meedoet.

Dietmar Schantin van Newsplex onderscheidt drie ‘concepten’. De eerste is die waarbij gescheiden redacties verschillende kanalen bedienen. Het lijkt een bijna archaïsche aanpak. Er zijn redacteuren voor de papieren editie, waarna een klein aantal anderen deze kopij herschrijven en klaar maken voor het web.

Dat deze aanpak toch nog steeds goed kan werken, bewijst de succesvolle nieuwkomer Österreich. De krant is gelanceerd in september 2006 en nu goed voor een betaalde oplage van 160.000 exemplaren per dag. Aan de andere kant van het spectrum ziet Schantin een redactie waarbij de online redacteuren bezig zijn voor het web en dit kanaal voeden als stond het volledig los van de papieren uitgave. Nogal wat uitgevers kozen een model dat wat meer naar de ene dan wel naar de andere kant overhelt. Wat ze gemeen hebben is een centrale nieuwsdesk, waar enige vorm van overleg en coördinatie plaatsvindt.

Schantin: “Bij Österreich is een afgebakende on-line afdeling. Redacteuren die zich met de papieren editie bezighouden bemoeien zich niet met het web. De nieuwsstromen zijn hier min of meer gescheiden. De Noorse krant Nordjyse Stiftidende maakt gebruik van een ‘nieuwsmarkt’. Aan de ene kant van de tafel zitten de ‘eigenaars’ van de papieren editie en aan de andere kant die van de on line uitgaven. Zij onderhandelen waar welk nieuws wanneer het beste geplaatst kan worden.

Bij de Daily Telegraph zijn specialisten op het gebied van sport, economie of cultuur verantwoordelijk voor hun vakgebieden. Zij produceren kopij of content voor zowel de papieren krant als voor de digitale edities.” Volgens Schantin is op dit moment niet te zeggen of er één winnende aanpak is. De lokale omstandigheden, de inhoud van de krant, maar vooral de manier waarop redacteuren met het nieuws wensen om te gaan, bepalen het falen of succes van elk model, vindt hij.

Opmerkelijk is dat begrippen zoals ‘lay-out gedreven opmaak’ of ‘tekstgedreven opmaak’ op hun retour zijn. Niet langer bepalen de vormgevers dat redacteuren slechts vakken mogen vullen, of worden vormgevers geplaagd door ellenlange breistukken met tekst die over meerdere pagina’s uitgespreid toch een aangenaam beeld moet opleveren.

Toverwoorden daarbij zijn interactiviteit en flexibiliteit van de systemen. De software die werkstromen stuurt is steeds beter in staat volautomatisch aan versiebeheer te doen, waardoor vrijwel eindeloos met tekst en beeld te manipuleren valt tot er een ideale pagina is gecreëerd wanneer de dead line daar is.

Deze workflowsystemen zijn niet alleen voorbehouden aan de grote tot zeer grote uitgeverijen, maar ook kleinere redacties kunnen volop profiteren van het ontwikkelingswerk dat vooral voor de krantenuitgevers werd gedaan. Daarbij is het maken van een plank met de komst van InDesign met InCopy en de talloze plug ins van bijvoorbeeld WoodWing of Van Gennep kinderspel. Ook het bewaken van de voortgang van de productie is betaalbaar, daar waar vroeger voor bijvoorbeeld Quark Publishing System grof moest worden betaald.

Plug ins maken het bovendien mogelijk centrale redacties af te slanken en een groter beroep op free lancers te doen. Op hun machines hoeft geen zwaar gereedschap te worden geïnstalleerd om ze via het web in real time daadwerkelijk lid te maken van de interactieve redactie. Een kans voor uitgever die de - betaalde - oplage gestaag ziet teruglopen en bij het terugdringen van de druk- en distributiekosten al tot het uiterste is gegaan.

Leon van Velzen

[Media Facts, oktober 2007]

 

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.