Genius

 

  

Omhoog


    Matrijzenmaker drukt met KBA Genius

 Wat moet een matrijzenmaker met een Genius UV van KBA? Wie bedenkt dat een drukpers naast een draadvonkmachine kan staan? Martin Kuipers, directeur van Maku uit het landelijke Beuningen in Nederland gaat onorthodoxe oplossingen niet uit de weg. “Zo’n label is een ding van niks, maar dat wordt anders als je er veertig miljoen per jaar maakt.”

Maku zou kunnen staan voor matrijzen & kunststoffen, maar even goed voor Martin Kuipers. Hij is naamgever en oprichter van Maku, een bedrijf dat matrijzen bouwt en labels voor kwekers produceert. Een niet-alledaagse combinatie, maar daar houdt deze eigenzinnige ondernemer wel van: zaken scherp analyseren, een besluit nemen en doen. Hij zal de eerste matrijzenbouwer ter wereld zijn die investeerde in een KBA Genius UV 52. Een werktuigbouwer die gaat drukken, hoe zit dat?

Martin Kuipers studeerde aan de Hogere Technische School in Enschede computertechniek. Tijdens zijn stage bij Shell richtte hij al Maku op, omdat hij ooit een eigen bedrijf wilde starten. Dat ondernemersbloed heeft hij niet van een vreemde. Zijn vader begon een kwekerij die onder leiding van zijn oudste broer uitgroeide tot Europa’s grootste kwekerij voor perkplanten. Zeshonderdduizend vierkante meter glas zal grafici niet veel zeggen, maar het is groot, erg groot. Andere broers zwermden uit over de wereld, om tot in Afrika een kwekerij te beginnen.

Zo niet Martin. Nadat hij zijn studie afrondde, was hij drie jaar bedrijfsleider bij een bedrijf dat koffiekarren voor Wagon Lits produceerde. Deze vernuftige karretjes voorzagen de treinreizigers van de Nederlandse Spoorwegen van koffie, thee en een broodje. Hier deed hij zijn kennis op van matrijzen en kunststoffen. In 1996 besloot hij die kennis in zijn eigen bedrijf verder te ontwikkelen.

De tuinbouw in Nederland is verregaand geautomatiseerd. Robots doen het werk in de immens grote kassen. In plastic trays groeien de plantjes op, totdat ze groot genoeg zijn om te worden verkocht aan de consument. De enige manier om te blijven concurreren is het complete proces van eerste stekje tot en met leveren aan de consument te automatiseren. Dat is één van de specialismen van Maku.

“We zijn op twee fronten voor deze markt actief”, zegt Martin Kuipers. “We ontwerpen de trays, frezen de mallen die daar voor nodig zijn, waarna een gespecialiseerd bedrijf deze mallen weer gebruikt om de trays te produceren. Het gaat bij het ontwerp om fracties van millimeters. Wanneer je zestigduizend vierkante meter glas hebt liggen en je kunt een bakje twee millimeter kleiner maken, dan scheelt dat enorm.”

Zo’n bakje moet, nadat de plant volwassen is, opgepakt kunnen worden bij een hengsel. Op ‘dat domme labeltje’ heeft Kuipers maanden zitten broeden. “Het gaat om kunststof labels die uitlopen in twee punten. Een robot pakt zo’n label op, draait de punten een kwart slag en prikt deze in de tray.”

Op het label is allerlei informatie voor de consument te lezen. De naam van de plant bijvoorbeeld, maar ook de hoeveelheid licht die er nodig is en andere zinvolle informatie om de plant zo mooi mogelijk te laten groeien en bloeien. Onderzoek wijst uit dat het gebruik van de labels de verkoop met minstens tien procent verhoogt.

De labels zijn verpakt in speciale kunststof boxen. “Ook die ontwierpen we zelf. Een kweker wil dat de labels goed beschermd zijn, want een minimale beschadiging kan de productie verstoren. Hij wil zo min mogelijk transportkosten maken en zeker niet blijven zitten met restafval.” De productie van een label begint bij het maken van vellen wit kunststof. Die vellen gebruikt de drukker om de labels met een breedte van een 52 mm en een lengte van 360 mm te bedrukken.

“Tot nu toe laten we onze labels in Duitsland drukken. Deze zijn van een goede drukkwaliteit en ook de prijs is in orde. Ik heb alleen problemen met de levertijd. Het komt voor dat een kweker door zijn voorraad labels heen is en snel een serie nodig heeft. Planten stoppen niet met groeien, dus er staat altijd druk op de ketel. Ik kan dan niet twee weken wachten op een oplage, maar moet die het liefst de volgende ochtend in huis hebben.”

De nabewerking, die zeer nauw luistert, doet Maku zelf. In eigen huis ontworpen stansmachines maken een continue productie mogelijk die dag en nacht doorgaat. Invoer, stansen en uitvoer is zo geautomatiseerd dat er geen mensenhand aan te pas komt. Nadat de labels zijn gestanst komen ze terecht in de kunststof boxen, die op hun beurt ook weer automatisch worden afgevoerd. Martin Kuipers is al weer bezig met een volgende generatie van deze stansen die nog nauwkeuriger moeten werken.

Martin Kuipers liep al menig grafische beurs af op zoek naar een drukpers. “De importeur van KBA in Nederland is Wifac. Hun vertegenwoordiger kwam hier al langer over de vloer omdat we de Genius toen hij net uitkwam al eens in Duitsland testen. De machine liep prima en was precies wat we zochten. Robuust, simpel te bedienen en met een herhaalbare afdrukkwaliteit met UV-inkten. De inkt was het probleem. Leveranciers zeggen dat een inkt lichtecht is, maar bij ons moet een inkt zware beproevingen kunnen doorstaan. Een label moet niet alleen bestand zijn tegen licht, maar ook tegen water en zelfs meststoffen. Planten staan buiten in de regen en ook dat mag niet van invloed zijn. In een laboratorium kan het allemaal wel kloppen, maar hier gaat het om de harde werkelijkheid. Als een kweker na vier maanden zijn planten wil verkopen en de labels zijn verbleekt, heeft hij een grote strop en ik een groot probleem.”

Na nieuwe testen bleek inkt van Siegwerk de proeven goed te doorstaan. “Nadat we de goede inkt vonden, waren we er snel uit. Prettige bijkomstigheid is dat de Nederlandse fiscus voor een klein deel mee investeert in deze milieuvriendelijke pers. Een andere reden om voor de Genius te kiezen is overigens dat je bijna geen inschiet hebt. Tachtig procent van onze kosten zit in het substraat. Daar wil je zo weinig mogelijk van weggooien.”

Dat Maku matrijzen freest en labels produceert, maar geen drukker is deert Kuipers niet in het minst. “Het is geen rocket science. We werken hier met tien mensen die weten hoe complexe machines werken, ze zitten de hele dag achter een computer dus een drukpers kunnen ze ook wel de baas.”

Martin Kuipers wil dat minimaal vier mensen de Genius kunnen bedienen. “We hebben na de installatie een cursus gevolgd en dat was ook voor de instructeurs een gedenkwaardige tijd. Wij stellen totaal andere vragen dan een drukker. Ik vind het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat je als drukker meer dan een derde van je tijd kwijt ben aan het inleggen en uitnemen van je papier of de substraten. Dat moet beter kunnen, zonder dat daar mensenhanden aan te pas komen. Daar zijn we nu over aan het puzzelen en ik denk dat we daar uitkomen.” Het maken van de drukplaten vormt evenmin een obstakel. “We bewerken de pdf in InDesign en sturen deze naar de PlateRite van Screen. Deze belicht de ctp-platen. Eenmaal ingesteld kalibreert de machine zichzelf. Hoe moeilijk kan dat zijn?”

Martin Kuipers benadrukt dat hij zijn Duitse drukker niet de wacht zal aanzeggen. “Onze investering in de Genius is een signaal dat ze sommige zaken toch niet helemaal op orde hebben. Dat kan en daar heb ik geen problemen mee. De prijs en kwaliteit van het aangeleverde drukwerk is prima, maar ik wil onder geen enkele omstandigheid ‘nee’ verkopen. Wij zoeken dan naar alternatieven en die hebben we met deze Genius gevonden.”

Maku is nog niet klaar met zijn labels. De volgende stap die op de tekentafel staat, is het zelf produceren van de substraten. “Dat gaan we doen uit kostenbesparingen, maar belangrijker is nog de continue productie die we dan kunnen realiseren. Een probleem met dit materiaal is dat het de neiging heeft te krullen aan de uiteinden. Dat komt doordat het op een rol wordt aangeleverd. De robot die de punten exact boven de tray moet positioneren en een kwart slag moet draaien, is gebaat bij vlakliggend materiaal. Dat gaan we dus zelf maken.”

Maku ligt in het gehucht Beuningen dat nauwelijks vijfhonderd inwoners telt. De Duitse grens is op steenworp afstand. De A1 met zijn oost-west verbinding van Amsterdam naar Berlijn en Moskou gaat bijna langs de vestiging van Maku. De aansluiting met de noord-zuid verbinding in Duistland ligt een paar kilometer verderop.

“Onze labels exporteren we over de hele wereld. Deze locatie is perfect. Landelijk gelegen, maar met de hele wereld binnen handbereik. In deze wereld moet je creatief, innovatief en ondernemend zijn en bovendien je kosten bijzonder strak onder controle houden. Ik heb begrepen dat mijn echte grafische collega’s voor dezelfde uitdagingen staan. Bij ons luidt het parool automatiseren. Dat zal in hun wereld niet anders zijn.”

 Leon van Velzen

 [Grafisch Nieuws / Nouvelles Graphiques, maart 2008]
 

 Tot op een duizendste millimeter

Maku ontwerpt matrijzen op zijn 3d-cad-stations. Dat kan binnen een dag. Als een klant akkoord is met het ontwerp, wordt het cam-station gevoed die één van de zes computergestuurde cnc-machines aanstuurt. Voor het echte precisiewerk beschikt Maku over een draadvonkmachine die metaal kan ‘figuurzagen’ tot op eenduizendste millimeter nauwkeurig. Omdat bij degelijke kleine toleranties temperatuurverschillen tot afwijkingen in de maatvoering kunnen leiden, staat de draadvonkmachine opgesteld in een geklimatiseerde ruimte.

Vragen of opmerkingen naar: redactie§magazijn.nl
© 1998 - 2010 |  Uitgeverij Het Nederlands Magazijn bv
Laatst bijgewerkt:
22 juni 2010
Al het gepubliceerde werk op deze website valt onder de spelregels van creative commons.